Harry Rowland
Madelijne Daub / NOS Door Madelijne Daub, Bureau Washington
Hij staat bij Ground Zero. Over zijn grijze haar draagt hij een wollen muts, ook al is het 27 graden in New York. De man heet Harry Roland, is 52 jaar en elke dag staat hij op de plek waar bijna negen jaar geleden de Twin Towers werden weggevaagd. Op de vlag die hij heeft omgeslagen staan alle namen van mensen die die dag zijn omgekomen.
In New York is het even druk als normaal. Toeristen en auto's bewegen zich gehaast langs elkaar heen, en op een handjevol politieagenten na merk je niet echt dat afgelopen zaterdag een auto vol met explosieve stoffen werd achtergelaten op het drukstbezochte plein van de Verenigde Staten.
Maar de schrik zit erin. "Terroristen hebben het nog steeds op ons gemunt. Dat zie je maar weer", zegt Harry.
Hoeveel gebouwen?
Het is Harry's doel om mensen de geschiedenis bij te brengen. Toeristen, New Yorkers, wie maar naar hem wil luisteren. Hij is bang dat ze 'de waarheid' vergeten van 11 september.
"Hoeveel gebouwen zijn er ingestort?" vraagt Harry aan voorbijgangers. "Twee? Nee! Fout! Het waren zeven gebouwen. Zeven!" Hij is fel. Mensen hebben geen idee, vindt hij. "Wat denk je dat je nooit moet doen? Richting het water rennen na een aanslag. Of in de metro. Je kunt geen kant op!"
Harry duwt boeken vol foto's van 9/11 onder de neuzen van mensen die voorbij komen. Sommige heeft hij zelf gemaakt, anderen kreeg hij van mensen die blij zijn dat hij elke dag de herinnering levend houdt. Want hij is een fenomeen geworden. Ze noemen hem de World Trade Center Man.
Neefje
Zelf bracht Harry op 11 september zijn zoon voor het eerst naar school, een paar blokken bij het World Trade Center vandaan. Hij moest rennen voor zijn leven. "Dankzij mijn zoon zat ik niet in de metro. Daardoor leef ik nog."
Zijn neefje overleefde de aanslagen niet. Pas in 2004 werd zijn lichaam gevonden. Harry bleef tien dagen thuis om het te laten bezinken, daarna stond hij weer bij Ground Zero.
Hij werkte tot 2001 als gids in de Zuid Toren van het WTC. Nu ziet hij het als zijn baan om mensen te onderwijzen op straat. Elke dag, of het nou regent of niet. "Mensen moeten het weten. Ze moeten weten van al die mensen die niet op de lijst staan. Er zijn zoveel onbekende slachtoffers."
Haat
Dit is zijn obsessie. Ground Zero werkt voor Harry als een soort therapie. Tegen boosheid bijvoorbeeld. Want het maakt hem boos, als New Yorker, dat er nog steeds aanslagen beraamd worden op zijn stad, zoals afgelopen zaterdag op Times Square.
"Weet je, terroristen worden gebrainwasht. Hoe kun je Amerikanen nou haten? Dat begrijp ik niet. Ik snap niet dat mensen hun eigen soort willen uitmoorden."
Hij loopt weg, naar een nieuw groepje toeristen. "Hoeveel torens denk je dat er zijn ingestort op 11 september? Nou? Hoeveel? Twee? Nee! Fout." Hij slaat zijn fotoboek met foto's open en begint opnieuw.
Deel deze pagina
»
»
»