Ministers Klink en Verburg Ministers Klink en Verburg Foto: ANP Door redacteuren Rinke van den Brink en Rob Koster
Terwijl in de zomer van 2007 de wachtkamers van de huisartsen in het Noord-Brabantse Herpen vollopen met mensen die soms ernstige gezondheidsklachten hebben, wordt er op 23 juli in Den Haag vergaderd. Lees hier het verslag van deze vergadering (pdf).
Topambtenaren van de ministeries van Volksgezondheid en Landbouw, de GGD Brabant, de Vereniging Nederlandse gemeenten en het Outbreak Management Team (OMT) komen bijeen in het BAO Q-koorts: het Bestuurlijk Afstemmingsoverleg Q-koorts. Op de agenda staat het Advies OMT 40 (pdf).
Uit de verslagen blijkt dat de gevaren van de Q-koorts bekend:
Het BAO adviseert om alle vrouwen uit de gemeenten Herpen, Ravesteijn en Overlangel die sinds 1 januari 2007 zwanger waren een test aan te bieden op Q-koorts. Het advies wordt overgenomen.
Zwangere vrouwen die met Q-koorts besmet raken lopen namelijk een verhoogd risico op een miskraam of een vroeggeboorte.
Mensen die een ernstige infectie hebben doorgemaakt zullen worden onderzocht op verborgen gebreken van de hartkleppen, een van de complicaties van chronische Q-koorts, de meest ernstige variant van de ziekte die circa twee procent van alle patiënten treft.
Bijvangst
Maar signalen dat er iets aan de hand was met Q-koorts werden aanvankelijk niet opgepikt door het ministerie van Landbouw.
In 2005 deed de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) een bijzondere bijvangst tijdens een onderzoek naar grote aantallen abortussen bij melkgeiten en melkschapen door de chlamydophila abortus-bacterie.
Maar op twee bedrijven die met abortusstormen kampten, bleek een andere bacterie de boosdoener van doodgeboorten: de coxiella burnettii, oftewel de bacterie die Q-koorts veroorzaakt.
Waarschuwing
Hoewel er voor zover bekend geen menselijke ziektegevallen optraden door de Q-koorts-uitbraak op die twee bedrijven, beide in het zuiden van het land, begreep de GD meteen dat zich hier een potentieel volksgezondheidsprobleem aandiende.
Daar heeft de dienst eind 2005 of begin 2006 dan ook voor gewaarschuwd in een overleg met het ministerie van LNV, de landbouworganisatie LTO en de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA).
En op 20 april 2006 besprak de GD haar bevindingen met het ministerie van VWS, het Centrum voor Infectieziektebestrijding van het RIVM en het Centraal Veterinair Instiuut (CVI).
Onderzoeksvoorstellen
Na dat overleg dienden het CIb, de GD en het CVI een gezamenlijk onderzoeksvoorstel (pdf) in bij het ministerie van LNV. Op aandringen van het CIb. Doel van het onderzoek was het verbeteren van de diagnostiek van Q-koorts bij mens en dier.
Tot op heden is er volgens het CIb nog geen reactie gekomen van het ministerie van LNV.
Piet Vellema van de Gezondheidsdienst voor Dieren maakte in een artikel in het vakblad Geitenhouderij van juli 2006 melding van de twee bedrijven met grote aantallen abortussen door Q-koorts.
Andere prioriteiten
Behalve samen met het CIB en de GD wilde het CVI destijds ook zelfstandig onderzoek doen naar de Q-koorts. Het CVI werkte samen met andere Europese organisaties. In een aantal landen waren kleine uitbraken geweest van Q-koorts. In Nederland tot op dat moment niet.
Het CVI wilde onderzoeken waarom dat zo was en diende een onderzoeksvoorstel in bij LNV. Het ministerie legde die aanvraag terzijde. Er waren andere prioriteiten om onderzoekssubsidies aan te besteden.
Discussie
Het OMT waarin de vertegenwoordigers van de humane gezondheidszorg zitten - dringt in zijn advies aan op een betere screening van alle boerderijen waar Q-koorts heerst.
Dat voorstel leidt to discussie. Net als de meldingsplicht voor dierziekten. Het systeem is gebaseerd op de ziektelast voor de dieren en effecten van dierziekten op de handel in dieren.
"Het argument van gevolgen van dierziekten voor de mens zou een nieuw element in het systeem brengen. Dat kan niet in deze vergadering besloten worden."
Privacy
Het OMT wil dat de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) de gegevens van de besmette bedrijven beschikbaar stelt.
"Het is nodig," heet het in Advies OMT 40 (pdf), "dat het OMT inzicht krijgt in de specifieke bedrijfsgebonden gegevens van dit jaar over Q-koorts bij schapen en geiten, om hiermee het zoeken van de bron en het aantonen van de transmissieweg mogelijk te maken."
Tijdens de vergadering van het BAO zegt LNV toe de gegevens die beschikbaar gesteld kunnen worden door te zullen geven aan het Centrum voor infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM.
Die toezegging blijkt niet veel waard. De GD is een particulier bedrijf en mag de gegevens over individuele bedrijven niet vrijgeven... Om privacyredenen.
Geen onrust
Het OMT laat weten dat de GGD Hart van Brabant via een persbericht de bevolking gaat informeren maar dat wordt in de vergadering afgewezen.
"De reden is dat Q-koorts normaal gesproken altijd voorkomt in Nederland en dat het vergroten van de alertheid bij de medische beroepsgroepen voldoende is. (...) Daarnaast is er op een aantal vragen t.a.v. de gevolgen voor mensen (nog) geen antwoord dus het moet vermeden worden onnodig onrust te creëren."
Meldingsplicht
Ruim twee maanden later op 4 oktober 2007 is er een nieuwe vergadering van het BAO Q-koorts. Lees hier het verslag (pdf).
Aan de orde is het 41ste advies van het OMT (pdf). Dat loopt vooruit op het lammerseizoen 2008. Vooral bij miskramen en geboorten komt de Q-koortsbacterie in grote aantallen vrij.
"Het OMT stelt vast dat het onbekend is welke bedrijven een potentiële bron zijn voor verspreiding. Kennis over de verspreiding onder dieren is essentieel voor het vroeg opsporen en bestrijden van ziekten onder mensen."
"Om tijdig op de hoogte te kunnen zijn van de problematiek onder dieren adviseert het OMT om, vóór de aanvang van het lammerseizoen 2008, Q-koorts bij dieren aangifte- en/of meldingsplichtig te maken. Zodra op een bedrijf Q-koorts is vastgesteld moet dit gemeld worden aan de GGD die vervolgens de behandelaren in de regio informeert om verhoogd alert te zijn op Q-koorts bij de mens."
Het BAO onderschrijft het belang van de beschikbaarheid van de gegevens over de verspreiding van de Q-koorts onder dieren. "Of die gegevens via een aangifte- en/of meldingsplicht bekend worden of op een andere wijze worden verzameld is een kwestie waar LNV zich over moet beraden."
Omwonenden
In hetzelfde 41ste Advies (pdf) signaleert het OMT dat Q-koorts een nieuw volksgezondheidprobleem is waarover nog onvoldoende kennis bestaat. Daarom is uitgebreid onderzoek nodig.
Het BAO steunt die gedachte en maakt een interessante kanttekening: "(
) hieruit zal blijken dat de plek waar iemand woont het belangrijkste risico vormt voor het besmet raken met Q-koorts."
Met andere woorden: bedrijven waar Q-koorts heerst bedreigen de gezondheid van omwonenden.
Krachtig
Na die bijeenkomst van begin oktober 2007 wordt het stil rond de Q-koorts. Pas acht maanden later op 3 juni 2008 brengt het Outbreak Management Team weer een advies uit dat daags erna in het BAO Q-koorts wordt besproken.
De GGD Hart voor Brabant heeft dan de eerste honderd nieuwe Q-koortsgevallen van het jaar al binnen. De uitbraak van 2007, die hetzelfde gebied trof, blijkt geen geïsoleerd incident te zijn geweest zoals de optimisten hoopten.
In het tweede punt van zijn 42ste advies (pdf) klinkt het OMT alarmerend: "Het OMT is van mening dat Q-koorts in Brabant een relatief groot medisch probleem aan het worden is dat krachtige preventieve maatregelen noodzakelijk maakt. De veterinaire maatregelen zoals nu getroffen zijn onvoldoende. Risicoreductie is noodzakelijk in deze. Het OMT acht het dringend noodzakelijk dat er een veterinaire meldingsplicht komt voor Q-koorts besmettingen. Dat biedt meer mogelijkheden voor het nemen van maatregelen met betrekking tot het mestbeleid."
In het BAO kondigt het ministerie van LNV twee notities aan, over de meldingsplicht en over mestbeleid, die op 9 juni gereed zijn. Die leiden meteen tot besluitvorming.
Eindelijk
Op 10 juni 2008 krijgt de Kamer post van minister Verburg van Landbouw. In haar brief schrijft ze onder meer: "Houders van kleine herkauwers, gehouden in potstallen, zijn verplicht verschijnselen van Q-koorts te melden. Deze meldplicht geldt ook voor dierenartsen."
Op 12 juni gaat de maatregel in: het OMT krijgt de meldingsplicht die de medici al sinds het eerste BAO Q-koorts van 23 juli 2007 willen.
Besmet of niet besmet?
In de praktijk stelt de meldingsplicht weinig voor: schapen- en geitenbedrijven waarop meer dan vijf procent van de drachtige dieren een abortus krijgen, moeten dat melden.
Op een bedrijf met duizend melkgeiten waarvan de helft drachtig is, moeten meer dan 25 drachtige dieren een abortus krijgen, voor er meldingsplicht is.
Komen er maar twintig keer een paar miljard bacteriën vrij bij door Q-koorts geprovoceerde abortussen, dan geldt het bedrijf niet als besmet.
In de veterinaire wereld was dit een gebruikelijke gang van zaken maar vanuit het oogpunt van volksgezondheid is het raar. Op een bedrijf komt wel of niet Q-koorts voor en dus is er wel of niet gevaar voor de omgeving.
Hamvraag
Het is hartje zomer als het BAO Q-koorts op 31 juli 2008 weer bijeenkomt. Lees het verslag hier (pdf).
Veel Nederlanders zijn op vakantie en liggen op het strand als Roel Coutinho, de directeur van het CIb, in voorzichtige bewoordingen de hamvraag aan de orde stelt.
"De hypothese is dat Q-koorts endemisch (aan bepaalde streek gebonden, red.) is genesteld en zich uitbreidt. In 2009 moet wellicht rekening worden gehouden met een groter probleem, dat moeilijk beheersbaar zal zijn. Het CIb verwacht dat de vraag of grote geitenhouderijen in dichtbevolkte gebieden te handhaven zijn, zich dan opnieuw zal opdringen."
Hoe zijn waarschuwing wordt opgepakt in het BAO blijkt niet uit het verslag. Onder het punt rondvraag vermeldt dat nog wel: "Geadviseerd wordt nu reeds te anticiperen op scenario's die in 2009 kunnen plaatsvinden als de maatregelen geen effect sorteren (maatschappelijke en bestuurlijke reacties)."
Mest
In zijn 43ste advies (pdf) dat die dag aan de orde was stelde het OMT voor om het afvoeren van de bemeste strolaag uit de potstallen op de geitenhouderijen alleen nog onder strikte voorwaarden toe te staan. Bij het schoonmaken van de stallen kunnen de bacteriën makkelijk verwaaien.
Het ministerie van LNV belooft op korte termijn met het advies aan de slag te gaan.
Het OMT adviseert verder te onderzoeken of het mogelijk is in de besmette gebieden over te gaan tot vaccinatie van de dieren. In Frankrijk zijn twee experimentele vaccins beschikbaar waarover nog maar weinig bekend is. LNV kondigt aan na de zomer met informatie te komen.
Ronde tafel
De Gezondheidsraad en het Centrum voor Infectieziektebestrijding organiseerden op 31 juli 2008 een bijeenkomst waarvoor ook experts uit Zweden, Denemarken, Frankrijk, Duitsland en Canada werden uitgenodigd.
De conferentie steunde het gevoerde beleid: preventieve screening van zwangere vrouwen op de Q-koortsbacterie Coxiella Burnetti is niet nodig. Net zo min als het weren van bloeddonors uit het gebied waar de Q-koorts vrijkomt.
Wel is alertheid op Q-koorts ook elders in Nederland op zijn plaats: niet alleen om dat er op meer plaatsen op grote schaal geiten en schapen worden gehouden, maar ook omdat er mest uit Brabant is uitgereden over landbouwgrond in Zeeland en Flevoland. De Q-koortsbacterie kan (jaren)lang overleven op het land.
"Tenslotte," schrijft voorzitter Knottnerus van de Gezondheidsraad in een brief van 17 december 2008 aan minister Klink van VWS (pdf), "biedt de huidige situatie in ons land een unieke kans om onderzoeksgegevens te verzamelen die de kennis over epidemiologie, opsporing, diagnostiek en behandeling van de Q-koorts kunnen helpen verbeteren."
Volksgezondheid
Pas op 14 januari 2009, een half jaar na de vorige vergadering komt het BAO Q-koorts weer bijeen. Lees het verslag hier (pdf).
Directeur generaal Volksgezondheid Hans de Goeij van het ministerie van VWS leidt de vergadering. Hij begint met nog eens uit te zetten hoe de procedures zijn.
VWS heeft de leiding, zoveel is duidelijk. "Er is dus geen instemmingsrecht van de deelnemers in het BAO, maar de voorzitter speelt zoveel mogelijk op werkbare consensus waarbij het belang van de volksgezondheid altijd voorop staat."
Altijd goed om dat laatste weer eens in herinnering te roepen.
Op advies van het CIb wordt het Q-koortsgebied uitgebreid van een gebied met een straal van 45 kilometer rond Uden tot de hele provincie Noord-Brabant en een deel van Zuid-Gelderland.
Vaccinatie
Het BAO stelt op advies van het CIb voor om de vrijwillige vaccinatie die eind 2008 is ingevoerd te vervangen door een systeem van verplichte vaccinatie.
Die moet er komen op alle bedrijven in het Q-koortsgebied met meer dan vijftig geiten of schapen, op alle bedrijven met een publieksfunctie (kinderboerderijen, zorgboerderijen enzovoorts) in dat gebied en op alle bedrijven buiten dat gebied waar zich sinds 2005 Q-koorts heeft voorgedaan.
Hygiëneplan
Het gaat tijdens de vergadering ook over het Hygiëneplan voor melkgeiten- en schapenhouderijen 2009 dat door de sector zelf en de Voedsel- en Warenautoriteit is opgesteld.
Het plan omvat algemene hygiëne maatregelen, voorschriften voor het uitmesten van de stallen en voorzorgsmaatregelen die genomen moeten worden tijdens het aflammerseizoen.
Het CIb is voorstander van invoering van het plan. Ook Directeur Generaal Volksgezondheid Annemie Burger van het Ministerie van LNV is vóór. Er mag geen sprake zijn van vrijblijvendheid laat ze weten. Het plan "moet worden geïmplementeerd".
Voorzorgprincipe
"Parallel aan de redenering voor verplichte vaccinatie," aldus het verslag van het BAO van 14 januari 2009, "wordt bij het hygiëneplan vanuit het voorzorgsprincipe gehandeld. Wetenschappelijk bewijs is er niet, dus overheid loopt een risico bij mogelijke schadeclaims vanuit de sector (m.n. relevant voor bijwerkingen van de vaccinatie).
De heer Ruwaard (directeur publieke gezondheid, ministerie van VWS, Red.) wijst op het feit dat er grote politieke gevolgen kunnen zijn als er geen maatregelen worden genomen en volgend jaar nog meer mensen ziek worden."
Het BAO stemt er mee in om de term 'voorzorgprincipe' in de voorlichting maar niet te gebruiken. Die leidt al te gemakkelijk tot misverstanden. "Omdat dit voor sommigen dreigend kan klinken, terwijl anderen juist zouden kunnen concluderen dat de maatregelen eigenlijk niet écht nodig zijn."
Communicatie
De communicatie moet gestroomlijnd worden, vindt het BAO. De boodschap voor 2009 is: "Met de huidige inzichten rondom de verspreiding van Q-koorts worden maximale maatregelen genomen om zieke mensen te voorkomen. Toch kunnen er nog mensen ziek worden, omdat we nog niet alles weten."
Het bleek een understatement van formaat. Na de 190 Q-koortspatiënten van 2007, de ruim duizend van 2008, kregen in 2009 nog eens 2.300 mensen Q-koorts. Een op de vijf werd ernstig ziek en belandde in het ziekenhuis. Intussen zijn er enkele tientallen chronische Q-koortspatiënten.
Bevolking
Bij de rondvraag schetste wethouder Hendrik Hoeksema van Oss de toenemende onrust onder de bevolking. "De heer Hoeksema geeft aan dat er vanuit de regio steeds meer protestgeluiden komen van de bevolking jegens de intensieve veehouderij. Bezwaarprocedures over 'geur' bij vergunningaanvragen worden ingewisseld voor discussies over 'gezondheidsgevolgen' van intensieve veehouderij (met Q-koorts als voorbeeld)."
DG Annemie Burger van het ministerie van LNV is zich bewust van die ontwikkeling en vertelt dat LNV en VWS daarover met de regionale bestuurders praten.
Twee dagen nadien, op 16 januari 2009 om tien uur 's morgens, neemt DG Volksgezondheid Hans de Goeij, een reeks besluiten overeenkomstig de adviezen van het BAO.
Kwaad tot erger
Dinsdag 12 mei om 12.30 uur, zaal A-1917 op het ministerie van VWS. Het BAO Q-koorts komt bijeen. Lees het verslag hier (pdf).
De voorzichtige voorspelling die Roel Coutinho op 31 juli 2008 deed is uitgekomen.
Het wordt met de Q-koorts van kwaad tot erger. De uitbraak in 2009 is weer heftiger dan die in 2008. Ondanks de genomen maatregelen.
Alle middelen
Daags voordien heeft het OMT zijn 46ste advies (pdf) uitgebracht. Dat is nu aan de orde. De voorlichting aan professionals, bestuurders, beleidsmakers en publiek moet extra aandacht krijgen, vindt het BAO op advies van het OMT.
"De betreffende GGD'en zullen voor 1 juni alle middelen inzetten om de professionals en het publiek optimaal te informeren (zonder paniek te zaaien) in die gebieden waar - op basis van de epidemiologische gegevens verscherpte aandacht voor Q-koorts noodzakelijk is."
Zwangeren
Het beleid ten aanzien van zwangeren blijft ongewijzigd. Zwangere vrouwen met Q-koorts worden volgens het geldende protocol behandeld. Zwangeren zonder symptomen van Q-koorts worden niet gescreend.
Een werkgroep van experts gaat op korte termijn voorstellen uitwerken om vrouwen die een miskraam hebben gekregen of een vroeggeboorte te onderzoeken op Q-koorts.
Zwangere vrouwen die Brabant bezoeken en nadien een miskraam krijgen worden zo 'gemist', stelt VNG-directeur Sandra Korthuis.
Roel Coutinho bevestigt dat: "Medisch gezien is er echter geen noodzaak om dit in heel Nederland te doen. Dit zou onnodige onrust onder zwangeren veroorzaken en een onnodig grote inspanning van de zorginstellingen vergen."
Rem
In hetzelfde BAO trapt het ministerie van LNV een paar keer nadrukkelijk op de rem. Bijvoorbeeld als het gaat om maatregelen die het verwaaien van de bacteriën uit de open stallen moeten tegengaan. Het OMT wil dat er op korte termijn onderzoek wordt gedaan naar dergelijke maatregelen.
Annemie Burger, DG (Directeur Generaal) bij het ministerie van LNV, vindt dat geen goed idee. "DG Burger benadrukt de forse veterinaire maatregelen die reeds zijn afgekondigd, zonder dat een causaal verband tussen geitenhouderij en humane besmettingen is aangetoond. DG Burger pleit ervoor om niet meer maatregelen af te kondigen zonder voldoende onderbouwing."
Vier maanden eerder, bij het BAO van 14 januari, waren een paar kaartjes verspreid: één met daarop de bedrijven waarop Q-koorts heerst (pdf) en een tweede met daarop de plek waar de menselijke Q-koorts patiënten wonen (pdf). Twee kaartjes die erg op elkaar lijken.
Afstand
Enigszins bedeesd komt het OMT in zijn 46ste advies met een voorstel voor nog een onderzoek: "In het buitenland bestaan er normen voor een minimale afstand tussen veebedrijven en woongebieden. Het OMT beveelt aan om te onderzoeken in hoeverre deze normen toepasbaar zijn in de Nederlandse situatie."
Coutinho licht in de vergadering het advies toe: er gaat onherroepelijk discussie ontstaan in de media welke maatregelen verder nog genomen kunnen worden. En het CIb verwacht ook "toenemende druk van Nederlandse artsen om de discussie over (het beperken van) intensieve veehouderij te stimuleren."
Wachten
Ook Laurent de Vries, directeur van GGD Nederland, wil de blik over de grens richten. Hij adviseert "nu vast te kijken naar de gehanteerde normen voor de afstand tussen veehouderij en woongebieden in het buitenland."
Annemie Burger is het eens met Coutinho dat de discussie over intensieve veehouderij er gaat komen. Ze voelt niets voor maatregelen zolang er geen causaal verband is vastgesteld tussen de intensieve veehouderij en humane Q-koorts besmettingen. Ze wil wachten op de uitkomst van diverse onderzoeken die lopen. En ze hoopt op een gunstig effect van de in 2009 verplichte vaccinatie van geiten en schapen in het besmette gebied.
Voorbereiden
Coutinho repliceert dat het ministerie van LNV er goed aan zou doen "zich voor te bereiden op het scenario dat het vaccin niet werkt". Burger voorziet nog een mogelijkheid: het vaccin werkt wel, maar het aantal menselijke besmettingen neemt niet af omdat de bacterie al op ruime schaal in het milieu voorkomt.
"DG Burger geeft aan dat dan niet alleen LNV zich geconfronteerd ziet met een groot probleem, maar alle betrokken partijen."
Het BAO doet geen voorstellen om op korte termijn aanvullende maatregelen te treffen. Het ministerie van LNV wint deze slag.
Ziektegevallen
Het 46ste OMT-advies (pdf) bevat een eigenaardige passage over communicatie. Daarin staat onder meer dat "de deskundigen geen andere maatregelen zien die tot een beperking van het aantal ziektegevallen bij de mens zullen leiden."
Eerder had het OMT in hetzelfde advies gesignaleerd dat er maatregelen mogelijk zijn om verwaaiing van de bacterie uit de stallen tegen te gaan.
En voorgesteld om te onderzoeken of er een minimale afstand moet worden ingesteld tussen veebedrijven en woonkernen. En dat was toch niet, mogen we aannemen, omdat daar geen effect van wordt verwacht op het aantal menselijke gevallen van Q-koorts.
Voorlichting
De voorlichtingsstrategie blijft het BAO bezighouden. In dat verband pleit DG Burger van het ministerie van LNV "voor een continue samenwerking tussen VWS en LNV. De media spreken over 'explosieve uitbraak' en blijven verwijzen naar de geitenhouderij."
Of de verbazing daarover echt is of gespeeld vertelt het vergaderverslag niet.
Druk
Burgemeester Frans Ronnes van de gemeente Haaren, tevens voorzitter van de GGD Hart voor Brabant en Jos van de Sande, het hoofd infectieziektebestrijding van die GGD, vertellen dat de bevolking in hunregio "bezorgd, maar laconiek is".
"Echter, dit jaar is in 27 van de 29 gemeenten van de GGD Hart voor Brabant Q-Koorts (versus 14 vorig jaar). Hierdoor loopt mogelijk de druk (en dus de noodzaak tot adequate voorlichting) weer op."
Juli-brief
Op 24 juli 2009 of op 21 juli, beide data worden vermeld beantwoordt Roel Coutinho een aantal vragen in een brief aan Paul Huijts, de nieuwe DG Volksgezondheid op het ministerie van VWS en zijn collega Annemie Burger van het ministerie van LNV Link: de brief (pdf) met bijlage (pdf).
Coutinho bevestigt voor de zoveelste keer dat er toch echt een verband bestaat tussen grote melkgeitenbedrijven waar Q-koorts heerst en Q-koortspatiënten in de (directe) omgeving van die bedrijven.
Verband
"Bij de betrokken deskundigen bestaat geen twijfel over het hypothetische model dat grootschalige geitenhouderijen gezien moeten worden als de primaire bron van de Q-koortsproblematiek in Nederland."
"Het cluster patiënten in de stad Helmond link detailkaart Helmond met besmettingen te vinden via volgende link, pagina 11 van de presentatie kan epidemiologisch (in tijd en plaats) duidelijk in verband worden gebracht met Q-koorts op een groot melkgeitenbedrijf. Hoe dichter men bij het bedrijf woont, des te hoger het percentage zieken."
Verderop in zijn brief brengt Coutinho andermaal ter sprake dat de intensieve veehouderijen te dicht bij woonkernen liggen.
"Daarom dient overwogen te worden om een minimale afstand vast te stellen tussen grootschalige melkgeitenhouderijen met bepaalde bedrijfskenmerken en woonkernen."
Genomen
Op meer plekken zijn vergelijkbare verbanden gelegd tussen besmette bedrijven en Q-koortspatiënten. Onderzoek om onomstotelijk vast te stellen dat mensen ziek worden van de besmette geitenhouderijen gaat door.
Daartoe worden de genomen van de verschillende bacteriënstammen vergeleken. Genomen bevatten de gehele genetische informatie van een organisme.
Aanwezigheid
Coutinho adviseert in zijn brief om de meldingsplicht aan te passen. Het gehanteerde criterium meer dan vijf procent van de drachtige dieren een miskraam binnen dertig dagen werkt niet.
Er zijn veel te veel besmette bedrijven die daardoor niet meldingsplichtig zijn en dus ook geen maatregelen hoeven te nemen. Feitelijk heeft de ziekte er min of meer vrij spel door.
"Ik adviseer daarom om het meldingscriterium te wijzigen naar een criterium waarbij de aanwezigheid van C. burnetti bij de dieren centraal staat." Dat zou moeten gebeuren via een tankmelkonderzoek.
Verplaatsen
Aan het eind van zijn brief blikt Coutinho vooruit. "Als in 2010 het aantal Q-koortsgevallen bij de mens niet duidelijk daalt, moet geconstateerd worden dat de getroffen maatregelen en de vaccinatie onvoldoende effect hebben gehad."
"Op basis van de nu beschikbare gegevens én de literatuur zijn in Nederland melkgeitenbedrijven de bron van de Q-koortsinfecties bij de mens. Hoe dichter men bij een bedrijf woont, hoe hoger het risico is om Q-koorts op te lopen."
"Op grond daarvan kan het in 2010 noodzakelijk zijn melkgeitenbedrijven, die zich bevinden binnen de nabijheid van woonkernen, te verplaatsen of te sluiten. ( ) Ik adviseer u met deze ingrijpende strategie (verplaatsing c.q. sluiting van melkgeitenbedrijven) nu al rekening te houden."
Ingrijpend
Op 28 augustus sturen de ministers Verburg en Klink dan een brief (pdf) naar de Kamer Link. Coutinho is er niet helemaal in geslaagd om de ernst van de situatie over te brengen.
"Wij vinden het op dit moment niet proportioneel om drastische maatregelen zoals het verplaatsen of sluiten van stallen nader uit te werken. De effecten van het sluiten en/of verplaatsen van stallen zijn niet bekend. Daarbij moet ook worden bedacht dat de bacterie mogelijk al wijdverspreid in het milieu aanwezig is, lang overleeft en over nog onbekende afstanden verwaait."
Menens
Maar de toon van de brief van de minister is anders. Het besef is doorgedrongen dat er ingegrepen moet worden. Dat blijkt uit de genomen maatregelen.
Er komt een tankmelkonderzoek om vast te stellen welke bedrijven besmet zijn, er mogen geen dieren meer vervoerd worden vanaf besmette bedrijven, de vaccinatie wordt verplicht op alle bedrijven met meer dan 50 geiten of schapen en op bedrijven met een publieksfunctie.
Vertraging
In een brief aan de Kamer van 26 september gaat minister Verburg van LNV verder in op de genomen maatregelen. Op 1 oktober gaat de verplichting in om aan het tankmelkonderzoek mee te doen.
De vaccins voor 2010 komen grotendeels te laat. In november 2009 worden 100.000 doses geleverd. De overige 1,4 miljoen komen pas in 2010, ruim na het dekseizoen. De effecten van de verplichte vaccinatie in heel Nederland zullen daardoor pas in 2011 merkbaar kunnen worden.
NOVA
Op 30 oktober meldt NOVA dat uit het tankmelkonderzoek is gebleken dat 80 bedrijven met Q-koorts besmet zijn. Tot dan waren er officieel maar vier besmette bedrijven bijgekomen in 2009.
Bovendien blijkt uit de uitzending dat het ministerie van LNV al lang weet dat er tientallen bedrijven meer besmet zijn dan die vier. De 41 bedrijven waar het om gaat zijn niet als besmet aangemerkt omdat ze niet aan het criterium voor de meldingsplicht voldeden.
De bacteriën die Q-koorts veroorzaken hebben zich van die bedrijven ongehinderd kunnen verplaatsen. Door verwaaiing maar ook omdat het vervoer van besmette dieren naar niet-besmette bedrijven is doorgegaan.
Ruiming
Roel Coutinho maakt in de uitzending bekend dat de ministers van VWS en LNV het deskundigenoverleg van mensen uit de humane en de veterinaire sector intussen hebben gevraagd de meest verregaande maatregelen te onderzoeken.
Daarbij gaat het om verplaatsing of sluiting van bedrijven, om ingrijpende bouwkundige aanpassingen aan de stallen én om ruiming van met Q-koorts besmette bedrijven.
Kamervragen
De uitzending van NOVA leidt tot een reeks Kamervragen die minister Verburg op 3 november 2009 in een brief aan de Tweede Kamer beantwoordt.
In die kamerbrief schetst de minister zeven scenario's waaraan het deskundigenoverleg werkt.
"Het verplaatsen van melkgeiten- en melkschapenbedrijven uit woonkernen" en "het doden van alle melkgeiten en melkschapen op en ontsmetten van besmette melkgeiten en schapenbedrijven" zijn de meest ingrijpende.
Strategie 5a
Een maand later, op 4 december 2009, krijgt Directeur Generaal Volksgezondheid van het ministerie van LNV Annemie Burger het langverwachte advies van het deskundigenoverleg Q-koorts. Alle zeven scenario's worden in het stuk getoetst op hun verwachte effecten. Het deskundigenoverleg komt met een helder advies aan minister Verburg: ruim de drachtige geiten op besmette bedrijven.
Verder adviseren de deskundigen onder meer om een dekverbod af te kondigen. Voor 2010 zal zo'n maatregel nauwelijks effect hebben, omdat de meeste geiten al gedekt zijn. Maar voor 2011 wordt de uitscheiding van Q-koorts-bacteriën er goeddeels door voorkomen.
Overleg
Op maandag 7 december komen de deskundigen bijeen in Den Haag, op het Landbouw Economisch Instituut. Daags ervoor kwam het tv-programma Zembla met een uitzending over de Q-koorts. Daarin spraken artsen uit Brabant van "een onderschatte epidemie" en eisten veel strengere maatregelen.
Na afloop zijn de lippen van deelnemers aan het overleg verzegeld. De kaart met de besmette bedrijven erop wordt nog niet gepubliceerd.
De volgende dag lekt de kaart (Overzicht besmettingen Q-koorts) uit via de site van het Agrarisch Dagblad. De Voedsel- en Warenautoriteit had gemist dat de publicatie was uitgesteld door de ministers en de kaart op de VWA-site gezet.
Besluit
Twee dagen later nemen de ministers Verburg en Klink een besluit waarover tot op het allerlaatste moment wordt gestreden. Als de ministers hun besluit presenteren in Nieuwspoort wordt er nog gesleuteld aan de tekst ervan.
De omslag is compleet. Het ministerie van LNV staakt haar verzet tegen ingrijpende maatregelen. De volksgezondheidsbelangen krijgen alsnog de overhand.
Alle drachtige geiten op besmette bedrijven gaan geruimd worden, kondigen de ministers aan. Wel vragen ze nog aanvullend advies van de deskundigen om te zien of de niet-besmette drachtige dieren op besmette bedrijven gespaard kunnen worden. Om dat onderscheid te maken zouden de dieren individueel getest moeten worden.
Overgenomen
De niet-besmette, niet-drachtige dieren op besmette bedrijven zouden wellicht gevaccineerd kunnen worden. Ook daarover willen de ministers een aanvullend advies.
Alle andere adviezen van het deskundigenoverleg zoals het uitwerken van een dekverbod op besmette bedrijven - worden onverkort overgenomen.
Aanvullend
Al op 10 december komt het aanvullende advies van het deskundigenoverleg (Q-koorts (Kamerbrief, 16 december 2009). Dat houdt vast aan het ook ruimen van de niet-besmette drachtige geiten. Om extra risico's te vermijden.
Niet-drachtige dieren, besmet en onbesmet, op gevaccineerde bedrijven hoeven niet geruimd te worden.
En het tankmelkonderzoek moet in de lammerperiode de eerste helft van 2010 elke twee weken gedaan worden.
21 december
Op 16 december komen de ministers Verburg en Klink met een nieuwe brief aan de Kamer. Met de definitieve plannen.
Er wordt op besmette bedrijven geen onderscheid gemaakt tussen besmette en niet-besmette dieren. Dat is te tijdrovend. En het risico dat de tests niet helemaal betrouwbaar zijn is te groot.
"De Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA) begint maandag 21 december met het ruimen van drachtige dieren op besmette bedrijven."
Dramatisch
De dieren worden op de bedrijven gedood en in vrachtwagens afgevoerd voor destructie. Vervoer van besmette, drachtige dieren naar het slachthuis levert onaanvaardbare gezondheidsrisico's op.
Voor de betrokken veehouders is de gang van zaken dramatisch. Een deel van de intensieve geitenhouders was bovendien in een vorig leven varkenshouder en heeft in 1997 de ruimingen wegens de varkenspest meegemaakt.
Het is de vraag of het zo ver had moeten komen. Eerder ingrijpen, zo blijkt uit alle stukken, had verspreiding van de Q-koorts epidemie kunnen helpen voorkomen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden en uiteindelijk restte er geen andere oplossing dan het doden van ruim veertigduizend geiten en hun ongeboren geitenlammetjes.

»
»
»
video
video
video
»
»
»