Nederlandse soldaten op patrouille in Indonesië
Foto: Instituut Militaire Geschiedenis Door verslaggever Pauline Broekema
"Wat is Indië prachtig!", juicht marinier Lex in een brief aan thuis, in Haarlem. Hij is juist gearriveerd met het troepentransportschip de Zuiderkruis. Op 5 februari 1949 meldt hij vanuit Sabang dat hij genoten heeft van pisangs, klappers, mango's en ananassen. Enkele dagen later kan hij in Batavia eindelijk weer eens behoorlijk baden, een borrel drinken en "daverend" eten. "Ik voelde me weer zo volkomen mens worden."
De dienstjaren in Indonesië zullen Lex de Savornin Lohman beelden bezorgen die hij nooit meer van zijn netvlies krijgt.
Jullie weten niets
Op 1 maart 1949 vanuit Surabaya: "Ik zit weer eens op wacht. Nu bij de brug, tegen sabotage, controle op wapens en smokkelarij. Het is hier zo mooi met het uitzicht op de bergen en al dit groen en al die mensen met fruit en geen haast en blote voeten. En dan zijn er nog jongens die dit volk haten, hoe meer ze ze zien."
Klachten heeft hij niet. "Behalve over de voorlichting in Holland. Jullie weten niet van de toestanden, van Indië, van ons."
Hij ziet bittere armoede. Kinderen die aan hun lot worden overgelaten. Twee jongetjes die bij de kazerne rondhangen. "Geen ouders, geen thuis, zorgen voor zichzelf. Weten niet hoe oud ze zijn. Ik denk 6 of 7."
Bajonet
De jonge marinier herinnert zich de bezetting weer, dan tenslotte nog maar vier jaar geleden. "Er is hier veel dat aan de moffen doet denken", schrijft hij. De avondklok. Machtswellust. Hij beschrijft een pesterij. Bij een brug controleren ze burgers op wapens. Een collega prikt met zijn bajonet in zakken rijst.
"Dat zakken vernielen is stomweg baldadigheid." Ook zijn er jongens die onder dreiging van hun wapen een betjakrijder dwingen 's avonds laat nog een rit te maken. Of vrouwen beledigen door ze op straat uit te lachen. "En dat", schrijft de jonge soldaat, "zijn de kleinigheden maar."
Meer over dit onderwerp:
- Verboden foto's uit Nederlands-Indië
- 'Emotioneel was hij kapot'
- Kinderen Indië-veteranen lijden onder oorlog
Zonderling is het leven
Lex is in Indië geboren en als kleuter met zijn ouders teruggekeerd naar Nederland. In zijn geboorteland komt de herinnering aan de geuren weer boven, de geluiden, de baboe, die hem in haar slendang droeg.
Eind maart bezoekt hij het graf van zijn zusje. Herstelt het scheefgezakte kruis. "Wat zonderling is het leven dat ik daar na 17 jaar als militair zwaar gewapend zou komen te staan, het is eigenlijk zo onzinnig."
Handgranaat
Hij gaat langs bij vrienden van zijn ouders. En in die deels vertrouwde sfeer is er ook de gruwelijke realiteit van een koloniale oorlog. Een legertruck rijdt op een door opstandelingen geplaatste mijn. Twee militairen raken zwaar gewond.
Bij een andere patrouille wordt vanuit een boom een handgranaat in een jeep gegooid. De militair achter de mitrailleur is op slag dood. Onder het wachtlopen denkt Lex aan Hollandse geneugten. Zeilen. Hij mist de zee, schrijft hij. "Schuim en golven die zo ruisen als je er met de boeg doorheen gaat." Trouwens, kunnen ze hem op de Waterkampioen abonneren?
NSB kind
In mei 1949 woont hij in Trawas, op Java, in het decor van de koloniale vergane glorie. Tempo Doeloe. Een oud landhuis met een zwembad, maar totaal vervallen. Met bamboematten maken ze provisorische deuren en ramen. Lenen een petroleumlamp van de plaatselijke bevolking.
Hij vertelt thuis over zijn maten: een visroker uit Enkhuizen en een Amsterdamse bloembinder die vanwege zijn NSB-vader als kind veel is gepest.
Geslachtsziekte
Zestig jaar later vult de Savornin Lohman de brief aan met een verhaal dat hij toen ongeschikt achtte voor thuis. De Amsterdammer werkte als ziekenverpleger en moest 's avonds laat nog jongens behandelen die terugkeerden van de hoeren.
"Kregen heel pijnlijk een ontsmettingsvloeistof in de penis gespoten. Wie een geslachtsziekte had opgelopen en zich niet had laten ontsmetten, kreeg straf. Het ontsmetten viel niet onder medisch geheim dus." Ook beschrijft hij alsnog hoe hij na een avondje bridgen, waar de jeneverfles royaal rondging, dronken en kotsend wachtliep. "Had die luitenant natuurlijk niet mogen laten gebeuren."
Vernedering
Er was wel meer dat de leidinggevenden lieten passeren. Op 24 mei 1949 schrijft Lex een vriend. Na zestig jaar kreeg hij die vergeten brief weer te lezen. Daarin vertelt hij over een vrouw. "Waar drie jongens achter elkaar dankbaar gebruik van maakten."
Zestig jaar later noteert hij in de kantlijn: "Ik was erg geschokt door het geheel, dat je een vrouw zo kon gebruiken." Dat hij niet werd gevraagd voelde als een opluchting, maar ook een beetje als vernedering. "Ze vonden me kennelijk nog te veel een kind. Wat ik ook was natuurlijk."
Genadeschot
Het herlezen van de brief haalt nog een voorval boven, een traumatische gebeurtenis. Op een dag hadden ze een kampong omsingeld. Huis aan huis werd gezocht naar opstandelingen. Lex en een collega bleven achter. Met de opdracht vanaf de rand van het dorp te controleren of niemand probeerde te vluchten.
Toen zagen ze een oude man uit zijn huisje komen. In de ochtendschemering rekte hij zich uit. "Pang, mijn collega schoot hem neer. Terwijl er volgens mij geen sprake van was dat het een vluchtende man was. Daarna eindeloos wachten, tot we het signaal kregen dat we verder moesten. Daarop liep mijn collega naar de neergeschoten man, keek even, en schoot hem dood. Kwam terug. 'Ik heb hem maar een genadeschot gegeven, mijn vorige kogel had hem in zijn nek geraakt.' Of het om een zieke hond ging. Onschuldige, slaperige, oude man. Ik wist daar totaal geen raad mee."
Vrij jachtgebied
Spaarde hij eerder zijn moeder, een maand later schreef hij haar wel over excessen. Zijn peloton beveiligde een spoorlijn bij Djombang. Die werd regelmatig vernield door opstandelingen.
"Opdracht van de luitenant in een toespraak: deze spoorweg moet ten koste van alles klaar. Hij kost massa's Hollands kapitaal. Eén vernielde spoorbiels mag tien huizen en tien mensen kosten. Vrij jachtgebied."
In de rug geschoten
Die opdracht werd nageleefd. Zij het niet zo strikt. Maar er vielen doden. Boeren, die niets met de vernieling van de spoorlijn te maken hadden. Ook werden arrestanten gemaakt die bij de verhoren werden geschopt of met een stok geslagen.
Met opzet werd dan het hoofd geraakt. Een dubbele vernedering. Omdat volgens de Indonesiërs de ziel in het hoofd huist. Er waren arrestanten die het er niet levend afbrachten. "Sommigen zijn weggestuurd na afloop en toen in de rug geschoten. Walgelijk."
Dienstsokken
In die wereld is de post een reddingsboei. En schrijfpapier een welkom geschenk. Geïnformeerd wordt naar de cadeauwensen in Holland. Slippers, pinda's, thee, cacao, specerijen? Of misschien een zilveren broche?
En andersom wil de dienstplichtige graag een paar sokken. Omdat de dienstsokken zo krimpen van het zweet. En filmpjes. Want die zijn in Indië of over de uiterste houdbaarheidsdatum heen of veel te duur: 6 tot 12 gulden per rolletje.
Roodwitte vlaggen
In augustus 1949 is een wapenstilstand van kracht. "In Toeban hadden een paar ploppers geprobeerd onze vlag te strijken en de hunne te hijsen, op klaarlichte dag, wapen in de hand. En de bevolking deed mee, roodwitte vlaggen uit. Wij mogen toch niet schieten. (...) laten ze de boel nu maar binnen drie maanden aan de TNI overdoen of aan het federale leger."
Eind augustus schrijft de jonge marinier: "Ik zal ondertussen Indonesië helpen klaarmaken voor de soevereiniteit door orde en rust te brengen."
Koude rillingen
Langzamerhand schemert in de brieven de terugkeer door. Studeren. Maar geen corpslid worden. Aan zo'n leven kan hij na de Indische ervaringen toch niet meer wennen.
Op 28 december stuurt Lex een brief uit Soerabaja, aan de vooravond van de soevereiniteitsoverdracht. Hij beschrijft de beladen overdracht van twee schepen aan de Indonesiërs. "Toen de vlag van de twee overgedragen korvetten werd neergehaald kreeg ik de koude rillingen over mijn rug. Nu lopen ze er in troepen over heen, op ontdekkingsreis, want zoiets hebben ze nooit eerder gezien."
Hereniging
De laatste brief is geschreven op 2 maart 1950. Het geboorteland verdwijnt uit het zicht. Aan boord van de Groote Beer geniet Lex van zijn eerste Hollandse maaltijd.
Groente, aardappelen, 's avonds een macaronischotel en later op de avond kadetjes met limonade. Hij mijmert over het weerzien. Het liefst ziet hij bij de hereniging in de haven alleen zijn allernaasten. "Jullie zijn het dierbaarst." En of ze alvast een pak klaar willen leggen. Zijn uniform is langzamerhand te afgedragen. "Tot over twee weken, een stevige omhelzing voor allemaal, Lex."
Deel deze pagina
»
»
»