Nederland is niet goed voorbereid op extreme klimaatveranderingen als het gaat om de gevolgen voor de landbouw, de natuur en de volksgezondheid. Dat stellen Nederlandse wetenschappers in een rapport dat is gemaakt in opdracht van minister Cramer van Milieu.
De wetenschappers pleiten voor verder onderzoek naar de gevolgen van vooral de grootste extremen in klimaatverandering. Het rapport, dat is opgesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL, dat de overheid adviseert voor het klimaatbeleid) in samenwerking met het KNMI en de Universiteit Wagegingen (WUR), stelt verder dat Nederland wel goed is voorbereid op stijging van de zeespiegel.
Maar over andere mogelijke problemen moet worden nagedacht, vindt Leo Meyer, onderzoeker van het PBL. "Als de opwarming van de aarde onverhoopt sneller gaat, ook al is die kans klein, dan betekent dat meer hittegolven, meer verdroging van landbouwgrond, een verdere afname van de soortenrijkdom. Dat moeten we niet over ons heen laten komen."
Lees het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving: News in Climate Science
De wetenschappers schrijven verder dat er geen reden is om te twijfelen aan de wetenschappelijke inzichten van het laatste rapport van het International Panel on Climate Change (IPCC), het internationale klimaatpanel van de Verenigde Naties.
Warmste jaren
Volgens het rapport gaat de opwarming van de aarde door. De laatste tien jaar stijgt de gemiddelde temperatuur op aarde wel minder hard. Daar staat tegenover dat acht van de tien warmste jaren, sinds de temperatuur wordt geregistreerd, in de periode vanaf 2000 vallen.
De snelheid van opwarming is wel langzamer dan in vorige decennia. Volgens het rapport laten recente publicaties zien dat dit komt door goed begrepen natuurlijke variaties. De claim dat de wereldwijde opwarming is gestopt na 1998, is in tegenspraak met de lange termijn. Voor de lange termijn wordt verwacht dat de opwarming verder doorzet.
Het ijs op Groenland en Antarctica smelt sneller dan in 2007 werd geschat. Ook neemt het oppervlak en de dikte van het zee-ijs in het Noordpoolgebied steeds meer af. Aan de andere kant zal de zon de komende decennia mogelijk minder actief zijn. Dit zou de wereldwijde opwarming in de komende 20 tot 30 jaar met 0,2 graden Celsius kunnen afremmen. Het is volgens de onderzoekers te vroeg om uit deze waarnemingen conclusies te trekken voor de lange termijn. De scenario's van het IPCC die gaan tot het jaar 2100 blijven daarom vooralsnog geldig.
Deel deze pagina
»
»
»