Door correspondent Margriet Brandsma
Het grootste probleem van de Groenen, voluit Bündnis 90/Die Grünen, is dat de partij geen aansprekend gezicht meer heeft. Misschien wel daarom voert de partij campagne met een duo: Renate Künast en Jürgen Trittin.
Ze waren allebei minister in rood-groene regeringen van Gerhard Schröder (SPD) en Joschka Fischer de man die de Groenen letterlijk en figuurlijk gezicht gaf. Maar Fischer is niet meer actief in de politiek, Künast en Trittin moeten het op eigen kracht doen.
Ze gaan de boer op met bekende groene thema's. Veel milieu dus: stoppen met kernenergie, geen gentechniek in de landbouw, meer energie uit duurzame bronnen, om een paar thema's te noemen. De Groenen zien niets in de slooppremie, een maatregel uit het investeringsprogramma van de regering-Merkel.
Wie z'n oude auto naar de sloper brengt en een nieuwe koopt, krijgt een premie van 2500 euro. Met belastinggeld subsidiëren we zo oude techniek, schamperen de Groenen, want aan de premie hangt niet de voorwaarde dat je de schoonste auto koopt.
Nieuwe oppositiejaren
De afgelopen vier jaar waren de Groenen, na zeven jaar regeringsverantwoordelijkheid, weer oppositiepartij. In de spelletjes wie-met-wie-na-de-verkiezingen spelen ze (volgens de peilingen halen ze zo'n 12 á 13 procent van de stemmen) in veel formaties een rol.
Maar geen van de combinaties lijkt erg realistisch. De wat de Groenen betreft meest wenselijke, een nieuwe coalitie met de SPD, al helemaal niet. Daarvoor staat de SPD er te slecht voor. Jammer voor Künast en Trittin, die immers weten hoe prettig het regeringspluche aanvoelt, maar de kans dat de Groenen vier nieuwe oppositiejaren te wachten staan, is aanzienlijk.

»
»
»