Als je door het noorden van Engeland rijdt is het toch altijd weer even schrikken. Deze regio, eens het industriële hart van de wereld, is een sterfhuis. Neem Stoke-on-Trent. Een stad die omsingeld lijkt door de ondergang. Hier bloeide eens de aardewerkindustrie en leverde de stad het porselein en glaswerk aan de hele wereld.
Dit is er wat er over is gebleven. Vervallen fabrieken, dichtgetimmerde ramen. Kapotte regenpijpen. Stoke is een halve spookstad geworden. Grauw, grimmig en deprimerend. Wat overblijft is niet meer dan de schaduw van een glorieus verleden.
Steden als deze worden het hardst getroffen door de economische crisis. De afgelopen weken gingen duizenden banen verloren, onder meer bij winkelketen Woolworths. Harde klappen vielen bijvoorbeeld bij de beroemde porseleinfabrikant Wedgwood. Die is nu officieel failliet verklaard. Honderden mensen verloren hun baan. De stemming aan de poort is somber.
Wedgwood
Even verderop, in de winkel van Wedgwood is alles strerk afgeprijst. Het mag niet helpen. Slechts een enkele klant komt langs. De aanschaf van duur porseleinen servies is niet bepaald een prioriteit in tijdens als deze. Josiah Wedgewood, die dit bedrijf 250 geleden oprichtte, ziet zo zijn naam langzaam wegkwijnen Geen verrassing.
De neergang had zich tientallen jaren al ingezet. De kredietcrisis geeft alleen de nekslag. Wat overblijft is niet meer dan een museum.
Moderne bedrijven zoals deze machinefabriek waren de toekomst voor de regio. Maar ook hier heeft de economische crisis toegeslagen. De helft van het personeel is ontslagen. De rest is bang dat ze ook snel zonder werk zitten.
De baas van de fabriek heet een petitie ingediend bij de premier. De regering moet actie ondernemen. Anders is er straks niets meer over van de Britse industrie.
Groot-Brittannië, de geboorteplaats van de industriële revolutie, is veranderd in een mortuarium. De industrie in dit land is op sterven na dood.
Deel deze pagina

»
»
»