Op 10 maart 2009 werd herdacht dat de Tibetaanse opstand tegen het Chinese communistische regime precies vijftig jaar geleden plaatsvond. Na die neergeslagen opstand vluchtte de dalai lama naar India.
Negen jaar eerder, in 1950, viel het Rode Leger van Mao Tibet binnen. Tot die tijd was Tibet een boeddhistisch land, waarbij het geloof en de cultuur diep in de maatschappij geworteld zaten.
Tibet voor de Chinese tijd
Mao wilde alle gebieden die volgens hem ooit tot China hadden behoord annexeren, om verder te gaan als één groot communistisch 'Chinees Moederland'.
Het boeddhistische, pacifistische Tibet had geen leger om van te spreken: het kleine leger was niet getraind en beschikte over verouderde wapens. Het kostte China dan ook niet veel moeite om Tibet in te nemen.
Communisme
Onder het communisme verdwenen boeddhische tempels en andere religieuze uitingen en tradities uit Tibet. Als geestelijk leider vreesde de dalai lama voor zijn leven.
Op 10 maart 1959 kwam het Tibetaanse volk in opstand. Die opstand werd bloedig neergeslagen en de dalai lama vluchtte naar India, waar hij politiek asiel kreeg. Zo'n 80.000 Tibetanen volgden hem.
Regering in ballingschap
Sinds 1960 zetelt in Dharamsala in India de Tibetaanse regering in ballingschap. De dalai lama reist sindsdien de wereld rond om aandacht te vragen voor de Tibetaanse kwestie en voor schending van de mensenrechten in Tibet.
Tot eind jaren 80 pleitte hij daarbij voor volledige onafhankelijkheid van Tibet. De laatste twintig jaar is hij echter voorstander van autonomie van het land, een standpunt dat andere Tibetaanse organisaties hebben overgenomen.
De dalai lama wordt verwelkomd in India
Deel deze pagina

»
»
»