De burgeroorlog in Sri Lanka is één van de langst durende oorlogen ter wereld. Het conflict heeft sinds de jaren 70 aan zeker 70.000 mensen het leven gekost. Een veelvoud daarvan is op de vlucht geslagen. De economische ontwikkeling van Sri Lanka ligt door de oorlog in feite al decennia stil.
Tijdens de Britse overheersing woonden er op het eiland - toen Ceylon genoemd - twee bevolkingsgroepen: Singalezen, boeddhistisch en de meerderheid, en Tamils, hindoes die ruwweg een kwart van de totale bevolking uitmaakten. Maar deze minderheid werd door de Britten wel aan onderwijs en goede banen geholpen, tot frustratie van de Singalezen.
Nadat de Britten in 1948 waren vertrokken, verschoof de macht langzaam maar zeker van de Tamils naar de Singalezen. Zij namen wetten aan die het eiland verder wilden 'singaliseren': het Engels werd vervangen door het Singalees, de beste banen gingen voortaan naar Singalezen.
Onafhankelijke staat
Deze ontwikkeling versterkte onder de Tamils de roep om een onafhankelijke staat te stichten in het noorden en oosten van het eiland, waar de meeste Tamils wonen. In 1976 werden de Tamil Tijgers opgericht. Zij wilden met geweld de gedroomde eigen staat afdwingen.
Tussen 1976 en 1982 pleegden de Tamil Tijgers terreuraanslagen. De regering sloeg hard terug. De spanningen werden groter toen in 1982 de politieke arm van de Tamil Tijgers, de TULF, uit het parlement werd gezet. Dit leidde tot nieuwe onlusten, vooral in het door de Tamils gedomineerde noorden van het eiland.
Een jaar later werd de spanning vergroot nadat de regering het leger naar de Tamilgebieden had gestuurd. In Jaffna, in het noorden van het eiland, werden dertien militairen gedood door de Tamil Tijgers. De moordpartij leidde tot een golf van geweld die drie dagen aanhield.
In die drie dagen vermoordden Singalezen duizenden Tamils en zij staken Tamilhuizen, steden en -dorpen in brand. De schattingen van het dodental lopen uiteen. De regering houdt het op 6000, volgens de Tamils kwamen 15.000 mensen om. Om aan de geweldsspiraal te ontkomen, vluchtten nog eens duizenden Tamils naar India.
Stabiel
In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw was de situatie op Sri Lanka kritiek, maar stabiel. Met zekere regelmaat pleegden de Tamil Tijgers aanslagen, met evenveel regelmaat nam het regeringsleger wraak.
In 2002 wisten de Noren een staakt-het-vuren te bemiddelen dat de jaren daarna redelijk standhield. Maar in november 2005 ging het weer mis. De hardliner Mahinda Rajapaksa werd tot president gekozen en hij verklaarde dat autonomie voor de Tamils er niet inzat en dat er een einde zou komen aan het vredesproces. In het jaar daarop vielen 200 doden bij nieuwe gevechten tussen de rebellen en het leger.
Het Sri Lankaanse leger veroverde in de jaren 2007 en 2008 steeds meer gebied op de Tamil Tijgers in het noorden en oosten. Enkele belangrijke Tamilbolwerken werden ingenomen, waaronder begin 2009 de de facto hoofdstad van het Tamilgebied, Kilinochchi.
De Tamil Tijgers slaan soms nog wel terug, maar de aanslagen lijken een laatste stuiptrekking te zijn van een eens zo krachtige rebellenbeweging. Maar een rebellenbeweging of terreurbeweging laat zich tegelijkertijd ook niet gemakkelijk uitroeien, zie de ETA of de (Real) IRA.
Deel deze pagina
»
»
»