In de Opiumwet wordt onderscheid gemaakt tussen hard- en softdrugs. Onder harddrugs vallen heroïne, cocaïne, LSD en ecstasy. Hasj en marihuana vallen onder de softdrugs: drugs met minder risico's voor de gezondheid.
Het gebruiken van drugs is in Nederland niet strafbaar, maar bezit, handel, verkoop en productie zijn dat wel. Zaken met harddrugs worden zwaarder bestraft en ook het grootschalige handelen en produceren van drugs worden harder aangepakt dan kleine dealers en gebruikers.
Volgens de letter van de wet is de verkoop van kleine hoeveelheiden in coffeeshops strafbaar, maar in de praktijk worden coffeeshops niet vervolgd als ze zich houden aan de zogenaamde AHOJ-G-criteria.
AHOJ-G-criteria
De coffeeshops mogen geen reclame maken (
Affichering), geen
Harddrugs verkopen, geen
Overlast veroorzaken, geen
Jeugd onder de 18 toelaten en geen
Grote hoeveelheden (meer dan 5 gram per keer) verkopen. Ze mogen niet meer dan 500 gram softdrugs in voorraad hebben.
Door het toestaan van gecontroleerde coffeeshops hoopt de overheid dat de softdrugsgebruiker niet met harddrugs in aanraking komt.
Achterdeur
Hoewel de verkoop van wiet bij de voordeur van coffeeshops gereguleerd is, is de aanvoer bij de achterdeur dat niet. De toenmalige minister van Justitie Sorgdrager kon dat eind jaren negentig niet aan het buitenland verkopen. Vooral Frankrijk was kritisch op het beleid en noemde Nederland een "narco état". In 2000 nam de Tweede Kamer een motie aan om de toelevering aan de achterdeur te reguleren, maar die motie werd nooit uitgevoerd omdat Nederland gebonden was aan internationale verdragen.
Ook in 2005 was er in de Tweede Kamer een meerderheid van SP, GroenLinks, PvdA, Groep Lazrak, D66, VVD en de LPF om de achterdeur te reguleren. Inmiddels is de VVD afgehaakt.

»
»
»