Afpersingsgelden Endstra via Paarlberg?

Door Lex Runderkamp



Het is niet uit te sluiten dat de vermoorde vastgoedhandelaar Willem Endstra afpersingsgelden heeft betaald via vastgoedhandelaar Jan Dirk Paarlberg. Dat blijkt uit een analyse van het zakelijke verkeer tussen de twee vastgoedbaronnen die Pieter Lakeman heeft uitgevoerd op verzoek van de NOS. Lakeman is directeur van SOBI, de Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie.  



De NOS beschikt over het verweerschrift dat advocaat Gabriel Meijers afgelopen week inbracht in de zaak tegen Willem Holleeder. Daaruit moet volgens Meijers blijken dat de vastgoedbaronnen gewoon zaken deden. Pieter Lakeman is het niet met Meijers eens. 



"Uiteindelijk geeft het verweerschrift van Paarlberg steun aan de stelling dat Paarlberg ten onrechte 27,5 miljoen euro van Endstra heeft gekregen."



Vertraging

Het rapport van advocaat Meijers leidde afgelopen week tot vertraging in het proces Holleeder. Lakeman doet geen uitspraak of er zichtbaar sprake is van afpersingsgelden. Willem Holleeder komt in het hele dossier van 200 pagina's niet voor. 



"Maar Endstra heeft in feite 27,5 miljoen aan Paarlberg gegeven," aldus bedrijvenonderzoeker Lakeman, die de financiële perikelen rond de jachthaven in IJmuiden heeft geanalyseerd. Paarlberg en Endstra deelden tot 1999 hun belangen in de ontwikkeling van die jachthaven. 



Endstra nam de verlieslijdende bv's over maar gaf wel een financiële garantie dat alle leningen en kosten voldaan zouden worden. Paarlberg kreeg zijn aandelen in de jachthaven later voor niets terug. En dankzij de garantiestelling van Endstra waren de aandelen plotseling 27,5 miljoen waard, aldus Lakeman.



Verweerschrift

Het verweerschrift van de advocaat van Jan Dirk Paarlberg schiet zijn doel volledig voorbij, aldus Lakeman. Ook het Openbaar Ministerie heeft belangrijke conclusies niet getrokken. Volgens Lakeman moet nader uitgezocht worden wanneer Endstra de zogeheten "continuïteitsgarantie" voor het jachthavenprojekt vastlegde. Want dat is dan de datum waarop "onverplicht" Endstra's portemonee is opengetrokken.



Het rapport van advocaat Meijers is overgenomen door de advocaat van Willem Holleeder. Hij zal er gebruik van gaan maken in zijn pleidooi voor de rechtbank op maandag 19 november. 



Bronnen binnen het Openbaar Ministerie zeggen niet onder de indruk te zijn van het verweerschrift van advocaat Meijers. Het rapport is niet openbaar gemaakt.





Reactie mr. Gabriel Meijers


De bevindingen van de heer Lakeman behoeven verbetering in ieder geval op de volgende gronden.

 

Zo gaat het niet om '27,5 miljoen euro'. De litigieuze betalingen betreffen ruim 17 miljoen euro, waarvan een deel betrekking heeft op Bayline (opbrengst vastgoed Bosch en Duin)een deel op Leopard (waarin Threeglen) en tenslotte een deel op HSIJ waar Lakeman het verder over heeft.



Justitie heeft geconstateerd dat aandelen in HSIJ eind 1999 en de aandelen van het moederbedrijf Xenia (en Ballados) in 2000 zijn (althans lijken te zijn) overgedragen in het kader van de algehele ontvlechting van belangen van Endstra en Paarlberg waarvoor al afspraken waren gemaakt. 



De verdenkingen van Justitie zijn gebaseerd op de verklaringen van Endstra. Hij beweert dat hij eind 2002 gedwongen zou zijn die aandelen in Xenia weer terug over te dragen en dat hij alsnog heeft moeten betalen voor een lening en de aandelen.



Daarbij heeft Endstra beweerd dat de lening niet volwaardig was en gesuggereerd dat ook het aandelenbelang geen waarde had, hoewel hij daarvoor wel getekend had. Daartegenover staat de visie van Paarlberg dat HSIJ en de lening wel waarde hadden en dat afgesproken was in 1999 dat Endstra daarvoor substantiële bedragen zou betalen maar dat toen nimmer heeft gedaan.



Het draait in deze zaak bovenal om de geloofwaardigheid van Endstra. Eén van de cruciale vragen voor is derhalve of het aandelenbelang in Xenia en daarmee indirect HSIJ en de lening aan HSIJ eind 1999 begin 2000 al dan niet een substantiële waarde vertegenwoordigden.



Afgaande op het persbericht meent Lakeman dat daarvoor belissend zou zijn 'wanneer Endstra de zogeheten "continuïteitsgarantie" voor het jachthavenprojekt vastlegde. Want dat is dan de datum waarop "onverplicht" Endstra's portemonee is opengetrokken.' Lakeman stelt ook: 'Paarlberg kreeg zijn aandelen in de jachthaven later voor niets terug. En dankzij de garantiestelling van Endstra waren de aandelen plotseling 27,5 miljoen waard, aldus Lakeman.'

  

Het verweerschrift zoals Lakeman dat ook heeft ingezien, vermeldt in III.5.2.6 met betrekking tot de door Lakeman genoemde 'continuïteitsgarantie' (iets anders dan de continuïtetsparagraaf!): 'Uit het onderzoek van Justitie blijkt dat Marpollo althans Endstra zich vanaf 1998 garant stelt voor de continuïteit van HSIJ. 



Ervan uitgaande dat Marpollo/Endstra economisch rationeel handelt, moet dat ook betekenen dat Marpollo (lees: Endstra) in HSIJ een waarde zag die het negatieve vermogen aanzienlijk overtrof.' Het is Lakeman derhalve bekend dat de continuïteitgaranties dateren van lang voordat er sprake kan zijn geweest van de door Endstra beweerde afpersing. Ze dateren al van voor de (eerste) overdracht van aandelen eind 1999. De continuïteitsgarantie werd kennelijk nodig geacht door de accountant.



Er bestaat geen enkele grond voor de veronderstelling van Lakeman dat Paarlberg toen daarmee 'onverplicht Endstra's portemonnee (heeft) opengetrokken' en dus volgens Lakeman Endstra toen al zou hebben afgeperst. Dat vindt juist ook geen steun in de overdracht die in 2000 heeft plaatsgevonden. Het is nonsens te veronderstellen dat Paarlberg de hand zou hebben gehad in een continuïteitsgarantie van Endstra voor 1998 teneinde 'dankzij de garantstelling' na het verkrijgen eind 2002 van de aandelen 'de aandelen plotseling 27,5 miljoen waard' te laten zijn.



Vervolgens moet worden opgemerkt dat de continuïteitsgarantie een relatief ondergeschikte rol in het verweer van Paarlberg speelt. Lakeman gaat daar aan voorbij. Er blijken nog veel sterkere aanwijzingen te zijn dat het aandelenbelang en de lening een aanzienlijke waarde vertegenwoordigden, zoals de continuïteitsparagraaf in de jaarrekening, het onderzoek en met name de aantekeningen van de accountant en andere uitvoerig behandelde gegevens zoals de toen en thans bestaande en levende ontwikkelingsmogelijkheden met zeer aanzienlijke winsten.



Het is jammer dat Lakeman zich kennelijk niet verdiept heeft in de vraag of de betekenis van het (negatieve) eigen vermogen beslissend is voor de waarde van een onderneming - zoals Justitie dat heeft gedaan - als het aankomt op ondernemingen die aan projectontwikkelling doen en zeer aanzienlijke investeringen moeten doen om in de toekomst winst te genereren. Naar aan te nemen is moet Lakeman hier uit ervaring een relevant oordeel over kunnen hebben. 



Tot slot moet nog opgemerkt worden dat Lakeman zich vooralsnog kennelijk niet verdiept heeft in de Bayline kwestie. Juist daar blijkt vrij eenvoudig dat aangenomen moet worden dat Endstra's verklaringen onbetrouwbaar zo niet 'vals' moeten zijn en dat Justitie juist geen enkel onderzoek heeft ingesteld naar een door haar louter veronderstelde betaling aan Paarlberg in mei 2000.



Wellicht is de heer Lakeman bereid wegens voortschrijdend inzicht aanvullend te rapporteren.



Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio