Parlementair onderzoek onderwijsvernieuwingen

De Tijdelijke Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen, oftewel commissie-Dijsselbloem,  is woensdag 21 november begonnen met haar openbare verhoren. 



Op 17 april van dit jaar heeft de Tweede Kamer ingestemd met de instelling van de commissie. Op 25 april is de Tijdelijke Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen geïnstalleerd. 



Samenstelling commissie: 

De commissie bestaat uit acht Tweede-Kamerleden. Bijna alle fracties zijn vertegenwoordigd. 



Voorzitter is de PvdA'er Jeroen Dijsselbloem. De andere leden zijn Bas Jan van Bochove (CDA),  Nathalie de Rooij (SP), Halbe Zijlstra (VVD), Martin Bosma (PVV), Tofik Dibi (GroenLinks), Cynthia Ortega-Martijn (ChristenUnie) en Boris van der Ham (D66). 

     

Enquêtezaal

De openbare verhoren worden gehouden in een aparte ruimte: de enquêtezaal. Deze zaal is speciaal gebouwd voor dit soort verhoren. 



Voorheen werden parlementaire enquêtes gehouden in de gebouwen van de Eerste en Tweede Kamer. Zo vond de Bijlmer-enquête plaats in de vergaderzaal van de Eerste Kamer en de Bouwfraude-enquête in de Oude Zaal van de Tweede Kamer. 

Maar inmiddels was er behoefte aan een 'eigen'ruimte. De enquêtezaal was in 2004 klaar. In datzelfde jaar heeft de commissie Grote infrastructurele projecten hier als eerste haar  openbare verhoren gehouden. 



Schema

Als eerste is Jos van Kemenade voor de commissie verschenen. Deze PvdA'er was minister van Onderwijs in het kabinet Den Uyl (1973-1977) en het kabinet Van Agt II (1981-1982). Jos Van Kemenade was een grote voorstander van de middenschool: een gezamenlijke opleiding voor alle  leerlingen van twaalf tot zestien jaar. Dat idee lag ten grondslag aan de basisvorming die in 1993 werd ingevoerd. 



Tineke Netelenbos (PvdA) sluiten de openbare verhoren op 7 december af. Deze drie PvdA'ers waren centrale figuren in de onderwijsvernieuwingen die de afgelopen twintig jaar zijn doorgevoerd. 



In totaal hoort de commissie zo'n zeventig mensen. Het gaat ook om schoolbestuurders, leraren, ouders en leerlingen. 



Wat wordt onderzocht?

"Het onderzoek van de commissie richt zich op de besturingsprocessen rond de implementatie van onderwijsvernieuwingen..." Zo staat te lezen in een aankondiging van de commissie voor de oprichtingsvergadering van 25 april.



De commissie wil dus weten wat er is misgegaan met de invoering van nieuwe onderwijs methodes als de basisvorming, tweede fase, het vmbo en het nieuwe leren. 



Dit is belangrijk – zo stelt de commissie, omdat er maatschappelijke onrust is over de onderwijsvernieuwingen van de afgelopen jaren. 



De commissie wil door het onderzoek inzicht krijgen in succes- en faalfactoren van recente en lopende onderwijsvernieuwingen zodat lessen getrokken kunnen worden voor toekomstige aanpassingen in het onderwijs.



Het onderzoek is verdeeld in drie fasen. Tijdens fase één wordt analyse en bronnenonderzoek gedaan. Fase twee is gereserveerd voor werkbezoeken en bijeenkomsten met het onderwijsveld. Er zijn gesprekken met direct betrokkenen, zoals leraren, ouders en leerlingen. In de derde en laatste fase (die dus nu loopt) moeten sleutelfiguren uit het onderwijs voor de commissie verschijnen. 



Ministers, beleidsmakers, parlementariërs, leraren, leerlingen en ouders worden ondervraagd. Voor de meeste gesprekken is een lesuur, 50 minuten, gereserveerd.



Wat gebeurt er met de conclusies?

Het parlementair onderzoek Onderwijsvernieuwingen is geen parlementaire enquête. Dat betekent dat leden die voor de commissie staan niet onder ede gehoord worden en dat getuigen niet verplicht zijn om te op komen dagen. 

Dat moet wél bij een parlementaire enquête. De Tweede Kamer heeft bewust gekozen voor een parlementair onderzoek;  een enquête werd een te zwaar middel geacht.

De tijd na 7 december gebruikt de commissie om het rapport op te stellen en conclusies en aanbevelingen te formuleren. Vlak na het kerstreces, vermoedelijk half januari, presenteert de commissie haar bevindingen. 



Commissievoorzitter Dijsselbloem: "Het is belangrijk dat het tempo erin blijft. Het gevoel van urgentie rond het onderwijs vraagt daarom. De commissie hoopt ook te kunnen bijdragen aan het doorbreken van de sfeer van malaise die rond het Nederlandse onderwijs hangt."

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio