1827
De Franse natuurkundige Jean-Baptiste Fourier introduceert het begip broeikas met betrekking tot de temperatuur op aarde. Hij voorspelt een atmosferisch effect dat het klimaat geleidelijk warmer zal maken.
Later in de negentiende eeuw
Wetenschappers wijzen op de gevolgen van de stijgende hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. De Zweed Svante Arrheniuys en de Amerikaan P. Chamberlain merken onafhankelijk van elkaar als eersten op dat de verbranding van fossiele stoffen de opwarming van de aarde kan versterken.
Na de ontdekkingen van Arrhenius en Chamberlain werd het onderwerp lange tijd niet behandeld. Al die tijd werd gedacht dat de invloed van mensen zeer klein was vergeleken bij natuurlijke verschijnselen zoals zonne-energie en oceaanstroming. Bovendien werd gedacht dat de oceanen zoveel kooldioxide opnamen, dat de verontreiniging automatisch teniet werd gedaan. Waterdamp werd gezien als een veel belangrijker broeikasgas.
1890 tot 1940
De gemiddelde temperatuur op aarde stijgt 0,25 graden Celsius.
1940 tot 1970
De aarde wordt gemiddeld weer 0,2 graden Celsius koeler. Er zijn klimatologen die een nieuwe ijstijd voorspellen. De belangstelling voor het broeikaseffect brokkelt af.
1979
De opwarming van de aarde verschijnt voor het eerst op de politieke agenda. In dat jaar wordt in Genève een internationale klimaatconfentie gehouden. De menselijke invloed op aarde wordt als een bedreiging voor het klimaat gezien.
1985
Een grote internationale conferentie in het Oostenrijkse Villach waarschuwt dat broeikasgassen "in de eerste helft van de volgende eeuw een temperatuurstijging zullen veroorzaken die het grootst is uit de menselijke geschiedenis." Intussen zijn de jaren tachtig een uitzonderlijk warm decennium. Zelfs de koudste jaren in deze periode zijn nog warmer dan de warmste jaren in hetzelfde decennium van de vorige eeuw.
1990
Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change), opgericht in 1988 door onder meer de milieu-organisatie van de VN, geeft aan dat de concentraties broeikasgassen vooral toenemen door menselijk handelen. Sinds het einde van de negentiende eeuw is de temperatuur aan het aardoppervlak tussen 0,3 en 0,6 procent hoger geworden. De zeespiegel stijgt 10 tot 25 centimeter.
1992
Voor het eerst wordt geprobeerd om bindende internationale afspraken te maken om de opwarming van de aarde door menselijke handelingen af te remmen. In Rio de Janeiro komen 154 landen overeen om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2000 niet boven het niveau van 1990 te laten komen.
1997
In het Japanse Kyoto worden quota vastgesteld voor de uitstoot van broeikasgassen. Landen krijgen de mogelijkheid hun quota onderling te ruilen. Overschrijdingen kunnen worden gecompenseerd door bijvoorbeeld bossen aan te planten. De VS weigert het Kyoto-protocol te ratificeren omdat de ontwikkelingslanden niet genoeg aan de afspraken bijdragen.
2000
Wetenschappers van het IPCC waarschuwen dat de aarde in de nieuwe eeuw in het slechtste geval zes graden opwarmt. Opnieuw wordt een internationale klimaattop gehouden, deze keer in Den Haag. Het lukt daar niet om alle landen op één lijn te krijgen over het Kyoto-protocol.
2001
Amerika stapt uit het Kyoto-protocol. De nieuwe president George W. Bush ziet de afspraken die in Japan zijn gemaakt als een bedreiding voor de economie van de VS. Na enige twijfel besluiten de andere landen om zonder Amerika door te gaan.
2002
De meeste industrielanden ratificeren het Kyoto-protocol, maar het plan kan pas worden uitgevoerd als meer (grote) landen meedoen. Omdat de VS als grootste vervuiler niet meedoet, staat of valt het verdrag met de deelname van Rusland.
2003
Wereldwijd is 2003 het op twee na warmste jaar en Europa beleeft de warmste zomer in vijfhonderd jaar. Ongeveer 30.000 (oudere) Europeanen overlijden als gevolg van de hitte.
2004
Het Kyoto-protocol heeft dankzij ratificatie door Rusland voldoende deelnemers. De landen die meedoen zijn samen goed voor meer dan 55 procent van de productie van broeikasgassen. In ruil daarvoor steunt Europa de Russiche toetreding tot de Wereld Handelsorganisatie.
2005
Op 16 februari, 90 dagen na de ratificatie door Rusland, treedt het verdrag officieel in werking.
2007
Het IPCC komt met zijn vierde rapport over klimaatverandering. Volgens de organisatie is het "zeer waarschijnlijk" dat de opwarming van de aarde wordt veroorzaakt door menselijk handelen. Dat betekent dat het voor 90 procent zeker is dat er een verband is tussen menselijk handelen en klimaatverandering. In een vorig rapport sprak het IPCC nog van "waarschijnlijk", dat een zekerheid aangaf van 66 procent.

»
»
»