Spanje is niet langer arm

Nederland is van oudsher een warm voorstander van Europese eenwording. Maar nu de Europese Unie vijftig jaar wordt, is onze Europa-liefde flink bekoeld. Dat maakt nieuwsgierig naar de stemming in de andere lidstaten van de EU.



Correspondent Rop Zoutberg polste het Europa-gevoel in Spanje



Op de wegenkaart van Spanje uit 1952 - ik kwam de Michelin-plattegrond tegen op de zondagsmarkt - zie je dat ooit amper buiten de Spaanse hoofdstad de ellende begon. Michelin geeft met streepjes de wegen 'in slechte staat' aan. En met kruisjes de verbindingen 'in zeer slechte staat'. De wegenkaart staat er vol mee. 



Ruim een halve eeuw en een dode dictator verder staat Spanje er beduidend beter voor. Het land trad in 1986 samen met Portugal toe tot de Europese Unie. Spanje kon daardoor floreren als nooit eerder in haar geschiedenis. Sinds de toetreding kwam bij grote projecten in de infrastructuur een kwart van de benodigde gelden uit Brussel. 



Je hebt het over tientallen miljarden die dankzij Europa in de snelle modernisering van Spanje konden worden gestopt. Alleen al in de periode 2000–2006 ontving Spanje ruim 55 miljard (!) euro uit Europese steunfondsen. Miljarden werden dankzij cohesiefondsen (in totaal 12 miljard) geïnvesteerd in wegen, spoorlijnen en vliegvelden. 



Hypermodern

De razendsnelle modernisering die Spanje als gevolg doormaakte, is vandaag de dag goed zichtbaar. 



Nergens lijkt het land nog op de gele wegenkaart uit 1952. Onder Madrid en Bilbao zoeven hypermoderne metro's. Hogesnelheidslijnen razen richting Barcelona. Een peperduur stelsel van snelwegen verbindt voor het eerst steden in het bergachtige noorden van het land. 



Wie goed zoekt - bijna standaard worden de projecten als persoonlijke verdienste van ministers en lokale burgemeesters opgevoerd - ontdekt bij de werken de bordjes met het blauw en de sterren van Europa. Bij de aanleg van het nieuwe snelle spoor naar Valladolid kwam tachtig procent (een lieve som van 1,8 miljard) van de financiering uit Brussel. Bij de metrolijn naar het Madrileense vliegveld Barajas liep het percentage zelfs op tot 85 procent. 



Van arm naar rijk

Toch gaat voor Spanje de kraan de komende jaren dicht. Volgens de begroting van de Europese commissie blijft het land de komende zes jaar weliswaar een van de grote ontvangende landen van de Unie. Spanje krijgt tot 2013 in ieder geval 31 miljard euro uit de steunfondsen gegarandeerd. 



Maar dat is al met al per saldo 24 miljard mínder dan de vorige begrotingsperiode. 



De verwachting is dat na 2013 het land verder naar beneden tuimelt op de prioriteitenlijst van de unie. De doodeenvoudige reden daarvoor is dat Spanje niet meer als 'arm' wordt beschouwd. Volgens een studie van de Deutsche Bank groeit het land tot 2020 - tezamen met Ierland - sterker dan de andere lidstaten. Over tien jaar kan Spanje in economische omvang zelfs wel eens Groot-Brittannië voorbij streven. 



Littekens

Mooie cijfers, maar toch. De Spaanse deelstaten beginnen zich zorgen te maken nu steeds minder Europees geld naar hun projecten vloeit. "We gaan erop verliezen. Het kan toch niet zo zijn dat wij de uitbreiding van de Europese Unie moeten ophoesten?", morde de verantwoordelijke voor Financiële Zaken in Castilla en León tegenover El País. 



Jesús Caldera, minister van Werk en Sociale Zaken, is een andere mening toegedaan. "We treden langzaam maar zeker toe tot de club van rijke Europese landen. Het gaat ons goed. Ik denk dat we uiteindelijk niet zullen merken dat Brussel ons minder helpt", aldus Caldera tijdens een ontmoeting met correspondenten. 



Maar ook Caldera geeft toe dat littekens uit de jaren van de dictatuur in zijn land - ook in sociaal opzicht - nog altijd "gigantisch" zijn. 



Maar voor veel deelstaten is de constatering van die achterstand door het dictatoriale verleden niet voldoende. Zij eisen inmiddels flinke compensaties van de centrale overheid, voor het opdrogen van de fondsen uit Brussel. 



Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio