'Nee!' uit liefde voor Europa

Door Jan Marijnissen, fractievoorzitter van de SP in de Tweede Kamer



Veel Europeanen staan positief tegenover Europese samenwerking. Heel wat minder enthousiast zijn mensen over de Europese Unie. Een meerderheid van de Nederlanders is nog steeds tegen de Europese grondwet. Dit 'nee' is geen teken van nationalisme, maar kritiek op het functioneren van de EU.



Het heeft weinig zin om de Nederlanders nu opnieuw een Europese grondwet voor te leggen. Nederland behoort tot de zes landen die precies vijftig jaar geleden het Verdrag van Rome sloten, het begin van de Europese samenwerking. 



De Nederlanders (en Fransen) die in 2005 de mogelijkheid kregen om zich in een referendum uit te spreken, hadden veel ervaring met de Europese politiek. De voorstanders van de grondwet zouden zich meer moeten bekommeren om het wantrouwen van deze burgers.



Betrokken

Dit wantrouwen tegen Europa is in de eerste plaats gevoed omdat mensen zich niet betrokken voelen bij Europese beslissingen. De euro is bijvoorbeeld ingevoerd zonder dat mensen zich daarover hebben kunnen uitspreken. 



Nationale regeringen hebben Europa ook gebruikt om impopulaire maatregelen te rechtvaardigen; de verzelfstandiging van de nationale spoorwegen, het busvervoer en de energiebedrijven is doorgevoerd met het argument dat het 'moest van Europa'. 



Kritiek op Europa krijgt nauwelijks een plaats in het publieke debat. Tijdens de grondwetcampagne van 2005 werd het 'nee'-geluid in Nederland vertegenwoordigd door een kleine minderheid van de volksvertegenwoordiging. Dit representatieprobleem geldt ook voor vakbonden, milieu- en ontwikkelingsorganisaties én voor wetenschappers en journalisten.



Om het verloren vertrouwen terug te winnen, moet in de Europese politiek de stem van de bevolking luider klinken. De Europese Commissie is de motor achter de Europese integratie, maar het initiatief voor Europese besluiten kan beter worden genomen door de Europese Raad, waarin de lidstaten zijn vertegenwoordigd. Belangrijk is ook dat erkend wordt dat de Europese eenwording een politiek project is.



Ingrijpende gevolgen

Met het Verdrag van Rome werd in 1957 de Europese Economische Gemeenschap opgericht. De ontwikkeling van een Europese vrije markt had echter ingrijpende politieke gevolgen. Naar neo-liberale principes moesten steeds meer publieke taken, die voorheen werden uitgevoerd door de overheid, worden overgelaten aan de markt. 



Het is een historische fout om het Europese project zo nauw te verbinden met een bepaalde politieke overtuiging. Het neo-liberale marktdenken werd zelfs vastgelegd in de Europese grondwet, dat daarmee een politiek document werd.



Vijftig jaar na het Verdrag van Rome staan we op een tweesplitsing; gaan we verder met het Europa van de markt, of kiezen we voor het Europa van de mensen? In dit Europa zijn zaken als onderwijs, gezondheidszorg, sociaal beleid, openbaar vervoer en volkshuisvesting primair een nationale aangelegenheid. 



Europese samenwerking wordt niet afgedwongen door de Europese Commissie, maar vindt plaats op initiatief van de lidstaten. De interne markt levert elke burger voordelen op, maar is nooit een reden om sociale verworvenheden af te breken waarvoor mensen nationaal hebben gekozen. Zolang dit Europa niet in beeld is zeg ik 'nee', uit liefde voor Europa.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio