Nederland is van oudsher een warm voorstander van Europese eenwording. Maar nu de Europese Unie vijftig jaar wordt, is onze Europa-liefde flink bekoeld. Dat maakt nieuwsgierig naar de stemming in de andere lidstaten van de EU.
Correspondent Tim Overdiek polste het Europa-gevoel in Groot-Brittannië
Gezocht en gevonden, een Britse man en vrouw die jubelend over de Europese eenwording praten. Het blijft voor de eiland-bevolking ook na vijftig jaar nog steeds een minderheid die zich echt onderdeel voelt van het Europese vasteland. Maar Madeleine Clark en Matthew Bovington vormen een uitzondering, die weer eens bevestigt dat de jeugd de toekomst heeft.
Madeleine is 16 jaar oud, Matthew 15. Ze waren met hun klasgenoten van een middelbare school uit Cirencester op bezoek in Londen, om verslag te doen van een Europese rondreis. Ze waren in Nederland en Duitsland, en deden wat tieners doen. Leeftijdgenoten ontmoeten, ervaringen uitwisselen en merken dat ze veel met elkaar gemeen hebben.
"Het klinkt misschien raar", zegt Matthew, "maar onze Engelse taal is juist een barrière. De meeste Europeanen spreken Engels naast hun moedertaal. Maar Britten voelen zich minderwaardig door hun onvermogen om een tweede taal te beheersen. Dat zorgt ervoor dat ze sneller in hun schulp kruipen als ze op vakantie gaan naar andere Europese landen."
De scholieren toonden foto's van hun belevenissen, en braaf keek een bedaagd gezelschap deze week in een statig regeringsgebouw in Londen naar de voorstelling. Veelal heren van boven de vijftig, die onder aanvuring van de Britse minister voor Europa Geoff Hoon het glas hieven op dat historische Verdrag van Rome dat een halve eeuw geleden werd ondertekend.
Pleitbezorger
Hoon is de onvermoeibare pleitbezorger van de EU-gedachte en heeft vermoedelijk meer vrienden in Brussel dan in eigen land. Hij kent de scepsis in het Verenigd Koninkrijk en, zei hij tijdens de receptie, groeide er zelf mee op. "Als we met het gezin op vakantie gingen naar Frankrijk, dan deden we als Britten ons uiterste best om vooral geen Frans te spreken."
Herkenbaar gelach in de zaal. Maar anno 2007 voelt Hoon een stuitende gêne wanneer hij weer eens de zoveelste aanval op de Brusselse bemoeienis over zich uitgestort krijgt. "Vooral als ik naar Birmingham vlieg, voel ik de aanvechting om op te staan, me om te draaien en uit te roepen: Hallo, we vliegen allemaal goedkoop dank zij de Europese Unie."
Het is een klein, maar veelzeggend voorbeeld. Het Europa-gevoel is vooral negatief, merkt Hoon, en dat terwijl er zoveel positieve ontwikkelingen zijn waar het Verenigd Koninkrijk van profiteert. Maar die blijven onderbelicht, omdat het zo modieus is om goedkoop af te geven op de regelneven aan de andere kant van het Kanaal. Zelfs na vijftig jaar.
Vooroordelen
Daarom is de mening van Madeleine en Matthew zo verfrissend, ook al lepelen ze moeiteloos de rotsvaste vooroordelen op die ze nog steeds in hun omgeving horen. Matthew: "Europa staat op de tweede rang, na Groot-Brittannië en de Verenigde Staten." Madeleine: "De Britten beschouwen zich als de beste vrienden van Europa. Niet als familie."
Dat laatste geldt wel voor de twee tieners, en wat helpt in hun optimistische perceptie is het simpele feit dat Matthew een Franse vader heeft en Madeleine een Nederlandse moeder. Dus dat scheelt. Regelmatig bezoeken ze het land van hun voorouders, en als ze dan landgenoten tegenkomen, is hun verzuchting: "De Britten blijven altijd toerist."
De komende vijftig jaar komt wellicht een ommekeer. Moeten Madeleine en Matthew zich in dat opzicht richten op de oudere generatie, of kunnen ze beter hun saamhorige energie steken in de volgende generatie? Minister Hoon weet het wel: "Laat de oudere Britten maar zitten. De jeugd deelt muziek, kleding en straks ook dat gevoel van eenheid." Geduld blijft de remedie.

»
»