Nu het klimaat warmer wordt, staat Nederland een nieuwe strijd tegen het water te wachten. Een strijd die in het verleden al vaak in ons voordeel is beslecht en die de Nederlanders een grote reputatie van dijkenbouwers in de wereld heeft opgeleverd.
Een van de grootste prestaties die Nederland op dat gebied heeft geleverd, is de aanleg van de 32 kilometer lange en 90 meter brede Afsluitdijk, en de aansluitende drooglegging van de IJsselmeerpolders.
Op 28 mei is het precies 75 jaar geleden dat het laatste gat in de Afsluitdijk werd gedicht. De NOS blikt op die dag terug op de aanleg van dit unieke waterbouwwerk in een uur durend tv-programma, live vanaf de Afsluitdijk. Met daarin veel aandacht voor de betekenis van de dijk voor ons land.
Lely
Al halverwege de 19e eeuw waren er plannen om de Zuiderzee droog te leggen vanwege het overstromingsgevaar. Het plan dat uiteindelijk tot uitvoering kwam, werd ontworpen door ingenieur Cornelis Lely. Hij was prominent lid van de Zuiderzeevereniging die in 1886 werd opgericht om te onderzoeken of drooglegging haalbaar was.
Lely onderzocht de bodemgesteldheid, diepte en zeestromingen in de Zuiderzee. In diverse technische rapporten beschreef hij zijn plan om een lange dijk aan te leggen tussen Noord-Holland en Friesland en om stapsgewijs een deel van de Zuiderzee droog te leggen. Dat zou vijf polders moeten opleveren. Sluizen in de Afsluitdijk boden volgens zijn plan een oplossing voor de afwatering van de IJssel.
Watersnood
In 1913, toen Lely inmiddels Minister van Waterstaat was, werd inpoldering opgenomen in het regeringsprogramma, ondanks protesten van de visserijsector. Na de watersnood van 1916 waren de geesten rijp voor het megaproject en twee jaar later ging het parlement akkoord met de uitvoering van de Zuiderzeewerken.
Het plan-Lely bood Nederland niet alleen bescherming tegen de gevaren van de zee, maar leverde ook aanzienlijke stukken nieuw polderland op, dat door de kleigrond geschikt was voor de landbouw.
In juni 1920 werd het eerste deel van het werk aanbesteed: de aanleg van de 2,5 kilometer lange Amsteldiepdijk van Noord-Holland naar het eiland Wieringen. Bij dat project werd nuttige ervaring opgedaan die later van pas kwam bij de aanleg van de Afsluitdijk.
Hoewel de Afsluitdijk eerder in de planning stond, werd in 1927 al begonnen met de aanleg van de Wieringermeerpolder, vanwege de dringende behoefte aan nieuwe landbouwgrond. In 1930 viel deze eerste polder droog.
Werkgelegenheid
In 1929 volgde de aanleg van de Afsluitdijk. Het werk werd uitgevoerd door de Maatschappij tot Uitvoering van de Zuiderzeewerken (MUZ), een combinatie van aannemers, en leverde werkgelegenheid op voor jaarlijks zo'n vijfduizend arbeiders. De bouw kostte het voor die tijd astronomische bedrag van 120 miljoen gulden.
Er werd gewerkt vanuit vier locaties: de oevers Wieringen (Noord-Holland) en Zurich (Friesland) en de twee speciaal aangelegde werkeilanden Breezanddijk en Kornwerderzand.
Voor de aanleg werd gebruik gemaakt van keileem, dat taaier was gebleken dan zand of klei. Keileem was ruim voorhanden in Noord-Nederland en kon eenvoudig worden opgebaggerd in de buurt van de aan te leggen dijk.
Laatste gat
Op 28 mei 1932 om 13.02 uur was het zover: onder grote belangstelling werd het laatste gat in de Afsluitdijk gedicht en werd de Zuiderzee voor altijd IJsselmeer. Een jaar later, in september 1933, ging de Afsluitdijk officieel open voor verkeer.
Lely heeft de sluiting van de dijk zelf niet meer meegemaakt. Hij overleed in 1929 op 74-jarige leeftijd.
De spoorlijn waarmee in de oorspronkelijke plannen rekening was gehouden, is er nooit gekomen vanwege de hoge kosten van de aanleg.
Monument
Bij de plaats waar de dijk werd gesloten, staat nu een monument annex uitkijktoren, ontworpen door de architect Dudok.
Bij de ingang van de toren staat een bronzen reliëf van beeldend kunstenaar Hildo Krop. Het verbeeldt drie dijkwerkers die bazaltblokken plaatsen. Op het beeld staat: "Een volk dat leeft bouwt aan zijn toekomst."
Ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum is ter hoogte van het monument een replica van het beeld van Cornelis Lely geplaatst. Het origineel van dit beeld staat in Lelystad.
Markerwaard
Na de Afsluitdijk werden achtereenvolgens de Noordoostpolder, Oost- en Zuid-Flevoland aangelegd, bijna geheel volgens het plan dat Lely had opgesteld.
Alleen de vijfde geplande polder, de Markerwaard, is er nooit gekomen. Begin jaren negentig besloot de overheid dat het Markermeer behouden moest blijven als zoetwaterreservoir voor de drinkwatervoorziening en als belangrijk fourageergebied voor watervogels.
Het meest controversiële plan om de Markerwaard als tweede nationale luchthaven in gebruik te nemen, is tenslotte ook van tafel verdwenen.
Veiligheid
Alhoewel er geen acuut veiligheidsprobleem is, blijkt uit onderzoek dat de Afsluitdijk toe is aan een opknapbeurt. Bij een extreme storm zou er water over de dijk kunnen slaan. Ook de spui- en schutsluizen zijn dan mogelijk niet sterk genoeg.
Rijkswaterstaat onderzoekt welke maatregelen nodig zijn om de dijk 'veilig' te maken voor de toekomst. Met de stijging van de zeespiegel en de verwachting dat we te maken krijgen met extremere weersomstandigheden, zal de dijk mogelijk opgehoogd moeten worden om ons blijvend te beschermen tegen het water.
NOS: 75 jaar Afsluitdijk, 28 mei 2007:
12.30 - 13.30 uur, Nederland 2
18.10 - 19.00 uur, Nederland 1.

»
»