De Poolse spiegel voor Britten

Door correspondent Tim Overdiek in Londen



En telkens was daar weer de Pool. Of je nou in januari door de straten banjerde van Londen, in juni over het platteland onder Liverpool of in oktober langs de Liffey-rivier in het hart van Dublin, overal en altijd klonk de stem van de Poolse immigrant. Een aparte gewaarwording als nieuwbakken correspondent van het Britse eilandenrijk.

 

Onuitwisbaar was het beeld op die vroege dinsdagochtend in de Ierse hoofdstad. Iets voor zevenen arriveerde een volgepakte bus. Enkele reis Polen, via Londen naar Ierland. Elke dag. Die morgen stapte een jonge vrouw uit, jochie van twee in haar armen. Op de stoep stond haar man te wachten. Snelle omhelzing, tas uit het onderruim en weg waren ze.

 

Ik keek ze na, en was geroerd. De overige passagiers waren voornamelijk mannen, die op een of andere manier exact wisten welke kant ze op gingen in dat nieuwe, vreemde land. Binnen twintig minuten was de parkeerplaats volledig verlaten. Een zoveelste lichting immigranten die dank zij 'Europa' elders een tweede leven waren begonnen.

 

Toestroom

Iedere dag herhaalt dat beeld zich. Aan de toestroom van Poolse, Letse, Litouwse, Witrussische en andere Oosteuropeaanse werkzoekenden is nog lang geen eind gekomen. Beetje meer dan verwacht. Voorspeld was een golf van zo'n 13.000 buitenlandse arbeiders. Het zijn er inmiddels zo'n 600.000, en 'still counting'.

 

Juist in Dublin vond ik dat persoonlijk zo'n machtig gezicht. Jaren geleden emigreerde de hongerende bevolking massaal naar de Verenigde Staten. Dus, zou je denken, moest het land de gelukzoekers innig omhelzen. Niet helemaal. Dankzij de florerende economie zijn ze hard nodig, maar daaronder proefde je ongerustheid. Wat als het tij keert?

 

Inmiddels is er een eerste dam opgeworpen voor twee nieuwe EU-lidstaten, Roemenië en Bulgarije. In Groot-Brittannië en de Ierse republiek is 2006 een jaar van bezinning geworden, waarbij de emotie het gewonnen lijkt te hebben van de ratio. Want er is volop werk voor die gastarbeiders. Maar het onderbuikgevoel overschreeuwt het welkom.

 

Trots

Later in het jaar arriveerde ik in Crewe, een dorpje onder Liverpool, waar zo'n 15.000 Polen nodig waren en zijn in verwerkingsfabrieken. Ik schoof 's avonds aan bij een jong gezin uit Gdansk. Man, vrouw en twee kinderen. Hij bestiert een Pools winkeltje, zij helpt met de administratie. Ik moest en ik zou mee eten. Eenvoudig huis, grenzeloze trots.

 

Daar aan tafel, net als in Dublin en Londen, ontdekte ik hoe de geografische grenzen aan het vervagen zijn. Zelfs voor zo'n Euro-sceptisch eiland als het Verenigd Koninkrijk. Er is geen houden aan, en da's maar goed ook. Op zoek naar wat de Brit anno 2006 drijft, was het verrijkend om te ontdekken dat juist de Pool die Brit een spiegel voorhoudt.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio