Joseph Jankovich is na het neerslaan van de Hongaarse revolutie in 1956 het land ontvlucht om een beter bestaan op te bouwen in het buitenland. Sinds 1963 woont hij in Nederland, waar hij nu honorair consul is van de Hongaarse ambassadeur in Nederland.
Jankovich stamt uit een rijke, adellijke familie. In 1948 werd de familie door het communistische regime elk verworven recht en privilege ontnomen. Een studie was voor hem niet weggelegd.
De revolutie van 1956 maakte Jankovich (toen 21 jaar) bewust van het feit dat er kansen zijn om zelf iets van je leven te maken.
Toen de opstand uitbrak werkte hij als arbeider in een medicijnfabriek. Hij meldde zich aan bij de opstandelingen in Szentendre. Hij werd naar Boedapest gestuurd, om daar te melden dat de Russische troepen de stad al bijna omsingeld hadden.
Eenmaal aangekomen, kon hij niet meer terug. In Boedapest heeft hij meegedaan aan de vele demonstraties in de stad. Toen duidelijk werd dat de revolutie was mislukt, besloot hij naar het buitenland te gaan omdat hij voor zichzelf geen toekomst meer zag in Hongarije.
Nederland
Na een verblijf in diverse opvangkampen kon hij uiteindelijk gaan studeren in het Duitse Tübingen.
In 1963 trouwde hij met zijn Nederlandse vrouw, die hij twee jaar daarvoor had leren kennen. Ze gingen in Nederland wonen. Jankovich was directeur bij WECO (later Stork) in Eerbeek. In de jaren tachtig begon hij een eigen bedrijf in elektronische voedingen voor de industrie.
Jankovich is nu al acht jaar honorair consul en vanuit die positie doet hij veel voor Hongarije. Wat hem opvalt is dat de meeste Hongaren die het land destijds verlaten hebben, succesvol zijn in het buitenland. Eigenlijk is het een groot verlies voor Hongarije, dat juist die mensen toen zijn weggegaan, aldus Jankovich.
Deel deze pagina

»
»