Formaties in Nederland duren vaak erg lang. Dat is niet vreemd. Partijen die elkaar de afgelopen regeringsperiode nog hebben bestreden, moeten nu immers met elkaar samenwerken. Het duurt dan even voor er weer voldoende vertrouwen is om met elkaar in zee te gaan.
Langste formatie
De langste formatie was die van 1977. Maar liefst negen informateurs en formateurs kwamen er toen aan de pas om een coalitie te smeden tussen de PvdA, de grote winnaar van de verkiezingen, en het CDA. Na maanden overleg lag een inhoudelijk akkoord binnen handbereik, maar de coalitie ketste uiteindelijk af op de verdeling van de ministersposten.
Het kostte CDA-informateur Van der Grinten daarna een luttele maand om CDA en VVD bijeen te brengen. Op 21 november, 208 dagen na de verkiezingen, bereikten Van Agt en Wiegel een akkoord over de vorming van een centrum-rechts kabinet, tot grote schrik van links Nederland.
Paars
Ook de formatie van 1994, die ons land voor het eerst sinds 1917 een kabinet zonder het CDA opleverde, duurde lang: 111 dagen. De eerste poging om een paars kabinet te vormen, onder leiding van drie informateurs van PvdA, VVD- en D66-huize, mislukte dan ook. De kloof tussen PvdA en VVD op sociaal-economisch gebied bleek toch te groot.
Pas nadat PvdA-informateur Kok midden in de zomer met "een proeve van een regeringsprogramma" was gekomen, kwam er schot in de zaak. Het CDA, gedecimeerd in de verkiezingen, haakte om inhoudelijke redenen af, waarna PvdA, VVD en D66 verrassend snel alsnog tot een akkoord kwamen. Vijfentwintig dagen later was Paars I een feit.
Minderheidskabinet
De bovengenoemde kabinetten waren verzekerd van voldoende steun in de Tweede Kamer: het waren zogeheten meerderheidskabinetten. Dat is niet altijd het geval geweest. Zo benoemde koningin Wilhelmina na de bevrijding het kabinet-Schermerhorn, dat regeerde zonder mandaat van het parlement. Dat kabinet stond bekend als een koninklijk kabinet.
In 1982 trad na de breuk van de PvdA met het tweede kabinet-Van Agt een minderheidskabinet aan. Deze overgangsregering (Van Agt III) had als taak nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Zij had in de Kamer louter de steun van het CDA en D66, een minderheid dus. Ook de kabinetten Beel II (1958-59), Zijlstra (1966-67) en Balkenende III (2006) waren minderheidskabinetten, gevormd om de periode te overbruggen tussen de val van het kabinet en nieuwe verkiezingen. "
Het kabinet Cort van der Linden, dat regeerde tijdens de Eerste Wereldoorlog, was het laatste echte minderheidskabinet. Het kabinet bestond uit negen liberale en vrijzinnig-democratische ministers, en werd geleid door de laatste liberale minister-president van ons land.
Hoewel het geen meerderheid had in de Kamer, heeft het kabinet-Cort van der Linden een aantal belangrijke wapenfeiten op zijn naam staan. Zo maakte het met de grondwetswijziging van 1917 een einde aan de schoolstrijd. Ook werd het algemene kiesrecht toen een feit.

»