Door buitenlandredacteur Ivo Landman
Irak, bijna vier jaar na de val van Bagdad: een opeenstapeling van ellende. Bloedige aanslagen, sektarisch geweld, tienduizenden doden en nog meer vluchtelingen en een falende strategie van de coalitietroepen.
Aan het eind van 2006 staat Irak op een kruispunt. Vertrekken de buitenlandse militairen, woekert de burgeroorlog tussen soennitische en sjiitische milities voort of kan de stabiliteit terugkeren met hulp van de buurlanden?
Het jaar begint in Irak met de uitslag van de parlementsverkiezingen op 21 januari. De Sjiitische Alliantie wint, maar haalt geen meerderheid. Er gaan maanden van coalitiebesprekingen voorbij voordat de nieuwe premier, Jawad al-Maliki, zijn uiteindelijk toch door de soennieten en Koerden gesteunde regering kan presenteren.
Intussen is dan het al jaren sluimerende sektarische geweld in volle hevigheid uitgebarsten. De sjiieten in het zuiden van het land waren al razend over de bloedige aanslag op 5 januari bij de heilige schrijn in het pelgrimsoord Kerbala. Als ze op 22 februari de beroemde koepel van de gouden moskee in Samarra de lucht in zien vliegen kan een reactie niet uitblijven.
Doodseskaders
Gedurende de maanden die volgen worden duizenden burgers vermoord, zowel bij soennitische aanslagen als door sjiitische doodseskaders. Nog meer slaan op de vlucht naar ' veilige' gebieden in Irak of naar Jordanië. Het sektarische, deels ook etnische bloedbad overschaduwt al snel alle andere vormen van geweld, zelfs al gaan de aanslagen tegen Iraakse soldaten, politieagenten en coalitietroepen in alle hevigheid door.
Kortstondige successen van de coalitietroepen, zoals de luchtaanval waarbij in juni al-Qaida-leider al-Zarqawi wordt gedood, kunnen dat beeld niet doorbreken. De troepen moeten zich ook nog keer op keer verdedigen tegen beschuldigingen van bloedbaden en onnodig geweld. De onderzoeken naar de incidenten in Haditha, Hamdaniya en Ishaqi doen noch het imago, noch het moreel van de troepen veel goed.
De Amerikaanse legerleiding ziet zich al snel gedwongen de strategie aan te passen. Het onderlinge geweld in Bagdad neemt zulke vormen aan dat een militaire macht van 12.000 man extra naar de hoofdstad wordt gehaald om de veiligheidssituatie te verbeteren zonder veel succes.
Syrië en Iran
In Washington en Londen staat drie jaar na de inval de terugtrekking van de coalitietroepen wier aanwezigheid volgens sommigen een oplossing onmogelijk maken hoog op de agenda. In de VS zet de Irak Studiegroep onder leiding van oud-minister James Baker een nieuwe koers uit. Het merendeel van de gevechtstroepen moet in 2008 weg zijn, schrijft de commissie. En Iran en Syrië een moeten een rol krijgen bij de stabilisatie van het door onrust en geweld geteisterde buurland.
Die stap wil het Witte Huis, dat de afgelopen jaren een koude oorlog voerde met Teheran en Damascus, nog niet zetten. Maar de druk van het nieuwe door de Democraten beheerste Congres om de troepen terug te trekken neemt toe. Ook de Britten willen Basra in 2007 al overdragen aan de Iraakse troepen.
Strop voor Saddam
De architecten van de oorlog in Irak hadden gehoopt dat een doodvonnis tegen de vroegere dictator de Irakezen weer zou verenigen. Maar als het op 5 november zo ver is en Saddam Hussein tot de strop wordt veroordeeld, lijkt dat eerder meer olie op het vuur te gooien. Terwijl de sjiieten juichend portretten van de gehate ex-dictator verbranden, scanderen soennieten in Mosul oude Baath-slogans.
Na het vonnis wordt druk gespeculeerd over de datum waarop het vonnis zal worden voltrokken. Op 29 december, een dag voor het begin van het offerfeest in Irak, zwelt de geruchtenstroom aan. Na uren wachten in spanning gaat om even na vier uur 's nachts het nieuws van de executie de wereld rond: Saddam Hussein, de gehate dictator, is death by hanging.
In Irak worden beelden vertoond van Saddam met de strop om zijn nek. Op enkele plaatsen gaan feestende Irakezen de straat op. Maar zoals president Bush in een reactie op de voltrekking van het vonnis zegt: het geweld is daarmee niet voorbij. Binnen enkele uren na de executie ontploffen er bommen in Kufa en Bagdad.
Wangedrag
Aan het einde van het jaar komen ook de troepen die Nederland in 2003 en 2004 in Zuid-Irak had gestationeerd weer in het nieuws. Militairen van de MIVD zouden Iraakse gevangenen hebben gemarteld, koppen verschillende kranten. Ze waren onder druk gezet met gebruik van skibrillen, fel licht, harde muziek, en het gooien van water.
De Haagse politiek reageert geschokt en verbijsterd op het vermeende wangedrag, en minister Kamp van Defensie gelast direct een onderzoek zelfs al had het Openbaar Ministerie eerder al geconcludeerd dat er niets strafbaars was gebeurd. De nieuwe onderzoekscommissie zal de feiten aan een meer gedetailleerde studie onderwerpen.
Een onderzoek naar de Nederlandse deelname aan de 'Coalition of the Willing' komt er intussen niet in Den Haag. Ondanks aandringen van de linkse partijen vindt Balkenende dat niet nodig. Volgens hem was de inval in Irak te wijten aan Saddam, die de VN-resoluties aan zijn laars lapte.

»