Latijns-Amerika gaat een spannend jaar tegemoet, met verkiezingen in acht landen. Een paar presidenten zullen zeer waarschijnlijk mogen aanblijven, voor anderen is dat nog niet zeker. Één ding is wel zeker, bijna alle landen zullen eind 2006 een linkse president hebben. Chili opent het drukke verkiezingsjaar met haar nieuwe, linkse, leider.
Chili heeft een nieuwe president. Michelle Bachelet won gisteren in de tweede ronde met 53 procent van de stemmen van haar rechtse rivaal Sebastián Piñera. Bachelet leidt de linkse coalitiepartij Concertación. Een verbond van socialisten en christen-democraten. De Concertación is sinds de terugkeer van de democratie in Chili, in 1990, onafgebroken aan de macht.
Zo op het eerste gezicht lijkt Bachelet dus geen opmerkelijke keuze. Toch schuilt er een verrassing in de winst van Bachelet. Want in macho-land Chili, met een dominante katholieke kerk, is zij de eerste gekozen vrouwelijke president van Zuid-Amerika.
Tweedeling
Bachelet belooft de kiezers dat ze de kloof tussen arm en rijk in haar land wil verkleinen. Ze staat hierin niet alleen, want dit onderwerp staat in de hele regio hoog op het lijstje van verkiezingsboodschappen. Ondanks de economische groei in de regio, is de tweedeling tussen tussen de puissant rijken en de in grote armoede levende massa in Latijns Amerika steeds groter geworden.
Die groeiende armoede is een voedingsbodem voor de opmars van populistische, nationalistische politici die al een paar jaar aan de gang is. Zo won eind vorig jaar Evo Morales de presidentsverkiezingen in Bolivia. Morales is door het arme indiaanse deel van zijn land in het zadel geholpen. Hij wil de gas en olie-industrie van Bolivia nationaliseren en de macht van de multinationals in zijn land inperken.
Zo hoog als Morales scoort bij de indiaanse aanhang, zo mager is de steun voor president Toledo van Peru, ook van indiaanse komaf. Toledo is de Peruaanse variant op The American Dream: van indiaanse schoenpoetser tot president. Met een groot kiezersmandaat nam hij in 2001 intrek in het presidentieel paleis.
Corruptie
Maar het lukt hem niet om banen te creëren en hijzelf en kringen rond hem worden beschuldigd van vriendjespolitiek en corruptie. Zijn populariteit slinkt snel en voor de verkiezingen in april dit jaar gooit opnieuw een nationalistische leider, Ollanta Humala, hoge ogen.
Ook in Mexico en Brazilië lijkt het doek te vallen voor de huidige leiders. In Mexico ligt president Vicente Fox in de peilingen achter op zijn belangrijkste tegenstander, de linkse voormalige burgemeester van Mexico-Stad Andres López Obrador. En in Brazilië, het machtigste land van Latijns Amerika, blijkt president Lula da Silva populairder buiten zijn landsgrenzen dan daarbinnen.
Het corruptieschandaal rond zijn partij, de PT, is daar de oorzaak van. Hoewel Lula schijnbaar zelf geen blaam treft, hebben de beschuldigingen zowel hem als zijn partij grote schade berokkend. Zijn kans op herverkiezing klein. Lula werd vóór zijn verkiezingen door de VS beschouwd als een "rood gevaar", maar tegenwoordig denkt het Witte Huis daar anders over. Ze zien hem nu als een gematigd linkse president, die bovendien politici als Morales in het gareel zou kunnen houden.
Drugs
Er is nog een president die Washington liever niet ziet vertrekken: de Colombiaan Álvaro Uribe. Goed nieuws voor hem: hij zal dat waarschijnlijk ook niet hoeven. De conservatieve Uribe zegt zelf nog vier jaar nodig te hebben om zijn anti-drugs en gewapende groepen-politiek tot een succes te maken. Opiniepeilers zeggen dat de Colombiaanse kiezers hem in mei die kans ook zullen geven.
Nog een blijvertje is president Hugo Chávez van Venezuela. Als het aan Chávez ligt wordt zijn invloed in Latijns-Amerika alleen maar groter. Hij wil zijn 'Bolivariaanse revolutie' over het hele continent verspreiden. Venezuela is de facto een eenpartij-staat.
De oppositie heeft de parlementsverkiezingen in november vorig jaar geboycot, waarna de Chavistas alle zetels in het parlement hebben ingenomen. Eind dit jaar gaat Chávez op voor zijn derde termijn en tot nu toe wijzen alle signalen erop dat hem dat gaat lukken.
Midden-Amerika
En als afsluiter zijn er nog drie kleine landen met grote problemen: Haiti, Ecuador en Nicaragua. De eerste twee landen worden nu nog geleid door een interim-regering. Haïti is het armste land in de regio en wordt geplaagd door politieke chaos en geweld. Verkiezingen zouden al in november vorig jaar worden gehouden, toen in januari en nu waarschijnlijk in februari. Waarschijnlijk, want de organisatie ervan geeft grote problemen.
In Ecuador willen twee mannen interim-leider Palacios opvolgen. Ook hier ligt de socialistische kandidaat voor in de peilingen. In het Midden-Amerikaanse landje Nicaragua, tot slot, wordt de huidige president Bolanos gesteund door Washington, maar vanuit zijn eigen gelederen is die steun vele malen minder.
En ook de oude Amerikaanse luis in de pels, de Sandinist Daniel Ortega wil opnieuw proberen president te worden van Nicaragua. Al deze verkiezingsperikelen in de regio leiden tot gefronste wenkbrauwen en zorgwekkende economische analyses bij politici en economen buiten Latijns Amerika. Vooral in de Verenigde Staten.
