Justitie ziet Mohammed B. als één van de leiders van de Hofstadgroep. Internetsocioloog Albert Benschop, die de aanwezigheid van leden van de Hofstadgroep op internet heeft onderzocht, vermoedde al langer dat Mohammed B. een sleutelfiguur in een terreurnetwerk zou zijn.
In een interview met het Radio 1 Journaal stelde hij dat B. voorafgaand aan de moord op Van Gogh een aanzienbare hoeveelheid teksten op internet had gepubliceerd. "Over die teksten is veel gediscussieerd. Het was niet zo moeilijk om hem als leider eruit te pikken", aldus Benschop.
Campagne
Volgens de socioloog werd voorafgaand aan de moord intensief campagne gevoerd op het net: maandenlang verschenen op verschillende sites posters met het hoofd van Van Gogh, doorzeefd met kogels.
De AIVD heeft volgens Benschop de dreiging onderschat. "De AIVD had dingen preciezer moeten bekijken, in kaart moeten brengen. Mensen vergeten wel eens wat het verschil is tussen het virtuele en de werkelijkheid."
Volgens Benschop gebruikten Mohammed B. en anderen het internet niet direct om terreurdaden voor te bereiden, maar wel om hun boodschap te verspreiden, zich onderling te verbinden en nieuwe rekruten te vinden. "Ze wilden de posities duidelijk maken waarvoor zij in het strijdperk zijn getreden."
Opvolgers
Inmiddels zijn de opvolgers van B. al in beeld, stelt de socioloog. Hij noemt onder meer de kerstboodschap die namens de vrienden van B. op internet was uitgegeven. Benschop had het over "een aubade aan B.".
In het filmpje werd onder andere verteld waarom bepaalde mensen het verdienen te sterven en worden strijders opgeroepen om door te gaan op de weg die B. heeft ingeslagen.
Benschop roept de AIVD op zijn internetvleugel te versterken. "Daar is al een begin mee gemaakt, maar die mensen moeten goed opgeleid worden, zodat radicale netwerken goed in kaart gebracht kunnen worden."

»