Een jaar geleden hielden Jan Marijnissen, Hans van Baalen, Ronald Plasterk en Thijs Berman een weblog bij over het Grondwet-referendum. Nu blikken ze terug - en vooruit. Vandaag de bijdrage van Volkskrant-columnist en wetenschapper Ronald Plasterk.
Barroso zit nog in de ontkenningsfase, maar die Grondwet is echt dood. "Dertien landen hebben voorgestemd, en dan kunnen twee landen het toch niet blokkeren", roepen de ontkenners vertwijfeld. Maar dat miskent dat Engeland blij het referendum heeft afgeblazen na de twee 'nee'-stemmen, blij om de regering de afgang te besparen, want er is niemand die eraan twijfelt dat Engeland nee had gestemd.
En Polen en Denemarken en Tsjechië waarschijnlijk ook. Duitsland en België hebben wel geratificeerd, maar dat is alleen omdat ze daar de bevolking niet om haar mening gevraagd hebben. Hoe dan ook: tevoren was afgesproken dat de belangrijke stap van het instellen van een Europese Grondwet slechts kon plaatsvinden op basis van unanieme steun van alle leden.
Moeilijke vragen
Een jaar en een maand geleden wist ik nog niet wat ik zou stemmen bij het Referendum. Ik twijfelde, en probeerde via columns moeilijke vragen te stellen. Enerzijds ben ik voor Europa en voor Europees samenwerken, anderzijds tegen een extra bestuurslaag met alle bureaupolitiek van dien.
Macht zou alleen dan naar een centraal orgaan mogen gaan als er een strikte noodzaak voor is, en een werkelijk effectief democratisch toezicht. De antwoorden vielen tegen, vooral omdat ze zo tegenstrijdig waren.
Kort samengevat luidden ze: ten eerste is het helemaal geen Grondwet, ten tweede is het ontzettend belangrijk dat deze Grondwet er komt, en ten derde hebben we hem eigenlijk al lang, want het is nauwelijks meer dan het verdrag van Nice!
Dat werd aangevuld met argumenten dat onze economie geheel tot stilstand zou komen als we nee zouden stemmen (terwijl de landen die het economisch het beste doen juist niet in de eurozone zaten, zoals Zwitserland, Engeland en Noorwegen), en uiteindelijk bleken de voorstanders zelf onvoldoende erover hadden nagedacht, en bij grote twijfel kun je beter even pas op de plaats maken.
Geen spijt
Nu, een jaar later, heb ik daar geen spijt van. De Nederlandse regering zingt nu een ander liedje dan een jaar geleden. Toen was het dreigen met oorlog, het licht dat uit ging, Auschwitz, toen was het eerst de bevolking vragen wat ze zou stemmen, ja of nee, en haar vervolgens intimideren en ridiculiseren in geval ze nee zou kiezen.
Nu wordt gezegd dat we goed moeten zorgen dat Europa slechts die bevoegdheden krijgt die echt nodig zijn om grensoverstijgende zaken te regelen. Nu wordt erkend dat Brusselse bemoeizucht ingeperkt moet worden.
Nu wordt ook expliciet gezegd dat tot in het absurde doorgevoerde argumenten van markt-egalisatie niet tot gevolg mogen hebben dat Nederlandse gemengde publiek-private arrangementen in de problemen komen, in de zorg, woningbouwverenigingen, onderwijsinstellingen, en openbaar vervoer.
Kortom, men is ietsje beter gaan luisteren; als dat het effect is van de nee-stem, dan was dat een goed signaal.
Stopcontact
Maar nu verder. Bijna niemand in Nederland is tegen goed samenwerken met de rest van Europa, op punten als veiligheid, asielbeleid, terrorismebestrijding, en men is ook niet tegen het op elkaar afstemmen van markten (waar blijft het Europese stopcontact, en wanneer gaan ze in Engeland rechts rijden?).
Europa zou zelf het goede voorbeeld kunnen geven door de Straatsburgse locatie op te heffen, door voortaan als enige voertaal het steenkolenengels te gebruiken, door de twee permanente zetels in de Veiligheidsraad van Frankrijk en Engeland te vervangen door één Europees lid.
De nationale betrokkenheid bij Europa zou vergroot moeten worden door de Europese besluitvorming veel meer te laten indalen in de lidstaten, bijvoorbeeld door de leden die de Raad van Ministers vormen in hun eigen parlementen tevoren een mandaat te geven (en achteraf ter verantwoording te roepen).
De stemmingen in de Raad van Ministers zouden openbaar moeten worden. Voor het doelmatiger functioneren van de Europese Unie kan het aantal leden van de Europese Commissie drastisch worden ingeperkt; hoe meer leden hoe meer neiging om zich in detail met het beleid van de lidstaten te bemoeien.
Dierenparken
Er moet een nieuw verdrag komen. Daarin moet worden vastgelegd dat op terreinen als onderwijs, cultuur, media, gezondheidszorg, bescherming van het leven, sociale zekerheid, volkshuisvesting en huwelijksrecht de nationale staat als enige bevoegd is, ook wanneer dat tot inperking van het vrije verkeer van goederen en diensten leidt.
Gemeenten moeten vrij zijn om instellingen te subsidiëren die bijdragen aan het algemeen welzijn, zoals stadions, dierenparken en theaters.
Er zijn ook onderwerpen waar juist een sterker Europa nodig is. Binnen de Europese Unie moeten de lidstaten hun buitenlands beleid en hun beleid ter bestrijding van het terrorisme op elkaar afstemmen.
Het buitenlands beleid is onder meer gericht op veiligheid, mondiaal milieubehoud, internationale armoedebestrijding en de behartiging van Europese belangen inzake de wereldhandel.
Normen
Op sommige terreinen is het een gemengd beeld: de lidstaten zouden autonoom moeten zijn inzake de BTW, terwijl de Unie wel minimumnormen inzake de winstbelasting vaststelt (om een fatale "race to the bottom" te voorkomen).
Voor milieu moet de Unie zich richten op de beperking van de uitstoot van verontreinigende stoffen, maar weer niet op normen voor waar in de lidstaten gebouwd mag worden.
Als de wonden gelikt zijn, zou het goed zijn de discussie op de inhoud te richten. Het zou een grote fout zijn te hopen dat na een extra jaar afkoelen de Europese burger nu door de pomp zou gaan. De komende tijd moet gebruikt worden om hard te werken aan een alternatief plan voor Europa.

»
»
»