De Duitse verkiezingen stonden eigenlijk pas voor 2006 gepland. Waarom gaat Duitsland nu al naar de stembus?
De regerende sociaal-democratische SPD besloot in mei van dit jaar dat het beter was om de verkiezingen een jaar eerder te houden. De partij kwam tot die conclusie na een grote verkiezingsnederlaag in de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen.
De verkiezingen in de deelstaat werden gewonnen door de christen-democratische partij CDU. De SPD behaalde met ongeveer 37 procent van de stemmen het slechtste resultaat in meer dan vijftig jaar. Dat betekende een einde aan de rood-groene coalitie in Noord-Rijnland-Westfalen en ook een eind aan de machtige positie die de SPD al 39 jaar innam in de aan Nederland grenzende deelstaat.
Dichtbevolkt
Dat deze nederlaag er zo hard inhakte bij de SPD, heeft te maken met het belang van de deelstaat. Noord-Rijnland-Westfalen is met 18 miljoen inwoners de meest dichtbevolkte deelstaat. Bijna 20 procent van alle Duitse kiezers woont hier.
Schröder zei kort na de verkiezingen dat er door deze nederlaag geen politieke basis meer was voor zijn beleid en hoopt met vervroegde landelijke verkiezingen "duidelijke steun" te krijgen voor zijn hervormingsplannen.
Werkloosheid
De huidige bondsregering van SPD en Die Grünen regeert sinds eind 1998, na zestien jaar conservatieve CDU/CSU op het pluche. Velen dachten dat de grote werkloosheid (vier miljoen mensen zonder werk) in Duitsland nu stevig zou worden aangepakt. Ondanks een aantal succesvolle hervormingen door de rood-groenen, vormt de werkloosheid zeven jaar later weer een groot probleem. Dit voorjaar bereikte het werkloosheidscijfer een recordhoogte van vijf miljoen. En dat kostte Schröder een hoop kiezers in Noord-Rijnland-Westfalen.
Sommige deskundigen zien de vervroegde verkiezingen als politieke zelfmoord voor de sociaal-democraten, omdat de SPD van Schröder in de peilingen op zwaar verlies stond op het moment van de nederlaag in Noord-Rijnland-Westfalen. Daarom is het ook niet verrassend dat ook de oppositiepartijen heil zagen in vervroegde verkiezingen. Inmiddels is Schröder met zijn partij weer wat ingelopen op de oppositie.
De nederlaag in Noord-Rijnland-Westfalen was niet de eerste voor de SPD. Door een reeks verloren verkiezingen in deelstaten heeft de oppositie een grote meerderheid in de Bondsraad, de Duitse Eerste Kamer, verkregen. Daardoor is de regering al steeds meer aangewezen op samenwerking met de oppositie.
Grondwet
De Duitse grondwet heeft - om te voorkomen dat politieke partijen steeds maar nieuwe verkiezingen uitschrijven als ze niet tevreden zijn met de uitkomst - vastgelegd dat vervroegde verkiezingen alleen kunnen worden uitgeschreven als de coalitie zijn meerderheid kwijtraakt. Aangezien daar nu geen sprake van was, moest Schröder de mening van de Bondsdag vragen. Alleen die Bondsdag kan beslissen om de verkiezingen eerder te houden.
Schröder stelde daarom in juni de zogenoemde 'vertrouwensvraag' aan het parlement, want pas bij een gebrek aan vertrouwen in zijn regering, kon Schröder vervroegde verkiezingen uitschrijven. Omdat de SPD samen met coalitiepartner de Groenen een meerderheid in de Bondsdag heeft, betekende dat dat een deel van de SPD- of Groenen-parlementariërs tegen de eigen coalitie moest stemmen.
Zijn rood-groene regering gaf hem inderdaad, zoals gewenst, onvoldoende steun. Daarop kon bondspresident Köhler formeel verkiezingen uitschrijven.
Trucje
Eenmaal eerder gebeurde het in de bondsrepubliek dat de bondspresident op deze manier nieuwe verkiezingen uitschreef. Kohl deed dit ook in 1982. Toen werd echter door de hoogste Duitse rechtsinstantie, het Bundesverfassungsgericht, bepaald dat deze manier van doen alleen bij uitzondering werd toegestaan.
Twee parlementariërs meenden dan ook dat het 'trucje' van de Bondskanselier tegen de grondwet indruist en hebben daarom een klacht ingediend tegen de ontbinding van de Bondsdag. Zij vinden dat Schröder de stemming op 1 juli heeft gemanipuleerd door zijn eigen aanhang te vragen niet voor hem te stemmen en zo de grondwet heeft misbruikt.
Het hoogste Duitse rechtscollege, het Federaal Constitutioneel Hof, onderzocht daarom of de vervroegde stembusgang niet in strijd was met de grondwet. Op donderdag 25 augustus kwam het verlossende woord: het Hof achtte de ontbinding van de Bondsdag door Köhler grondwettelijk, wat de verkiezingen op 18 september definitief mogelijk maakte.

»
»
»