Door Wouter Zwart, redacteur van het NOS Journaal
Kinderen zijn de eerlijkste mensen, wordt vaak gezegd. Ze maken geen onderscheid in huidskleur en ras, maar zien alleen personen. Dat gold ook voor Sunny Liu (30).
Als kind wist hij niet beter of hij was een Nederlands jongetje, geboren in de Rotterdamse volksbuurt Kralingen: "Gek eigenlijk, dat anderen jou later ineens tot buitenlander verklaren. Ik accepteer het. Ik zit in een Chinees lichaam en daar verander je weinig aan."
Sunny Liu behoort tot de tweede generatie Chinezen. Jonge volwassenen, wier ouders in de jaren zeventig naar Nederland emigreerden om te werken in de duizenden Chinese restaurants.
Boontjes
"Mijn vader en moeder kwamen uit Hongkong. Ze waren arm, laag opgeleid en hadden veel meegemaakt, zoals de Japanse overheersing, hongersnood, Mao's 'grote sprong voorwaarts'. Dingen waarvan de Nederlanders maar weinig wisten. Thuis in Kralingen hadden we een goede jeugd. Mijn twee zussen, mijn broer en ik kregen de ruimte om als Nederlander op te groeien. Dat was niet overal zo. Sommige leeftijdsgenootjes werden veel meer opgevoed met de Chinese taal en cultuurnormen."
De jonge Chinezen in Nederland hebben iets aparts. Ze zijn vaak hoog opgeleid, getalenteerd en ambitieus, maar toch doen ze nauwelijks van zich spreken in de maatschappij. Niet in de politiek, niet in de media en al helemaal niet op straat.
"Die schuwe houding is inherent aan ons volk. Chinezen zijn altijd geneigd om hun eigen boontjes te doppen. We lossen problemen liever zelf op, waardoor we een beetje buiten de maatschappij staan. Daarnaast hechten we sterk aan gezagsgetrouwheid en respect, waardoor Chinezen vrijwel nooit negatief in het nieuws komen."
Status
Het laat zich eenvoudig raden waar Liu op doelt. Steeds vaker berichten kranten over jongeren die de politie belagen en scholieren die een docent in elkaar slaan. Peter Ding kan maar niet begrijpen dat zoiets in Nederland gebeurt. Ding is voorzitter van de Vereniging van Chinese Scholen in ons land.
"Op onze scholen zou zoiets ondenkbaar zijn. Respect voor je docent is vanzelfsprekend in onze gemeenschap en een goede opleiding is van levensbelang." Dat was al zo tijdens de Chinese dynastieën, toen een hoge ambtenarenstatus alleen was weggelegd voor burgers die de keizerlijke examens met succes doorstonden. Ook nu geldt nog: wie zijn kinderen goed onderwijs schenkt, staat in hoog aanzien.
Ook Sunny Liu rondt dit jaar zijn universitaire studie sinologie af. Net als veel generatiegenoten kijkt hij met trots en vertrouwen naar de economische groei in zijn tweede vaderland China. Zelf droomt hij van een baan bij een Nederlands bedrijf of instituut dat investeert in China. Veel vrienden zag hij al vertrekken naar multinationals als ING, ABN-Amro en Philips.
Klankbord
Een goede ontwikkeling, vindt Liu, al is hij kritisch over het profijt dat de Chinese gemeenschap er van heeft. "Het zijn vaak individuele succesverhalen, maar wat geven die jonge talenten terug? Ze gaan voor eigen succes en zijn niet politiek of sociaal actief. Terwijl de Chinezen in Nederland juist een voortrekker nodig hebben; een georganiseerd klankbord waarmee ze eindelijk hun stem in Nederland laten horen."
Om de Chinese gemeenschap uit zijn isolement te halen, kwam vorig jaar het InspraakOrgaan Chinezen (IOC) tot stand. En dit jaar richtte Liu met een groep gelijkdenkende jongeren het Chinese Politieke Integratie en Participatie Fonds (CPIPF) op.
Hoewel hij veel van beide initiatieven verwacht, wijst Liu ook meteen op de zwakke plek. "Met zo'n integratieclub doe je eigenlijk weer precies wat je wil voorkomen: samenklitten. Wie echt wil integreren moet lid worden van een Nederlandse politieke partij. En dat gebeurt nog veel te weinig."

»
»
»