Hieronder de toespraak van Martin Verbeet, voorzitter stadsdeel Oost/Watergraafsmeer, tijdens de herdenkingsbijeenkomst voor Theo van Gogh in de Linnaeusstraat in Amsterdam.
Iedere dag fietste Theo van Gogh vanuit zijn huis in de kalme Watergraafsmeer langs de plek waar wij hier staan, midden in een buurt waar mensen uit vele delen van de wereld naast elkaar leven. Theo passeerde dit punt op weg naar zijn werk, zoals het maken van films, columns en interviews. Werk, waarin hij zijn visie op de wereld verbeeldde.
Wie in woord en beeld laat weten wat er mis is met de samenleving, wil zijn medemensen aanzetten tot nadenken en veranderingen. Om dat doel te bereiken daagde Theo van Gogh zijn publiek uit. Dat ging soms heel ver. Daar kon je het niet mee eens zijn. Maar dit is de vrije wereld. En het is aan columnisten de geest van mensen eens flink op te schudden en te verruimen. Daar was Theo van Gogh zeer bedreven in.
Zijn symbool van ironie was de cactus. Een cactus prikt en prikkelt als je hem aanraakt. De woorden van columnisten doen dat ook. Aan het einde van een aflevering van zijn programma Een prettig gesprek vroeg Theo zijn gasten om dit stekelige geschenk te kussen.
Wie een cactus kust, laat zien dat hij de gevolgen van die kus niet vreest. Daar gaat het immers om. Je nooit laten beperken door gevaar. Altijd bereid zijn om de grenzen te verkennen. Zelf stak Theo die grenzen keer op keer over.
Het prikkelen is dan ook een leitmotiv voor het ontwerp van het kunstwerk dat het stadsdeel ter herdenking van de moord zal plaatsen in het Oosterpark.
Theo van Gogh hoorde vanzelfsprekend bij Amsterdam. Altijd zijn mensen hier naartoe getrokken. Kunstenaars, geleerden, maar ook dissidenten. Mensen die luid en duidelijk uitkwamen voor hun mening. Ze kwamen overal vandaan. Dat is nog steeds zo. Al die bijzondere individuen hebben bijgedragen aan de typisch Amsterdamse eigenschap: jezelf laten zien en jezelf laten horen. Amsterdam is dan ook een smeltkroes van culturen en van stijlen. En daar zijn we trots op.
Met gedrevenheid volgde Theo de wereld. Hij stond daarin vooraan. Kunstenaars tonen ons de achterkant van het bestaan. Ook voegen zij aan het leven humor en schoonheid toe. Laten we vooral die kanten van Theo niet vergeten. Die hebben we meer nodig dan ooit.
Op onze buurt heeft de moord een enorme uitwerking gehad. Wij merken dat nog iedere dag. Bij alle narigheid die de dood van Van Gogh met zich meebracht, is daar nog wel iets positiefs over op te merken. Veel bewoners hebben doorgekregen dat ze elkaar niet meer domweg kunnen negeren. Dat ze een beetje normaal met elkaar moeten omgaan om in een prettige buurt te wonen. Bij een plotselinge scheldpartij over haar hoofddoekje reageert een gewone moeder van de kinderen van de school hier om de hoek ook terecht met "Je kent me niet eens". Mensen oordelen en veroordelen veel te gemakkelijk. Dat zal niet snel veranderen. Maar ieder stapje in de goede richting is er één.
Ook hierom staan we vandaag stil bij de daad van een jaar geleden.
Na de moord is er geenszins een diepe en verslagen stilte ingetreden. Integendeel. Heftiger en hartstochtelijker dan ooit hebben de onafhankelijke geesten in onze stad, en in dit stadsdeel luidkeels hun verontwaardiging verwoord en verbeeld. Omdat zij het eenvoudig niet pikken dat wie dan ook de mond wordt gesnoerd. De krankzinnige daad waarvan Theo van Gogh het slachtoffer is geworden, heeft daarom precies het tegenovergestelde effect gehad van wat de dader voor ogen stond.
Theo was een onafhankelijke geest. Hij uitte zich luid en duidelijk en soms onaangenaam. Maar de wereld is dan ook niet een zachtzinnig oord. Wie een betere wereld wil, zal er bitter voor moeten vechten. Theo van Gogh heeft daarvoor zijn geheel eigen voorbeeld gesteld. Met zijn onvervaardheid voor ogen zullen wij, ieder op onze eigen manier vechten voor een vrije en liefst ook opwindende en vrolijke samenleving. Zijn unieke combinatie van talent, onverschrokkenheid en ja, ook van plezier in wat hij deed, moeten ons inspireren en mogen we dus niet vergeten.

»
»
»