Sinds juli 2003 waakten 1350 Nederlandse militairen over de veiligheid in de Iraakse provincie al-Muthanna. In maart 2005 zijn ze volgens plan vertrekken, al hadden de Britten en Amerikanen graag gezien dat ze langer waren gebleven.
Aanvankelijk besloot het kabinet in 2003 op verzoek van de Verenigde Staten 1100 militairen naar Irak te sturen. De uitzending naar de Zuid-Iraakse provincie al-Muthanna vond plaats onder de vlag van de Stabilisation Force Irak (SFIR) op grond van VN-resolutie 1483 over de wederopbouw van Irak na de verdrijving van Saddam Hussein.
De meeste Nederlanders werden gestationeerd in Camp Smitty in as-Samawah, de overigen in ar-Rumaythah, al-Khidr, al-Tallil, al-Hillah, Bagdad en Basra.
Het woestijngebied bleek een oase van rust vergeleken bij plaatsen al-Fallujah waar coalitietroepen voortdurend onder vuur liggen. Maar toch zijn er sinds het begin van de missie twee Nederlandse doden gevallen en hebben er tientallen schotenwisselingen en aanvallen met mortiergranaten plaatsgevonden.
De eerste Nederlandse militair sneuvelde op 10 mei 2004. Een 36-jarige sergeant van de luchtmobiele brigade vond tijdens een patrouille in de buurt van as-Samawah in Zuid-Irak de dood bij een aanslag met handgranaten. Op 14 augustus 2004 kwam een 29-jarige wachtmeester van de marechaussee om toen hij met enkele andere Nederlanders in een hinderlaag reed.
Eric O.
Maar de grootste commotie ontstond juist om een Iraakse dode. Op 27 december 2003 werd een Iraakse plunderaar doodgeschoten. De marinier Eric O. werd ervan verdacht het dodelijke schot gelost te hebben. Hij werd in allerijl naar Nederland overgebracht, op verdenking van moord, doodslag, dan wel dood door schuld. De rechtbank sprak hem in oktober 2004 vrij; het gerechtshof deed dat in mei 2005.
In november 2003 sloeg politiek Den Haag de schrik om het hart, toen in Nasriye, niet ver van al-Muthanna, het hoofdkwartier van de Italiaanse carabinieri door een autobom verwoest werd, met tientallen doden tot gevolg. Gerustgesteld door de bevindingen van een Kamerdelegatie, die de regio bezocht had, werd toch besloten de Nederlande missie te verlengen.
De formele einddatum van de missie werd vastgesteld op half maart. Over een nieuwe verlenging, waar vooral de Britten en Amerikanen op aandrongen, waren de meningen scherp verdeeld. Ook de Japanners, die vlakbij de Nederlanders waren gelegerd maar geen gevechtstaken hadden, hadden graag in ieder geval een gefaseerd vertrek gezien.
Vertraagde afbouw
Maar een breed draagvlak in de Tweede Kamer was er niet. De PvdA en D66 waren mordicus tegen, VVD en CDA pleitten juist wel voor verlenging. Even werd gedacht over een 'vertraagde afbouw', eerst tot 650, dan tot 200 militairen. Volgens dat voorstel moest iedereen vóór 1 juli weg zijn. Maar minister Bot en premier Balkenende besloten uiteindelijk toch vast te houden aan de afgesproken vertrekdatum.
Half maart vertrok de hoofdmacht van de 1350 militairen als afgesproken naar Nederland. Een kleine groep bleef nog acht weken achter om de kampen te ontmantelen.

»
»
»