Bijna drie maanden na de verwoestende tsunami keert verslaggever Joris van de Kerkhof terug naar Sri Lanka, om een aantal reportages te maken voor het Radio 1 Journaal. Ook op deze site doet hij verslag van zijn bevindingen.
Hotel Coral Reef in Hikkabuwa. Inderdaad uitzicht op zee. Palmbomen op het strand. Kleine vissersbootjes in het water. Perfect. Toch klopt er iets niet. De maand maart is hoogseizoen in Sri Lanka. Ik ben de enige gast. De portier, en de bewaker schrikken: een toerist, daar hadden we niet op gerekend.
Hij kan de lichtknopjes niet vinden, weet niet waar de kussens liggen, de slaapkamerdeur kan niet dicht. Er komt bruin water uit de kraan. Maar er is een terras met uitzicht op zee. En de eerste reportage is gemonteerd.
Ik heb dezelfde route genomen als bij aankomst na de tsunami. De weg van hoofdstad Colombo naar het zuiden hield toen hier in Hikkabuwa zo'n beetje op. Opgebroken, kapotgeslagen door het water. Boten en treinrails over de weg. Overal brokstukken van stenen huizen.
Personeel
Dat is nu, drie maanden later, natuurlijk anders. Maar manager Michael Weyland van het dure kuuroord-hotel Lanka Princess spreekt toch van een tweede tsunami. Na kerstmis wilden de overwegend Duitse toeristen niet weg uit zijn hotel. Ze hadden er tenslotte genoeg voor betaald. Nu willen ze niet meer komen. Voor Weyland is dat niet eens zo'n probleem, zegt hij. Het is vooral erg voor zijn personeel. 350 mensen werken voor hem. Ze hebben een laag basisinkomen. Het inkomen bestaat vooral uit tipgeld, maar dat is er nu niet.
Hele families zijn er van afhankelijk. Volgens de manager zorgt ieder personeelslid voor tenminste tien familieleden. 3500 mensen hebben dus nauwelijks inkomen. Reken verder maar uit. Kleine winkeltjes zetten niets om, gidsen zitten zich de hele dag te vervelen. Volgens Weyland dus niets anders dan een tweede tsunami.
Politiechef Dissainayake in het district Beruwa vindt dat wel erg negatief geformuleerd. Volgens deze chef met drie sterren is het in zijn district nu bijna hetzelfde als voor de tsunami. Hij plakt er een percentage op: 85 procent. We zijn op de goede weg, en vooral door de goede zorgen van overheid en politie komt Sri Lanka er bovenop. Tijdens ons gesprek tikt zijn secretaresse continue brieven, die hij enthousiast van een handtekening voorziet. De administratie is ook bijna op orde.
Visvangst
De vissers kunnen zijn enthousiasme niet delen. Veel grote schepen zijn nog kapot, en tot overmaat van ramp blijft ook de visvangst voor de kleine vissers in hun kleine bootjes erg achter. Vaak nog geen tien procent van vorig jaar in dezelfde periode.
Mensen met een beetje geld zijn naar andere gebieden getrokken. De mensen zonder geld blijven over. De overheid en de buitenlandse hulporganisaties hebben tenten ter beschikking gesteld. En rijst, maar die is al op. Voor eten zijn ze toch afhankelijk van giften van toeristen, zegt een jonge vrouw met kind op haar arm. Die giften zijn er nauwelijks. Een fles water en een pak koekjes. Twee dagen geleden zijn de koekjes nat geworden. De zee liet weer even van zich horen. Je weet het nooit met de zee.
"Zo bang als tijdens de tsunami zal ik niet snel meer worden", zegt een tentbewoner. "Maar je weet nooit meer helemaal zeker wat er gaat gebeuren."

»
»
»