Matthijs Röling (Oostkapelle 1943) geldt als het boegbeeld van de hedendaagse figuratieve schilderkunst in Nederland. Hij werd opgeleid aan de Kunstacademies in Den Haag en Amsterdam. Als schilder maar ook als docent aan de Academie Minerva in Groningen- maakte hij furore. Rölings fabelachtige techniek wordt geroemd. Hij hecht grote waarde aan de ambachtelijke en traditionele aspecten van de schilderkunst. Tot 3 juli is zijn werk te zien op een dubbeltentoonstelling. In het Drents Museum in Assen en in Museum De Buitenplaats in Eelde.
NOS-verslaggeefster Pauline Broekema sprak de schilder.
Klik rechts voor een foto-overzicht van Rölings werk
Wat is de basis voor uw succes geweest?
"In de eerste plaats moet je schilderen ontzettend leuk vinden. Anders kom je nergens. Je moet ontzettend veel manieren van schilderen uitproberen. Dat leuk vinden om te doen. Zo lang als ik me herinner vind ik tekenen leuk. Had ik er plezier in. Was ik er mee bezig. Dat hebben bijna alle kinderen. Maar de meesten houden er mee op. Ik ben er nooit mee opgehouden. Daarbij kwam een gefascineerd raken door schilderen. Naar schilderijen kijken en proberen het ook zo te doen.
Bij Fietje Werkman (de dochter van kunstenaar Hendrik Werkman, red.) heb ik als kind een hoop geleerd. Ze heeft me geleerd groter te denken. Niet kriebelen vanaf de hoeken van een papier."
Had u een andere weg in kunnen slaan?
"Als ik me er op had toegelegd was ik misschien een leuke geschiedenisleraar geworden. Tsja, dat zijn speculaties. Eigenlijk kan ik me niet voorstellen dat ik geen schilder was geworden. Op de middelbare school kon ik niet veel anders. Ik ging me steeds meer toeleggen op schilderen. Natuurlijk probeer je alles uit. Op m'n veertiende heb ik ook abstracte schilderijen gedaan. Maar dat vond ik toch minder interessant. Met zowel de fantasie en de waarneming te werken, dat wil ik.
We hadden thuis een prachtig boek over de Vlaamse primitieven. Ik heb het helemaal stuk bekeken, vond het toverachtig. Na de Vlaamse primitieven, kwamen de Italianen en zo ging ik de hele kunstgeschiedenis door. En ik heb het geluk gehad dat mijn vader me in contact bracht met Aziatische kunst. Dus ik heb een rijke toevloed van informatie gehad.
Het is kijken en begrijpen. Dat probeer ik mijn studenten ook altijd uit te leggen. Werken naar model: als hij dit doet dan gaat die ruggengraat zo. Leren dat er een relatie is tussen een kop en een staart. Dat er een logica zit in de menselijke beweging. Dat kost jaren voordat je daar een beetje begrip voor ontwikkelt. Dat is moeilijk, maar het is te leren door het veel te doen."
Zijn er studenten bij die het nooit leren?
"Ja helaas wel, die komen altijd voor."
Stoort het u dat er mensen zijn die lak hebben aan die basis?
"Ik heb niet zo veel contact met die mensen. Er zijn altijd mensen geweest die het onzin vonden wat ik onderwees. Maar ik heb weinig met ze te maken, ontmoet ze niet."
Kun je alleen schilderen als je weet hebt van die dingen?
"Nee, nee. Ik wil het idee graag huldigen dat er honderden wegen naar Rome zijn. Er zijn primitieve scholen. Kanga-schilders in Tibet die hebben nooit van perspectief gehoord. Ik voel me nu eenmaal verwant aan de traditie van het Europese schilderen. Maar ik snap heel goed dat er ook een andere entree is naar de beeldende kunst."
Zit er een lijn in wat u doet? U schildert de laatste tijd veel uw tuin. Wat komt hierna?
"Ach, als ik een mooi model tegenkom vind ik het altijd heel leuk om naakten te maken.
En ik heb me ook voorgenomen
m'n dochtertje is nu zeven jaar en ik moet opschieten met het schilderen van een leuke kinderpartij. Wat ik in m'n hoofd heb is bij haar komende verjaardag een mooie kinderpartij in de tuin te schilderen. Da's heel lastig hoor, want ze kunnen niet stil zitten en naar foto's werken vind ik vervelend."
Doet u dat nooit?
"Jawel, in een decoratief schilderij kan ik er wel mee weg. Maar in een schilderij dat meer moet zijn dan een decoratie vind ik het prettig naar de natuur te werken."
Vindt u het leuk, zo'n tentoonstelling?
"Jawel, tuurlijk. Maar je ziet er altijd een beetje tegenop..."
Waarom is dat?
"Nou, ja..."
Zoveel mensen?
"Zoveel mensen... vooral de mensen..."
Het oordeel van de mensen?
"Dat wordt langzamerhand wat minder nijpend. Het is het terugzien van de schilderijen. Sta je er nog wel achter? Dat had ik beter zo kunnen doen. Dan was het in je herinnering sterker."
Waar komen de olifanten in uw werk eigenlijk vandaan? Ze hangen in Assen en ook in Eelde.
"Een van de mooiste dingen die ik ooit gezien heb was in India, op een achternamiddag. Ik zat te kijken, vanaf een brug, naar kinderen die in de rivier bezig waren de olifanten schoon te schrobben. Ze waren aan het spelen en zwemmen en hadden verschrikkelijk veel pret! Die olifanten ook, ze waren dik gelukkig! Het was een van de leukste dingen die ik ooit gezien heb."
Maakt u nog veel reizen?
"De laatste tijd niet zo veel meer. Ik durf niet meer zulke spannende dingen te doen als vroeger. Bergwandelingen maken, een beetje krakkemikkig word ik. Maar ik ben wel van plan mijn dochter Italië te laten zien. Ik ben graag thuis. De afgelopen twee jaar zit ik het liefst in de tuin. Het moet een beetje mooi weer zijn."
Enkele jaren geleden werd u geopereerd aan uw hand.
"Ik kan nu weer doen waar ik zin in heb. Maar het was griezelig."
Het lijkt me de angst van iedere schilder.
"Blind worden als schilder, dat lijkt me ook niet leuk. Maar ja, Degas is dat overkomen en die is gaan beeldhouwen."
Is tekenen het echte werk?
"Het hoort er bij. Het is het meest directe. Ik ben er wel een liefhebber van. De schilders die ik goed vind, die kunnen ook allemaal prachtig tekenen. Hoewel, ik zeg eigenlijk iets wonderbaarlijks, want ik hou ook erg van Vermeer en daar zijn geen tekeningen van bekend."
Bent u geen Rembrandt-man?
"Ja, natuurlijk ben ik een Rembrandt-man! Want het is geweldig wat die man kon. Ik hou alleen niet van z'n pathos. Ik vind hem soms vreselijk zwaar. Dan denk ik: dit is me te veel. Die vreselijke geëxalteerde uitdrukkingen op die vroege schilderijen! Het offer van Isaak, die vreselijke uitdrukkingen op die gezichten. Rembrandt wordt wel steeds beter op z'n oude dag. Hij wordt hoe langer hoe wijzer."
Zijn er dingen die u niet kunt?
"Zo af en toe denk ik wel eens: dat voetje had wel wat beter gekund. Beesten vind ik ook moeilijk. Ik moet heel lang studeren voor ik een hond in de gaten heb. Een rinoceros is ook heel lastig. Is me nog niet gelukt. Ik heb wel zitten tekenen in een dierentuin maar ik ben er nog niet achter hoe het zit."
Het is een onlogisch beest...
"Heel onlogisch... Natuurlijk is er veel dat je niet kunt. Wolkenluchten... het lijkt zo makkelijk. Dat is ook iets voor de toekomst. Wolkenluchten schilderen. Die komen nog."

»
»
»