Toerist in een gesloten land

Esther Bootsma en Nicole le Fever van het NOS-Journaal reisden door Zimbabwe, noodgedwongen als toeristen omdat journalisten het verpauperde land van president Mugabe niet inmogen. Een reisverslag. 



Zimbabwe na 25 jaar Mugabe

Na de bevrijdingsoorlog tegen de blanke overheerser bracht Mugabe de Zimbabwanen aanvankelijk voorspoed en vooruitgang. De graanschuur van Afrika werd zijn land genoemd. Maar daar is niets meer van over. Tachtig procent van de Zimbabwanen is werkloos, meer dan een kwart is besmet met het aidsvirus. De levensverwachting is gedaald van 61 naar 38 jaar. Elk kwartier sterft een kind aan aids. En het volk lijdt honger.



Anti-kolonialisme

Het lijkt niet meer van deze tijd: dat je als westerse journalist uit een land wordt geweerd waar je verkiezingen wilt verslaan. Maar de 81-jarige president Mugabe van Zimbabwe is ook niet meer van deze tijd. Nadat hij zijn ooit zo bloeiende land dramatisch in het verval heeft gestort, heeft de oud-guerrillaleider nu nog maar één thema om zijn volk mee te paaien: het anti-kolonialisme. 



Zimbabwe is van de (zwarte) Zimbabwanen, en Tony Blair de vijand die Zimbabwe opnieuw wil toevoegen aan het Britse Rijk. En aangezien de voltallige westerse pers deel uitmaakt van Blairs complot, krijgt geen enkele journalist een accreditatie voor Zimbabwe.



Dus wat doen we? We gaan als toerist. Verkleed in kaki-broeken, met zonnebrillen, honkbalpetjes en rugzakken vliegen we naar de meest onverdachte ingang: de Victoria Watervallen. Voor het geval de vermomming nog niet genoeg is, zitten in de tas zitten ook nog een vogelgids Birds of Southern Africa en een prehistorische verrekijker. 



De journaal-redactie, toch wat bezorgd om zijn twee vogelaars, drukt ons op het hart goed op te passen. Er staat immers twee jaar gevangenisstraf op heimelijk de journalist uithangen in Zimbabwe, en Mugabes jeugdmilities staan niet bepaald bekend om hun zachtaardige aanpak. Bij vertrek worden we daarom door Hilversum omgedoopt tot Cagney en Lacey. Die houden we erin, om de zenuwen te bedwingen.



Op het vliegveld van VicFalls blijken die zenuwen overbodig; we komen makkelijk langs de vriendelijke douanier. In het uitgebreide hotelcomplex blijken we de enige gasten. Het zwembad ligt er verlaten bij, en op het terras staan tien hartelijke obers klaar om ons twee cola te brengen.



Houten giraffen

Het is een trieste aanblik... dit uitgestorven stadje waar voorheen miljoenen toeristen kwamen om de beroemde watervallen te bewonderen. Opdringerige straatverkopers schreeuwen wanhopig dat ze hun houten giraffen willen ruilen tegen onze schoenen en T-shirts. Contant geld, daar hebben ze niks aan, dat wordt elke dag minder waard. Krijg je bij de bank 6000 Zimbabwaanse dollars voor één Amerikaanse dollar, op straat krijg je 13000 Zimdollar. En morgen kan dat wel 14.000 zijn.



Na een verplicht rondje langs de watervallen, vliegen we door naar de hoofdstad Harare om clandestiene interviews te houden met leden van de oppositie, vakbonden, mensenrechtenorganisaties en dergelijke. Een omslachtige klus, omdat - volgens geruchten - de geheime dienst van Mugabe alle telefoons afluistert, kantoren in de gaten houdt en in elk hotel oren en ogen heeft. 



Ook de obers van het Bronte-hotel, waar wij logeren, zouden bijna allemaal bijklussen bij de geheime dienst. Hun belangstelling is inderdaad hartverwarmend: wat gaan we doen? Waar gaan we vandaag heen, wat hebben we gisteren gedaan??? We putten ons uit in het verzinnen van antwoorden, variërend van bezoek aan de botanische tuin, tot wandeling naar rotstekeningen. 



Codetaal

Om tijdens thee en diner toch nog over land, politiek en werk te kunnen praten, ontwikkelen we een code-taal, die soms tot hilarische spraakverwarringen leidt. President Mugabe noemen we Ome Joop, oppositieleider Tsvangirai de Tegenpartij en Tony Blair noemen we Tom. Ook voor de interviewkandidaten verzinnen we schuilnamen: Lovemore heet Liefie, Priscilla heet Queen of the Desert, de vakbondsman Lodelijk en de oorlogsveteraan Bernard. 



Met hulp van de Nederlandse organisatie Hivos krijgen we iedereen te spreken. De lokatie wordt wat eentonig, telkens in de Hivos-tuin voor dezelfde palm, maar op straat filmen is te riskant. 



We zullen het voor een groot deel moeten doen met de interviews. Interviews die allemaal hetzelfde beeld oproepen van de verschrikkingen die het Zimbabwaanse volk doormaakt. Geweld, intimidatie, angst, 80 procent werkloosheid, torenhoge prijzen voor levensmiddelen, grote sterfte aan aids, en vooral... honger!   



Van Afrika's vroegere graanschuur is niets meer over, als gevolg van de mislukte landhervormingen en droogte. En zelfs die honger weet Mugabe nog uit te buiten: door alleen voedselhulp te verstrekken aan mensen die lid zijn van zijn Zanu-partij. Naar verwachting zullen de meeste stemmen dan ook naar Mugabe gaan. Want een stem op  de oppositie is een stem voor een lege maag. 



Wij maken het niet mee. Het is te riskant om op verkiezingsdag met een klein toeristencameraatje langs de stembureaus te gaan. Onze laatste missie: het smokkelen van onze schat, 6 kleine bandjes, door de douane. Verstopt tussen de houten giraffen, bereiken ze Johannesburg. De missie is geslaagd. 

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio