De vrijspraak van terrorisme-verdachte Samir A., is opnieuw een nederlaag voor het Openbaar Ministerie. Het lijkt maar niet te lukken om de veroordeling van vermoedelijke terroristen rond te krijgen.
Het Openbaar Ministerie kampt met twee problemen: de rechtmatigheid van de bewijzen en het moment van het arresteren van de verdachten. Het is immers moeilijk hard te krijgen dat iemand serieus een aanslag heeft gepland. Wachten is vaak geen optie: als de aanslag eenmaal is gepleegd, is het te laat.
December 2002
Het eerste terreurproces in Nederland sinds '11 september' liep in december 2002 uit op een mislukking. Vier verdachte al-Qaeda-terroristen werden vrijgesproken na een procedurele fout en wegens gebrek aan bewijs. De vier stonden voor de rechter omdat ze lid zouden zijn van een internationaal terroristisch netwerk en betrokken zouden zijn geweest bij het voorbereiden van bomaanslagen in Parijs en België.
De rechtbank oordeelde dat er geen rechtmatige gronden waren geweest om de vier op te pakken en huiszoekingen te doen in hun woning. Het OM was overgegaan tot de arrestaties omdat het alarmerende informatie had gekregen van de toenmalige BVD, nu de AIVD. Volgens de rechter was dat onrechtmatig, omdat de vier op dat moment in strafrechtelijke zin nog niet konden worden beschouwd als verdachten.
Bovendien kon de informatie van de inlichtingendienst niet getoetst worden door de rechter omdat de dienst niet laat weten hoe ze aan de informatie komt.
Overigens, ook al waren de procedures allemaal wel correct doorlopen, dan zouden de vier nog zijn vrijgelaten. De rechter oordeelde immers dat het OM onvoldoende bewijs had aangedragen.
Juni 2003
In juni 2003 bleek het proces tegen twaalf vermeende leden van al-Qaeda in Rotterdam ook voor niets geweest. Hun individuele betrokkenheid aan 'hulpverlening van de vijand in oorlogstijd' kon niet worden bewezen. Slechts drie van de twaalf werden veroordeeld, zij het tot straffen van twee en vier maanden wegens het bezit van een vals paspoort en voor valsheid in geschrifte. In verband met de lengte van hun voorarrest kwamen ze meteen vrij.
Ditmaal stond rechtbankpresident Van Klaveren het materiaal van de AIVD wel toe als bewijs, maar het OM was volgens de rechter niet zorgvuldig omgegaan met de gevonden documenten. Bovendien werd het bewijs ook nu weer niet overtuigend genoeg bevonden. De bewijzen van telefoontaps, brieven, bandjes en video's konden niet echt hard maken dat de verdachten terroristische daden hadden gepleegd.
Onze zuiderburen is het wel gelukt om mensen voor terrorisme achter de tralies te krijgen: in oktober 2003 kreeg een Tunesiër tien jaar cel voor het plannen van een aanslag. Een jaar later werden in België vier mannen veroordeeld tot vijf jaar cel plus tien jaar ontzetting uit de burgerrechten, ook al werd het beramen van een aanslag op de Philipstoren in Brussel, waar ze van werden beschuldigd, door de rechter niet bewezen geacht.
Anti-terreurmaatregelen
In de Kamer werd woedend gereageerd op het vrijlaten van de terreurverdachten. Het parlement sloot dan ook een akkoord over een heel pakket anti-terreurmaatregelen. Eén daarvan is dat informatie van inlichtingendiensten in rechtszaken als bewijs mag gelden. Ook steunt een meerderheid van de fracties het plan om een meldplicht of straatverbod in te voeren voor mensen die worden gezien als potentiële terroristen, maar die nog niets strafbaars hebben gedaan.
De vrijlating van Samir A. werpt een schaduw vooruit op het proces dat nog moet komen tegen de Hofstadgroep. Als dit het vierde terreurproces wordt waarin de verdachten weer moeten worden vrijgelaten, slaat justitie een modderfiguur.

»
»
»