Op dinsdag 12 februari is het precies zestig jaar geleden dat doorgangskamp Westerbork in Drenthe door het Canadese leger werd bevrijd.
Tussen 1942 en 1945 werden 107.000 joden, 245 zigeuners en enkele tientallen verzetsstrijders vanuit Westerbork met de trein afgevoerd naar vernietigingskampen. De kampbewoners leefden van dinsdag tot dinsdag, want bijna iedere week vertrok er op die dag zo'n trein. Goederenwagons met een vastgesteld aantal - 1000 - slachtoffers.
Overlevende Fred Mouw kan zich de 'dinsdagangst' nog goed herinneren. Mouw was 7 toen hij in Westerbork terechtkwam. Het waren de laatste maanden van de oorlog en dus vertrok er geen enkele trein meer naar de vernietigingskampen, zo bleek achteraf. Maar de angst was er niet minder om.
Huisjes
Op 15 en 16 juli vertrokken de eerste treinen met daarin 2030 joden naar het onbekende oosten van Europa. Eerst reden de treinen nog zonder vaste regelmaat naar de vernietings- en werkkampen, maar vanaf februari 1943 was het 'dinsdag transportdag'.
Op 13 september 1944 vertrok de laatste trein naar Bergen-Belsen, met aan boord 279 personen onder wie 77 kinderen die op hun onderduikadressen gepakt waren.
De selectie was een taak van de kampcommandant die dat op zijn beurt weer delegeerde aan de 'adel van Westerbork', beter bekend als de Joodsche Raad. Deze 'bevoorrechte' kampbewoners moesten 'verraad plegen in eigen kring'. De kampelite woonde zelfs in aparte huisjes op het kamp, terwijl hun medeslachtoffers opeengepakt zaten in smerige barakken.
Wie een baantje in het kamp had, was veelal vrijgesteld voor deportatie naar het oosten. Veel joden melden zich dan ook aan als chirurg, arts, tandarts of verpleegster in het kampziekenhuis, dat op een gegeven moment over ruim 1000 personeelsleden en 1725 bedden beschikte. Ook was er behoefte aan cursusleiders en sportinstructeurs. Er was een warenhuisje en een kantine waar alleen met Westerbork-geld betaald kon worden. Bij een wisselkantoor kon gewoon geld ingewisseld worden voor kampgeld.
Ook leraren konden in Westerbork aan de slag. Kinderen, onder wie Fred Mouw, moesten namelijk gewoon naar school. Het schoolsysteem was uiterst modern. Voor de kinderen van 1 tot 6 jaar liepen de crèche en kleuterschool in elkaar over. Voor de oudere kinderen gold een leerplicht tot 15 jaar.
Tommy's
Mouw weet zich de bevrijding nog goed te herinneren. Op 10 en 11 april konden de 876 nog aanwezige gevangenen de kanonnen horen knallen van de steeds dichterbij komende geallieerden. Een dag later was het zover: mannen met witte vlaggen betraden als eersten het kamp. De SS'ers hadden al lucht gekregen van de ophanden zijnde bevrijding en waren het kamp inmiddels ontvlucht.
Op de kreet 'de Tommy's zijn er' stoof iedereen dolenthousiast naar buiten en werd de bevelvoerend officier opgetild en rondgedragen. De kampbewoners mochten het kamp echter niet direct verlaten. Zij werden eerst medisch onderzocht. Daarbij wilden de Canadezen uitsluiten dat er geen verraders vrij zouden rondlopen. De nog aanwezige joden moesten zelfs tot 5 mei in het kamp blijven, omdat hun veiligheid voor die tijd - de bevrijding van heel Nederland - niet gegarandeerd kon worden.

»
»
»