Het kabinet wil het aantal mensen in de WW beperken. Daarom wil het de kortdurende WW afschaffen en eventuele
ontslagvergoedingen korten op de uitkering. Ook moeten mensen langer hebben gewerkt om nog voor een werkloosheidsuitkering in aanmerking te komen.
De vakbeweging en werkgevers hebben kritiek op die plannen. Zij vrezen dat door geplande kabinetsingrepen de flexibiliteit uit de arbeidsmarkt verdwijnt. Zo dupeert volgens hen het schrappen van de kortdurende WW vooral jongeren en anderen met vaak tijdelijke contracten.
Vakbeweging en werkgevers presenteerden daarom op 1 april in de Sociaal-Economische Raad (SER) een alternatief. Hiermee ging de FNV-achterban echter niet akkoord. Vandaag, 15 april, is het definitieve voorstel er dan eindelijk. Een overzicht van de hoofdlijnen.
Wekeneis
Werknemers komen alleen in aanmerking voor een WW-uitkering als zij minimaal 26 van de laatste 36 weken hebben gewerkt. Aanvankelijk ging de SER uit van een wekeneis van 27 van de laatste 39 weken. De achterban van de FNV verzette zich hiertegen, omdat mensen met een halfjaarcontract dan buiten de boot zouden vallen.
Nu komt iemand die zijn baan verliest in aanmerking voor een WW-uitkering als hij minimaal 26 van de laatste 39 weken heeft gewerkt. Het kabinet wilde hier zelfs 39 van de laatste 52 weken van maken.
Er is een kortdurende ww, die maximaal zes maanden recht geeft op een uitkering van 70 procent van het minimumloon. Wie minstens vier van de afgelopen vijf jaar heeft gewerkt, krijgt de 'gewone' ww: 70 procent van het laatstverdiende loon. Afhankelijk van het aantal jaar dat iemand heeft gewerkt, kan de uitkering
maximaal vijf jaar duren. Dan moet iemand minstens veertig jaar hebben gewerkt.
Hoogte uitkering
Als iemand recht heeft op WW, krijgt hij de eerste twee maanden een uitkering van 75 procent van het laatstverdiende salaris. Daarna rest een maand 70 procent van het laatstverdiende loon.
Werklozen die langer dan vier jaar aan de slag waren, kunnen vervolgens voor ieder gewerkt jaar een maanduitkering van 70 procent krijgen. Iemand met een arbeidsverleden van vier jaar heeft dus recht op vier maanden WW-uitkering.
De WW-uitkering kan maximaal drie jaar en twee maanden duren. Een eventuele ontslagvergoeding mag niet in mindering worden gebracht op de uitkering. Nu krijgen mensen maximaal vijf jaar een uitkering.
Met de voorstellen wil de SER dat mensen met een kort arbeidsverleden (starters en herintreders) of flexwerkers recht blijven houden op een WW-uitkering. Door de duur van de huidige kortdurende WW-uitkering (zes maanden) te verkorten naar drie maanden hoopt de SER mensen aan te sporen actiever naar werk te zoeken.
Ouderen
Zestig-plussers hebbben na hun WW-uitkering recht op een vervolguitkering op bijstandniveau. Daarbij wordt niet gekeken naar het inkomen van de partner of het eigen vermogen.
Voor vijftig-plussers ligt het anders. Hun vervolguitkering bestaat uit een aanvulling van het gezinsinkomen tot het relevante minimuminkomen. Hierbij wordt niet gekeken naar het eigen vermogen, maar wel naar het inkomen van de partner.
Wie betaalt?
De WW-uitkeringen worden tijdens de eerste zes maanden bekostigd door werknemers en werkgevers. Ieder neemt de helft van de kosten voor zijn rekening, die worden betaald uit de opbrengsten van WW-premies.
Na de eerste zes maanden moeten werkgever, werknemer en de overheid elk eenderde van de lasten dragen.
Eis kabinet
Het kabinet heeft de sociale partners in het najaar van 2004 toegezegd dat het een unaniem advies van hen serieus zou nemen. Wel moet het, net als de kabinetsplannen, leiden tot 43.000 minder WW-uitkeringen. Volgens de SER wordt aan die eis in het advies voldaan.
FNV-voorzitter De Waal acht de kans verwaarloosbaar klein dat het kabinet dit advies van de hand zal wijzen. "Ik zou dat absurd vinden. Afwijzen zou bestuurlijk falen zijn", aldus de De Waal. "In dat geval wil men niet dat de SER een probleem oplost."
Eerder uitten minister Zalm van Financiën en minister De Geus van Sociale Zaken hun twijfels over de haalbaarheid van de bezuinigingen met het SER-plan. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) schroeven vooral de maatregelen voor ouderen het aantal uitkeringen flink op.
Preventie en reïntegratie
In samenhang met zijn voorstellen voor de hervorming van de WW doet de SER voorstellen gericht op de preventie van dreigende werkloosheid en op reïntegratie van werkloze uitkeringsgerechtigden.

»
»
»