SER eens over WW-ingrepen

Na veel kritiek op het vorige WW-advies is de Sociaal-Economische Raad met de langverwachte nieuwe versie gekomen. De vakbeweging en werkgevers vinden dat iemand in aanmerking moet komen voor een WW-uitkering als hij 26 van de laatste 36 weken heeft gewerkt. 



Nu komt iemand die zijn baan verliest in aanmerking voor een WW-uitkering als hij minimaal 26 van de laatste 39 weken heeft gewerkt. Het kabinet wilde hier zelfs 39 van de laatste 52 weken van maken.



In het vorige eindbod van de SER van 1 april was afgesproken dat werknemers minimaal 27 van de laatste 39 weken moesten hebben gewerkt om WW te kunnen krijgen. De achterban van de FNV verzette zich hiertegen, omdat mensen met een halfjaarcontract dan buiten de boot zouden vallen. 



Er moest weer opnieuw worden onderhandeld en dat was niet makkelijk. Vorige week vrijdag werden daarop in de SER twee varianten van de zogeheten wekeneis voorgelegd: 27 van de laatste 39 weken of 26 van de laatste 36. De laatste variant werd maandag geaccepteerd door een meerderheid van de FNV. 



Alternatief

Het SER-plan is een alternatief voor de plannen van het kabinet om het aantal WW'ers flink omlaag te brengen. In het najaarsakkoord sprak het kabinet met de vakbeweging en werkgevers af dat zij in SER-verband met een alternatief konden komen dat dezelfde besparing oplevert.



De sociale partners wilden dat graag, omdat zij vreesden dat met de kabinetsingrepen de flexibiliteit uit de arbeidsmarkt zou verdwijnen. Het schrappen van de kortdurende WW bijvoorbeeld dupeert volgens hen vooral jongeren en anderen met vaak tijdelijke contracten. In het SER-advies kunnen ook zij recht op een uitkering hebben. 



Het kabinet heeft de sociale partners toegezegd dat het een unaniem SER-advies serieus zou nemen. Wel moet het, net als de kabinetsplannen, leiden tot 43.000 minder WW-uitkeringen. Volgens de SER-leden wordt aan die eis in beide varianten voldaan. 



Ouderen

Minister Zalm van Financiën en minister De Geus van Sociale Zaken hebben hun twijfels geuit over de haalbaarheid van de bezuinigingen met het SER-plan. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) schroeven vooral de maatregelen voor ouderen het aantal uitkeringen flink op. 



Als het aan de SER ligt hebben 60-plussers na hun WW-uitkering recht op een vervolguitkering op bijstandniveau. Daarbij wordt niet gekeken naar het inkomen van de partner of het eigen vermogen. Minister De Geus vreest dat door het ontbreken van een partner- en vermogenstoets ouderen bij reorganisaties op een goedkope manier met vervroegd pensioen kunnen. Het kabinet wil juist dat mensen langer doorwerken. 



Hoogte uitkering

Over de hoogte van de WW-uitkering is de SER duidelijk. Als iemand recht heeft op WW, krijgt hij de eerste twee maanden een uitkering van 75 procent van het laatstverdiende salaris. Daarna rest een maand 70 procent van het laatstverdiende loon.



Werklozen die langer dan vier jaar aan de slag waren, kunnen vervolgens voor ieder gewerkt jaar een maanduitkering van 70 procent krijgen. Iemand met een arbeidsverleden van vier jaar heeft dus recht op vier maanden WW-uitkering.



De WW-uitkering kan maximaal drie jaar en twee maanden duren. Een eventuele ontslagvergoeding mag niet in mindering worden gebracht op de uitkering. Nu krijgen mensen maximaal vijf jaar een uitkering.







Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio