Vanaf 29 mei houdt Libanon op vier achtereenvolgende zondagen stemronden voor het parlement. Het zijn de eerste verkiezingen sinds de moord op oud-premier Rafik Hariri, die zich tegen de Syrische bezetting had gekeerd, en sinds Syrië zich terugtrok uit Libanon, na een bezetting en politieke overheersing die bijna dertig jaar heeft geduurd.
Door de verkiezing van het Nationale Assemblee in Libanon is de discussie over de ingewikkelde kieswet weer opgelaaid. Vooral christenen hebben kritiek. In het land leven meerdere religies naast elkaar, zoals verschillende christelijke stromingen, soennitische en sjiitische moslims en druzen. Daarom zijn de politieke posten verdeeld. De president is altijd een christen. Het premierschap, tegenwoordig de machtigste functie, is weggelegd voor een soenniet. Een sjiiet is voorzitter van het parlement.
Onder druk
De kieswet stamt uit het jaar 2000 en werd opgesteld onder auspiciën van Syrië en aangenomen onder druk van de christelijke en Syrië goedgezinde president Emile Lahoud. Hij hoopte daarmee de pro-Syrische kandidaten te bevoordelen en de soennitische oud-premier Rafik Hariri tegen te werken. Deels slaagde hij in zijn plan, maar Hariri won toch alle 19 zetels in Beiroet.
De 128 parlementszetels zijn verdeeld over bijna alle 18 religieuze groeperingen in het land. Moslims hebben de ene helft van de zetels en christenen de andere. Het grootste aantal gaat naar de maronitische christenen: 34 zetels. Soennitische en sjiitische moslims hebben er elk 27. De rest van de zetels is verdeeld over andere religieuze groepen.
Wantrouwen
De verdeling is minder eerlijk dan ze lijkt: moslims hebben dan wel de helft van de zetels, maar zij beslaan bijna zestig procent van het electoraat. Bovendien ligt wantrouwen op de loer in het land waar christenen en moslims vijftien jaar met elkaar hebben gestreden, zelfs na vijftien jaar vrede.
Libanon is opgesplitst in veertien vooral multi-sectarische kiesdistricten, waarbinnen men op meerdere kandidaten mag stemmen. De veertien kiesdistricten zijn in sommige regio's gebaseerd op een groter gebied en in andere op een kleiner gebied. De kandidaat met de meeste stemmen wint.
Het ligt al vast uit welke religieuze groep deze persoon komt, dus per gebied is al bepaald of bijvoorbeeld een christen, sjiiet of of soenniet kan worden gekozen. Vooral in de grote districten waar in verhouding weinig christenen wonen, pakt de kieswet slecht uit voor de maronieten. Zo kan het dus gebeuren dat in Beiroet christenen in de minderheid zijn en moslims de grootste stem hebben in de keuze van de maronitische kandidaat.
Klagen
De maronitische kerkleider, Nasrallah Sfeir, blijft klagen dat slechts vijftien van de 64 christelijke parlementariërs door christenen worden gekozen, de rest door moslims. "Verkiezingen moeten representatief zijn." De maronieten willen verdeling van de kiesdistricten in kleinere gebieden. Daardoor zouden de minderheden beter hun eigen vertegenwoordiger kunnen kiezen. Zowel voor moslims als voor christenen zijn 64 zetels gereserveerd in het parlement.
De kieswet die in 1960 gold, zou beter voor hen uitpakken, omdat de kiesdistricten toen kleiner waren. Er werd al een tijdje gesproken over herinvoering van deze wet, maar het vertrek van de Syrische militairen na de moord op Hariri gooide roet in het eten van de klagende maronieten. De de verkiezingen moesten immers snel geregeld worden om een machtsvacuüm te voorkomen. Bij deze verkiezingen zal dus nog volgens de indeling in grotere kiesdistricten worden gestemd.
De verkiezingen vinden voor Beiroet (19 zetels) plaats op 29 mei; in het zuiden (23 zetels) op 5 juni; in Mount Libanon (35 zetels) op 12 juni en in het noorden (28 zetels) en oosten (23 zetels) op 19 juni.

»
»
»