Tentoonstelling over 350 jaar Paleis op de Dam

Het Paleis op de Dam in Amsterdam, sober aan de buitenkant, maar rijk gedecoreerd van binnen, bestaat deze zomer 350 jaar. Ter gelegenheid van dit jubileum en het 25-jarig regeringsjubileum van koningin Beatrix is vanaf morgen de tentoonstelling 'Stadhuis van Oranje, 350 jaar geschiedenis op de Dam' in het paleis voor het publiek te zien. Koningin Beatrix opent de tentoonstelling vanmiddag.



Hoogtepunten uit de geschiedenis van het gebouw herleven op de tentoonstelling, onder andere door korte documentaires gemaakt door studenten Museumstudies van de Universiteit te Amsterdam. 



Het paleis werd oorspronkelijk gebouwd als nieuw stadhuis van Amsterdam. Bouwmeester Jacob van Campen nam in 1648 het ontwerp van het gebouw op zich, dat de rijkdom en het aanzien van de stad Amsterdam moest weerspiegelen. 



Gebouwd op 13.659 palen is het Paleis op de Dam het belangrijkste historische en culturele monument uit de 17de eeuw, de glorietijd van Nederland. Bovendien was het het grootste bestuurlijke gebouw van het toenmalige Europa. Het monumentale pand werd volledig opgetrokken uit witte zandsteen, dat in de loop der eeuwen sterk verweerd is geraakt. 



Na een conflict met het stadsbestuur nam Daniël Stalpaert in 1654 de leiding van de bouwwerkzaamheden over. Een jaar later, op 29 juli 1655, werd het gebouw feestelijk ingehuldigd, al was het stadhuis nog niet voltooid. 



Tot aan het begin van de 18de eeuw werd er gewerkt aan de inrichting van de vertrekken. Aan de afwerking van het gebouw werkten bekende beeldhouwers en schilders mee, waaronder Rembrandt en Ferdinand Bol.



Paleis

In 1808 raakte het gebouw zijn functie als stadhuis kwijt. Lodewijk Napoleon, broer van de Franse keizer Napoleon, was koning van Holland geworden en nam het gebouw in gebruik als paleis. Hij liet het paleis herinrichten in Empire-stijl en liet ook een balkon aanbrengen aan de voorzijde. In 1813, toen Nederland onafhankelijk werd van het Franse keizerrijk, gaf prins Willem van Oranje het paleis terug aan Amsterdam. 



Na zijn inhuldiging als koning (koning Willem I) zag hij het belang in van een verblijfplaats in de hoofdstad, waarop het gemeentebestuur van Amsterdam het paleis aan hem ter beschikking stelde. 



Het zou tot 1936 duren voordat het paleis officieel rijkseigendom werd. Met een aantal restauraties in de twintigste eeuw werd het paleis grotendeels in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht.



Representatieve functie 

Het koninklijk paleis heeft nu voornamelijk een representatieve functie. Het wordt gebruikt tijdens staatsbezoeken, voor de nieuwjaarsrecepties van de koningin en voor andere officiële ontvangsten. Ook vinden er jaarlijks de uitreikingen plaats van de Erasmusprijs, de Zilveren Anjer, de Koninklijke Subsidie voor de Vrije Schilderkunst en de Prins Claus Prijs. 



Het paleis vormde ook het decor voor enkele belangrijke koninklijke momenten in de afgelopen 25 jaar. Zo stelde Juliana op 30 april 1980 haar dochter Beatrix op het balkon van het paleis voor als de nieuwe koningin. In februari 2002 was er de fameuze balkonscène na afloop van de huwelijksvoltrekking van prins Willem-Alexander en prinses Máxima.



Sinds 1960 is het paleis beperkt open voor het publiek. Traditiegetrouw vindt er in de zomermaanden een tentoonstelling plaats die een historisch en kunsthistorisch aspect van het gebouw belicht. 



De tentoonstelling 'Stadhuis van Amsterdam, 350 geschiedenis op de Dam', is geopend van 1 juli t/m 31 augustus.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio