De Nederlandse handbalsters zijn het EK in Zweden in mineur begonnen. Oranje verloor met 26-16 van Spanje, dat zich zo revancheerde voor het anderhalf jaar geleden met één goal verschil verloren duel met Oranje om WK-deelname.
In de rommelige beginfase onderscheidde alleen doelvrouwe Jokelyn Tienstra zich met schitterende saves. Ondanks het feit dat aanvallend van Oranje geen dreiging uitging en veel strafworpen niet werden benut, liep de ploeg uit naar 6-3, maar die marge werd snel uit handen gegeven.
Bij de rust was de schade (9-11) nog te overzien, maar daarna werd Oranje door Spanje overklast en kon het zelfs in overtalsituaties geen vuist maken.
Onder de maat
Bondscoach Sjors Röttger vond dat zijn ploeg in de eerste EK-wedstrijd collectief door het ijs was gezakt. "Iedereen in het team faalde, behalve de keepsters."
De trainer vond vooral de aanval onder de maat. "Zestien treffers op dit niveau is echt veel te weinig", stelde Röttger, die zich niet wilde verschuilen achter het feit dat enkele dragende krachten, zoals Saskia Mulder, Joyce Hilster en Pearl van der Wissel, niet topfit aan het EK zijn begonnen.
Nederland heeft zijn lot evenwel nog in eigen handen, want ook de derde plaats in de poule van vier is genoeg om door te gaan. Dan zal wel gewonnen moeten worden van Denemarken of Frankrijk, dat later op de avond met 24-20 van de olympisch kampioen wist te winnen.


»
»
»
»
»
»
»
»
»