Door Lars Geerts (volleybalverslaggever Langs de Lijn)
Het Nederlands vrouwenvolleybalteam maakt zich op voor het WK volleybal in Japan. Het vertrouwen van bondscoach Avital Selinger is groot. Hij is er van overtuigd dat het Nederlands team behoort tot de absolute wereldtop. Maar nu nog even niet.
Nederland kan op een goede dag meedoen met de wereldtop. Dat hebben de vrouwen bewezen in de afgelopen oefenwedstrijden tegen veelvoudig olympisch kampioen Cuba. Van de drie wedstrijden werden er twee gewonnen.
Maar belangrijker nog is de manier waaròp die wedstrijden gewonnen werden. Natuurlijk heeft Oranje met speelsters als Manon Flier, Ingrid Visser en Riëtte Fledderus wereldtoppers in huis, maar de kracht van dit team ligt - vergeef het cliché - in het collectief. Iedere keer weer wijzen de speelsters erop hoe goed de sfeer binnen de groep is.
Vechtlust
Ingrid Visser gaf het aan na die ene verloren wedstrijd tegen Cuba: "Als het even minder gaat, kan het team corrigeren met vechtlust, zonder dat de basisprincipes vergeten worden. Opdrachten worden nog steeds uitgevoerd en er worden geen 'shortcuts' genomen."
Het kwalificatietoernooi voor de World Grand Prix 2007 in het Bulgaarse Varna bewees de vechtlust nogmaals. In de openingswedstrijd tegen Polen kwamen de vrouwen met twee sets achter te staan om vervolgens de wedstrijd met 3-2 te winnen. Ook tegen Bulgarije en vooral Azerbeidzjan liet het team zien strijd te kunnen leveren. Maar de finale van het toernooi, tegen Rusland, ging verloren.
Crux
En daar ligt volgens Selinger de crux. Op een goede dag kan, volgens de bondscoach, iedereen verslagen worden. Maar tegen de echte toppers hangt winst en verlies nog te veel af van onzekere factoren. Oranje zal stabieler moeten worden om echt tot te wereldtop toe te treden.
Vandaar dat Selinger de verwachtingen voor het komende WK tempert. Nederland is, volgens hem, nog niet ver genoeg om wereldkampioen te worden. Hij schat dit team in op een plaats bij de eerste acht. Als het team boven zichzelf uitstijgt, is er kans op een plek bij de beste vijf.
Dat zou op zich al een prestatie zijn. De Nederlandse vrouwen namen, tot nu toe, elf keer deel aan een WK. De hoogste notering, de zevende plaats, werd in 1998 behaald onder leiding van toenmalig bondscoach Pierre Mathieu. Bij de wereldtitelstrijd van vier jaar geleden, in Duitsland, eindigde de ploeg als negende.
Stage
De selectie voor Kobe telt vijftien speelsters, maar er mogen er maar twaalf op het wedstrijdformulier staan. Bij de laatste oefenwedstrijden tegen Cuba zaten Sanne Visser, Carlijn Jans en Suzan van de Heuvel op de tribune. Ook libero Elke Wijnhoven moet vrezen voor haar plek in de selectie nu Janneke van Tienen een vaste basisplaats geniet.
Desondanks zijn alle speelsters mee naar Japan. De drie afvallers gaan tijdens het toernooi op stage bij de Japanse club JT.
Voor Selinger is het WK niet het podium waarop de Nederlandse vrouwen moeten schitteren. Natuurlijk is het toernooi een belangrijk evenement, maar hij heeft zijn vizier verder naar voren gericht. Het uiteindelijke doel zijn de Olympische Spelen in Peking.
Bankrasmodel
Daarom begon twee jaar geleden het zogeheten 'bankrasmodel, genoemd naar de hal in Amstelveen waar de Nederlandse selectie zich verzamelt in eredivisieploeg Martinus en meedoet aan de competitie. Daarom ook kwamen deze zomer alle in het buitenland spelende internationals terug naar Nederland.
Met uitzondering overigens van aanvoerster Ingrid Visser. Zij blijft nog vier maanden spelen bij Tenerife in de Spaanse competitie. Voornamelijk omdat haar echtgenoot daar assistent-trainer bij de mannen is. Maar ook het geld speelt een rol.
De speelsters kunnen de komende twee jaar volop met elkaar trainen en wedstrijden spelen. Dat moet ervoor zorgen dat het team in Peking mee kan doen voor het goud. Gevraagd wat Selinger nodig heeft om dat doel te bereiken, antwoordde hij: "Tijd."
Het WK is dus een tussenstap. Maar dan wel een grote.

»
»
»