De Nederlandse volleybaldames hebben ook hun tweede wedstrijd in de finale van de World Grand Prix gewonnen. Oranje versloeg in Tokio ook Duitsland met 3-2 (19-25, 25-21, 25-22, 22-25, 15-13).
In de vijfde set had de formatie van bondscoach Avital Selinger het voordeel dat de tegenstander begon met serveren. Op 6-5 wist Nederland voor de eerste keer te scoren na de eigen opslag. Twee punten later was het alweer gelijk.
Het tweede gat van twee punten werd op 12-11 geslagen, waarna Oranje het duel goed uitspeelde. Aanvoerster Manon Flier trok net als tegen China (28 punten) de kar en was tegen onze oosterburen goed voor liefst 32 (van de 105) punten.
Van Tienen: 'Hard werken rendeert'
"We hebben zeker niet heel goed of heel mooi gespeeld", zei libero Janneke van Tienen, die Oranje in de beginfase op de been hield met een enkele fraaie reddingen. "Door hard te werken hebben we de wedstrijd uit het vuur gesleept."
Ingrid Visser en Chaïne Staelens kregen weinig speeltijd. "Het toernooi is lang en zwaar. Ze hadden last van wat kleine blessures. Het maakt bij ons echter niet uit wie er in het veld staan. We doen het met veertien speelsters en niet met zeven", aldus Van Tienen.
Ondanks twee zeges denkt ze nog niet aan het podium. "We leven van wedstrijd naar wedstrijd en proberen onszelf elke keer te verbeteren."
Deel deze pagina
»
»