Door Lucas Waagmeester in Elandsdoorn (Zuid-Afrika)
De wereldwijde bestrijding van de aidsepidemie wordt hard geraakt door de economische crisis. Grote fondsen als het Amerikaanse Pepfar en Global Fund van de Verenigde Naties, bevriezen hun uitgaven. Terwijl de aidsbestrijding de laatste jaren juist een vlucht aan het nemen was.
In Elandsdoorn, ten noorden van Johannesburg, boekt de Nederlandse arts Hugo Tempelman de laatste jaren grote successen in zijn strijd tegen aids. In de gemeenschap waar hij een kliniek begon, slaagde hij erin mensen bewust te maken van de snelle verspreiding van aids. Hij krijgt mensen in groten getale naar zijn kliniek om zich te laten testen. Dat is in Zuid-Afrika een grote prestatie. Ook zijn Tempelmans patiënten trouw aan hun behandeling.
Tempelman zegt dat hij al sinds 1 november nieuwe patiënten moet weigeren. "Ik moet ze tegenhouden aan de poort en zeggen: ga naar huis en sterf. Ik heb geen andere keus want ik heb geen geld."
In 2009 zijn tien keer zoveel patiënten aan de aidsremmers als vijf jaar geleden. Dat succes is onder andere bereikt door betere logistiek en meer bereidheid van patiënten om zich te laten behandelen. Maar aan die grote stijging van het aantal patiënten dat onder behandeling is, kleeft ook een probleem. Er is ieder jaar meer geld nodig.
Eenderde van de mensen die met hiv besmet zijn, woont in zuidelijk Afrika. Daar hebben landen zelf geen geld om die enorme last van de aidsbestrijding te dragen. Patiënten zijn dus afhankelijk van internationale fondsen. Nu die hun uitgaven bevriezen, is het voor nieuwe patiënten onzeker of ze zich kunnen laten behandelen.
Deel deze pagina
video
video
»
»