 |
Onder de derde categorie vallen de middelen die onder bepaalde omstandigheden verboden zijn. Hierbij gaat het vooral om alcohol, marihuana en hasj en bètablokkers. Deze middelen zijn in een aparte categorie gerangschikt omdat zij niet door alle sportorganisaties verboden zijn.
Mits gebruikt in kleine hoeveelheden vermindert alcohol het trillen van de handen. Ook helpt het de sporter zich te ontspannen en doet het zijn zelfvertrouwen groeien. Met name bij biljarten, snooker, darts en schietsporten kan dat goed van pas komen. Te veel alcohol leidt op korte termijn tot afname van het beoordelingsvermogen en de oog-hand-coördinatie en tot evenwichtsstoornissen. Op de lange termijn treden leverkwalen op.
Ook het roken van een joint kan ontspannend werken. Voor cannabis geldt echter dat het de stemming waarin iemand verkeert, versterkt. In die zin kan het effect contra-productief zijn. Een biljarter die zich onzeker voelt, zal juist nadeel ondervinden van marihuana of hasj omdat zijn onzekerheid alleen maar toe zal nemen. Andere nadelige effecten zijn hoge bloedruk, verminderd reactievermogen, concentratieverlies en een stijging van de hartslag.
Bètablokkers zijn geneesmiddelen tegen hoge bloeddruk, pijn op de borst, migraine en hartritme-stoornissen. Ze worden geslikt in takken van sport als schieten, moderne vijfkamp, duiken, bobsleeën en motorracen om het trillen van de handen tegen te gaan en de hartslag gelijkmatig te houden. In de meeste takken van sport beïnvloeden ze de prestatie echter juist nadelig.
|
|
 |
 |