 |
De bekendste verboden methode om de sportprestaties te bevorderen is bloeddoping. Daaronder wordt verstaan het toedienen van bloed, rode bloedcellen of verwante bloedproducten. Daarbij is het bloed vaak in een eerder stadium afgetapt. Als de atleet, die in de 'bloedarme' staat doortraint, de rode bloedlichaampjes dan weer toegediend krijgt, kan meer zuurstof naar de spieren worden gebracht. Een voorbeeld van een atleet die in de jaren zeventig en tachtig veel profijt heeft gehad van bloeddoping is de Finse lange-afstandsloper Lasse Viren.
Een andere voor de hand liggende verboden methode is die van de farmacologische, chemische en fysieke manipulatie. In gewoon Nederlands: het in de maling nemen van de controleurs. Daarbij moet gedacht worden aan het afgeven van oude of andermans urine bij de dopingcontrole of het toevoegen van maskerende stoffen aan de afgegeven urine. Zo zou de Ierse zwemster Michelle Smith haar plasje met alcohol besprenkeld hebben, waardoor het urinemonster onbruikbaar werd.
De laatste verboden middel is genetische doping, ook wel celdoping genoemd. Tot dusverre zijn er nog geen gevallen van een genetisch verbeterde atleten bekend, maar gezien de stromachtige ontwikkelingen in de genetica valt dit voor de toekomst niet uit te sluiten.
|
|
 |
 |