"Polen zal nooit meer door zijn bondgenoten in de steek worden gelaten zoals zestig jaar geleden." Met die woorden blikte minister van Buitenlandse Zaken Powell terug naar de bloedige opstand in Warschau tegen de nazi-bezetters.
De opstand die op 1 augustus 1944 begon, was bedoeld om de Duitse bezetter te verdrijven en Polen te redden van een dreigende totalitaire overheersing door de communistische Stalinisten. Maar het liep slecht af: 200.000 Polen werden door Duitsers gedood, 100.000 werden naar Duitsland gedeporteerd en de stad werd volledig platgebrand.
Het Russische leger, dat aan de poorten van de stad stond, mocht van Stalin niet ingrijpen. Onder de Sovjet-overheersing, tot 1989, is deze dramatische episode uit de Poolse geschiedenis zo goed als doodgezwegen.
'Geen verraad'
Powell woonde de herdenkingsceremonies bij van de opstand die 63 dagen heeft geduurd. Hij ontkende dat de VS en hun bondgenoot Groot-Brittanië de Polen hebben verraden. "Ik denk niet dat verraad het juiste woord is. Ik denk dat er problemen waren om Polen te bereiken", aldus Powell.
De VS en Groot-Brittannië werden door hun bondgenoot Rusland weerhouden van het droppen van voedsel voor de Poolse opstandelingen, die slecht bevoorraad waren. Historici vragen zich echter af waarom de landen niet meer druk hebben uitgeoefend op de Sovjet-Unie.
Het is dit jaar voor het eerst dat ook een Duitse bondskanselier aanwezig is bij de herdenking. Voor Schröder was de uitnodiging van de Poolse regering een teken van verzoening tussen het Dutise en Poolse volk en een belangrijke stap voor de Europese eenheid.
Vanuit Italië herdacht ook de paus, die uit Polen afkomstig is, de opstandelingen. "Samen met alle Polen buig ik mijn hoofd en bewijs ik de helden van Warschau eer", zei Johannes Paulus II in zijn zondagsgebed.
Museum
In de Poolse hoofdstad werd gisteren een museum geopend ter nagedachtenis aan de opstand. Premier Marek Belka onthulde een monument op het museumterrein in het bijzijn van circa 10.000 belangstellenden.
Onder de aanwezigen waren veel Poolse hoogwaardigheidsbekleders en oud-strijders. Premier Belka, zelf een zoon van een opstandeling, zei dat het museum "eindelijk recht doet aan de geschiedenis".