|
De Spaanse voormalige premier José Maria Aznar heeft ontkend dat zijn regering informatie heeft gemanipuleerd door de aanslagen op treinen in Madrid toe te schrijven aan de ETA.
Hij verklaarde dit voor de commissie die de aanslagen van 11 maart onderzoekt. Het is de eerste parlementaire enquête in Spanje sinds het land een democratie werd in 1975. Bij de explosies kwamen 191 mensen om en raakten er ruim 1500 gewond.
ETA
De commissie probeert boven water te krijgen of de toenmalige regering van Aznar heeft geknoeid met regeringsinformatie toen hij bleef volhouden dat de ETA de schuldige was. De regering hield dagen aan dit idee vast, ondanks steeds duidelijker bewijs dat een islamitische organisatie achter de bommen zat.
Critici zeggen dat de regering probeerde een verkiezingsnederlaag bij de parlementsverkiezingen, twee dagen later, te vermijden. Veel Spanjaarden dachten dat de aanval te wijten was aan de steun van Aznar voor de oorlog in Irak en stemden op de socialistische oppositie. Zo hielpen de kiezers de socialist Zapatero in het zadel.
Aznar zei dat hij juist werd geteisterd door manipulatie, namelijk van de kant van de socialisten die hem beschuldigden van liegen. Volgens Aznar dacht bijna iedereen, van Zapatero tot de Baskische regionale premier Ibarretxe, in eerste instantie dat de bommen het werk waren van de Baskische afscheidingsbeweging ETA.
De commissie onderzoekt ook of de socialisten electoraal voordeel ondervonden van de situatie en of de aanslagen voorkomen hadden kunnen worden. Aznar zegt alles te hebben gedaan om de Spanjaarden te beschermen.