|
Het jaar 2004 in Irak eindigt zoals het begon, met aanhoudend geweld van opstandelingen tegen coalitietroepen en buitenlanders. Maar 2004 is ook het jaar van de formele machtsoverdracht aan de Iraakse interim-regering en het uitschrijven van vrije verkiezingen die eind januari moeten worden gehouden.
Het lukt de coalitie, die nog altijd voor 90 procent uit Amerikaanse militairen bestaat, niet de rust en stabiliteit te bereiken die nodig zijn voor de economische en democratische ontwikkeling van het land. In het begin van 2004 vallen op één dag ruim honderd doden bij aanslagen op kantoren van Koerdische partijen in Noord-Irak.
Het Pentagon ziet de lijst van omgekomen Amerikaanse soldaten in de loop van het jaar verder oplopen naar ruim 1200 sinds de invasie in maart 2003. April en november zijn de dodelijkste maanden voor de troepen. In beide maanden vallen meer dan 130 slachtoffers onder de soldaten door beschietingen en aanslagen met autobommen. Het dodental aan de zijde van de opstandelingen ligt veel hoger - alleen al bij het offensief in Fallujah in november zijn 1200 tot 1600 rebellen gedood. Maar exacte cijfers zijn niet bekend.
Onthoofdingen
In maart groeit de angst voor een grote shiitische opstand onder leiding van de onder radicale sjiieten populaire geestelijke al-Sadr die het bevel voert over zijn eigen militie, het Mehdi-leger. In augustus bereikt de confrontatie een hoogtepunt als al-Sadr zich met een groep getrouwen in de voor sjiieten heilige Imam Ali moskee in Najaf verschanst. Na een dagenlange belegering kan bemiddeling door grootayatollah al-Sistani escalatie voorkomen.
Van soennitische zijde liggen de Amerikanen intussen ook - letterlijk - onder vuur. Al-Zarqawi blijkt een nog geduchtere vijand dan al-Sadr. In juni wordt de Amerikaanse bevolking diep geschokt door de onthoofding van de 26-jarige Nick Berg. Het blijkt de eerste van vele onthoofdingen en executies van buitenlanders die in Irak werken en Irakezen die met de Amerikanen samenwerken. Met via Arabische zenders uitgezonden videobeelden claimen al-Zarqawi en zijn aanhangers de terreurdaden.
Ze worden ook verantwoordelijk gehouden voor tientallen aanslagen op buitenlanders en Irakezen. Het maakt de radicale soennitische leider tot de meest gezochte man in Irak, maar de Amerikanen kunnen hem niet te pakken krijgen. Zelfs bij een grootscheepse actie in Fallujah in november, waarbij de stad dagenlang volledig wordt uitgekamd en de bewoners worden geëvacueerd, weet al-Zarqawi de dans te ontspringen.
Abu Ghraib
In Washington wordt president Bush intussen geconfronteerd met een rapport over het falen van de veiligheidsdiensten, die in de aanloop naar de invasie verkeerde informatie hadden gegeven over de vermeende Iraakse massavernietigingswapens en uranium uit Niger. Het hoofd van de CIA, George Tenet, moet opstappen.
Maar daar blijft het niet bij. Eind april duiken foto's op die gemaakt zijn in de Abu Ghraib-gevangenis bij Bagdad. Daarop is te zien hoe gevangenen worden vernederd en mishandeld door Amerikaanse soldaten. Honderden gevangenen worden vrijgelaten, enkele soldaten worden in de VS veroordeeld, maar dat de legertop en het Pentagon aangezet zouden hebben tot de mishandeling kan niet bewezen worden. Hoewel de VS scherp verdeeld is over Irak, blijft de meerderheid het beleid van de regering Bush steunen.
Te midden van dit alles vindt op 28 juni de geplande machtsoverdracht plaats. De Amerikaanse gezagvoerder in Irak Paul Bremer treedt terug, Iyad Allawi wordt interim-premier en vormt een overgangsregering. Als tijdelijk president wordt Ghazi al-Yawar benoemd. Tegenstanders van de Amerikaanse aanwezigheid zien president en regering echter als verlengstuk van Washington. Als de op 30 januari 2005 geplande verkiezingen naderen, proberen radicale Irakezen de rust verder te verstoren door aanslagen tegen sjiieten te plegen.
As-Samawah
In as-Samawah, waar sinds juli 2003 het Nederlandse contingent van 1350 man is gelegerd, blijft het relatief rustig vergeleken bij het midden en noorden van het land. Relatief, want twee Nederlanders vinden de dood door het geweld. Op 10 mei komt sergeant Dave Steensma om het leven door een aanslag met handgranaten op een brug over de Eufraat in as-Samawah. Op 14 augustus wordt de 29-jarige wachtmeester van de Marechaussee Jeroen Severs gedood in een hinderlaag. In maart was al een Nederlandse ingenieur omgekomen bij een aanslag ten zuiden van bagdad.
Veel aandacht trekt ook de zaak tegen Eric O. die wordt vervolgd voor een beschieting eind 2003 waarbij een Irakees omkwam. In oktober wordt hij vrijgesproken, maar het OM tekent hoger beroep aan. Ondanks de incidenten wordt de Nederlandse missie in januari met een half jaar verlengd, tot maart 2005. Het kabinet ziet ervan af nog langer te blijven. Iraakse troepen moeten de taken van de Nederlanders in as-Samawah overnemen.
De Nederlandse aanwezigheid is daarmee echter niet helemaal ten einde. In 2005 wil het kabinet 15 militaire instructeurs en tien Marechaussees voor hun beveiliging naar Irak sturen. De NAVO-missie zou enige jaren kunnen duren. De Kamer is echter verdeeld over de deelname aan de missie.
Hoe lang de Amerikanen nog blijven, is minder zeker. Voor zijn herverkiezing ging Bush er vanuit te beginnen met het terugtrekken van troepen na de Iraakse verkiezingen. Maar daarvoor zal de situatie in het land wel stabieler moeten worden dan in 2004 het geval was.