|
Als parlementair journalisten hadden we aan het begin van het jaar niet zulke hoge verwachtingen; spectaculair zou 't allemaal niet worden. Het kabinet had immers in het verkiezings- en formatiejaar 2003 alle grote plannen al gepresenteerd en zou dit jaar vooral gebruiken om die uit te werken. Bovendien viel niet te verwachten dat de coalitie zou kraken in haar voegen.
De drie regeringspartijen hebben als strategie gekozen om de sociaal-economische saneringsmaatregelen in hoog tempo door te voeren aan het begin van de kabinetsperiode, om daarna richting de volgende verkiezingen wat gas te kunnen terugnemen. Als gevolg daarvan doen CDA, VVD en D66 het nu slecht in de peilingen en heeft geen van de regerende partijen belang bij een breuk.
En de grootste oppositiepartij wordt slapend rijk, juist door zich rustig op de achtergrond te houden in plaats van zich prominent en uitdagend te mengen in het politieke debat. Nee, het zou wel eens een heel saai jaartje kunnen worden, dachten we. Maar het liep anders.
Slecht toneelstuk
De ruggengraat van het kabinet werd op de proef gesteld door de vakbonden. Als observator van de "koude oorlog in de polder" had je vaak het gevoel dat je naar een slecht geregisseerd toneelstuk zat te kijken, waarbij de spelers voortdurend uit hun rol dreigden te vallen.
Minister De Geus was een huichelaar en een oplichter, volgens FNV-voorman de Waal. Het kabinet noemde hij een "rotkabinet". De "rotministers" op hun beurt riepen na de grote demonstratie op het Museumplein dat er geen enkele ruimte was voor versoepelingen van de omstreden ingrepen.
Ondertussen zaten de hoofdrolspelers in het Haagse privé-appartement van de premier te onderhandelen over een sociaal akkoord. Tijdens die geheime onderhandelingen werd af en toe hard gelachen, zo bevestigden verschillende deelnemers. Maar een dag later verguisden ze elkaar weer voor de camera's en op de podia of liepen ze zogenaamd boos weg van de formele onderhandelingstafel. Een klassiek onderhandelingsproces dus, met de voorspelbare oorlogstaal en de even voorspelbare uitkomst: een compromis.
Oorlogstaal klonk er ook binnen de VVD-gelederen. Het liberale enfant terrible, Geert Wilders, kondigde aan om voortaan in z'n eentje ten strijde trekken. Hij was gefrustreerd, omdat hij van de VVD niet de vrijheid kreeg om vast te houden aan z'n particuliere standpunten, bijvoorbeeld aan z'n verzet tegen de toetreding van Turkije tot de Europese Unie.
De enorme spurt die hij vervolgens als eenling inzette in de peilingen, is veelzeggend. De kiezers zijn blijkbaar definitief op drift en dat is voor politieke waarnemers een interessant gegeven. De gevestigde partijen kunnen niet lijdzaam toezien en zullen zich sterker moeten profileren. Ze zullen veel meer rekening moeten houden met de islam-kritische gevoelens bij een belangrijk deel van de kiezers.
Politieke pioniers kunnen en zullen zich de komende jaren mengen in de strijd, in de wetenschap dat een electorale aanhang van formaat binnen een paar maanden tijd is te realiseren. Logisch dus dat wij de opkomst van Wilders het afgelopen jaar nauwlettend volgden en analyseerden en dat we vaak met hem spraken.
Daarbij denk je onwillekeurig terug aan de manier waarop Pim Fortuyn het politieke podium betrad. Wilders is geen Fortuyn, hij heeft andere standpunten en een ander soort charisma, maar z'n succes is zo spectaculair dat hij er zelf van lijkt te schrikken, net als Fortuyn destijds.
Politieke moord
Opnieuw oorlogsrethoriek na 2 november, de dag dat Nederland voor de tweede keer in betrekkelijk korte tijd werd geconfronteerd met een politieke moord. De politiek leek wakker te schrikken uit een roes van naïviteit - de gedachte dat godsdienstig geïnspireerde terreur aan ons land voorbij zou gaan. Prompt werd de oorlog verklaard aan de terroristen. Politici verdrongen zich om hun gevoelens van ontzetting breed uit te meten. Terreurbestrijding stond in één klap bij iedereen met stip op nummer één.
De gebeurtenissen hebben de sfeer in politiek Den Haag definitief veranderd. De angst voor aanslagen had natuurlijk na de moord op Fortuyn al z'n intrede gedaan, maar nu is het allemaal nog grimmiger geworden. Niemand kijkt meer op van een politicus die zich zelfs in de gangen van het parlement moet laten omringen door bodyguards.
Als je een interview maakt met Geert Wilders dan staat er achter hem én achter jou een zwaarbewapende bewaker. Op de drempel van 2005 is het Binnenhof een vesting geworden en iedereen realiseert zich dat dat nooit meer verandert.
Bram Schilham, parlementair verslaggever van het Journaal