|
"Mensen houden niet van het idee dat het huwelijk, als een verbintenis van man en vrouw, wordt ondermijnd door enkele activisten-rechters." Politiek strateeg Karl Rove legt een week na 2 november aan de New York Times uit waarom zijn baas, de Amerikaanse president Bush, is herkozen. Het 'christelijke' Amerika is nog (lang) niet toe aan het homohuwelijk en maakt dat via het stemformulier duidelijk.
Over het homohuwelijk ontstaat eind 2003, aan de vooravond van het verkiezingsjaar, grote beroering. Het hooggerechtshof van de staat Massachusetts oordeelt dat homoparen mogen trouwen. Kort daarop pleit president Bush in zijn jaarlijkse State of the Union voor een grondwettelijk verbod op het homohuwelijk. Hij beticht de 'activisten-rechters' in de als progressief bekendstaande staat ervan in te grijpen in de heiligheid van het huwelijk. En daar moet een stokje voor worden gestoken, zo vindt de president.
Het is dan januari. De Democratische voorverkiezingen zijn in volle gang. Tot ieders verrassing komt de al afgeschreven John Kerry, senator uit datzelfde Massachusetts, bovendrijven als degene die in staat geacht wordt om de zittende president uit het Witte Huis te verdrijven.
Referenda
Hoewel het homohuwelijk de gemoederen voortdurend blijft bezighouden, verdwijnt het thema tijdens de campagnes in de herfst van de agenda. Bush heeft tijdens zijn State of the Union zijn standpunt uiteengezet. John Kerry wil zijn vingers er niet aan branden. Hij is net als Bush tegen het homohuwelijk, maar vindt anders dan de president dat daarvoor de grondwet niet hoeft te worden geamendeerd.
Toch duikt het homohuwelijk na de verkiezingen weer op in de exit polls. En hoe, want wat blijkt? Niet de oorlog in Irak, het Vietnamverleden van de beide kandidaten, de strijd tegen terreur of de haperende economie zijn doorslaggevend geweest bij de keuze van de Amerikaanse kiezer, maar moral values, morele waarden.
Van de kiezers vond 22 procent zaken als het homohuwelijk, abortus en stamcelonderzoek de belangrijkste reden om te gaan stemmen. In elf staten, waaronder het cruciale Ohio, werd de stembereidheid, traditioneel laag in de VS, versterkt door de referenda die er over het homohuwelijk werden gehouden. In alle elf staten sprak de bevolking zich duidelijk uit tegen het homohuwelijk.
Opmerkelijk in de exit polls is verder dat de protestant Bush meer katholieke stemmen kreeg dan de katholiek Kerry. Bush doet het verder opvallend goed onder latino’s en in de grote steden. Na een dag wachten gaat Ohio met 200.000 stemmen verschil naar Bush. Kerry erkent in een emotionele toespraak voor zijn aanhang zijn nederlaag.
Duidelijk mandaat
Anders dan in 2000 valt er dit jaar niets op de overwinning van Bush af te dingen. Niet alleen heeft hij de meerderheid in het kiescollege, ook heeft Bush landelijk ruim drie miljoen stemmen meer gekregen dan Kerry. Bush kan dan ook niet anders dan tevreden zijn. Hij heeft zijn vader overtroffen door een tweede termijn te winnen, hij is bovendien de eerste president sinds 1988 die met een meerderheid van de stemmen, 51 procent, wint.
Met dat "duidelijke mandaat" begint Bush aan zijn tweede termijn. Gemakkelijk zal dat zeker niet worden, al was het maar omdat religieus-rechts hem nu dichter op de huid zal zitten. Eén van de voormannen van deze politiek invloedrijke groep, voorzitter James Dobson van Focus on the Family, zei kort na 2 november "binnen twee jaar" een beloning te willen zien van de kersvers herkozen president. Hadden immers de conservatieve evangelicalen George W. Bush niet aan een verlengd verblijf in het Witte Huis geholpen?
Hooggerechtshof
Hoe Bush dat zou moeten doen? Dobson liet het antwoord bij de tv-zender al doorschemeren. Door bijvoorbeeld de benoeming van een conservatieve rechter in het Hooggerechtshof, waar opperrechter Rehnquist naar alle waarschijnlijkheid tijdens de komende termijn van Bush uit zal stappen. Of hij komt te overlijden, want Rehnquist is momenteel ernstig ziek.
Mocht er een conservatief benoemd worden in het hoogste Amerikaanse rechtscollege, dan kan eindelijk de strijd om abortus in alle hevigheid losbarsten, zo hopen de religieuze fanatici als Dobson. Komt er geen conservatieve rechter, zo dreigde Dobson, dan zal de Republikeinse partij een "hoge prijs" betalen.
Nu zal dat Bush feitelijk een zorg zijn. Hij hoeft zich niet meer druk te maken om zijn herverkiezing. De grondwet verbiedt een derde termijn. Anders ligt dat voor zijn politieke meesterbrein Karl Rove. Hij heeft er nooit een geheim van gemaakt de Republikeinse partij, althans de religieus-conservatieve vleugel daarvan, aan een langjarige meerderheid te willen helpen.