Door John Leenaarts, NOS-redacteur op de Westelijke Jordaanoever
Dat Mahmoud Abbas de Palestijnse verkiezingen zou winnen was natuurlijk geen verrassing. Hij had nauwelijks te duchten van een serieuze tegenkandidaat. Toch leek het er lang op dat zijn overwinning minder glorieus zou zijn dan hij ongetwijfeld had gehoopt.
Aan het eind van de middag besloot de verkiezingscommissie om de stemlokalen twee uur langer open te laten dan gepland. Officieel vanwege de hoge opkomst, maar veel waarschijnlijker juist vanwege de lage opkomst. Dat suggereerden in de loop van de verkiezingsavond de grote persbureaus, en dat sluit precies aan bij onze eigen bevindingen.
De hele dag hebben we als NOS-team rondgereisd op de Westelijke Jordaanoever en overal stemlokalen bezocht. Vanuit Ramallah zijn we via een aantal tussenstops noordwestelijk naar Qalqiliya gereisd, een stad die letterlijk is ingesloten door het beruchte veiligheidshek dat Israel bouwt langs de grens met de Palestijnse gebieden.
In tegenstelling tot de voorgaande dagen was het passeren van de checkpoints dit keer een fluitje van een cent. Waar we gewend waren geraakt aan norse, meestal zelfs buitengewoon botte Israelische militairen, was het op verkiezingsdag vriendelijkheid troef. De Israelische autoriteiten hadden beloofd het passeren van de checkpoints te vergemakkelijken en voor zover wij hebben kunnen waarnemen, hebben ze zich aan die belofte gehouden.
Of we nu in een stad kwamen of in een dorpje van 300 inwoners, overal viel ons hetzelfde op: de verkiezingen zijn buitengewoon professioneel georganiseerd. Dat beaamden ook de waarnemers van de OVSE, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, die we spraken. Nergens ook maar een woord over fraude, overal mochten we vrijuit naar binnen en iedereen was bereid ons te woord te staan.
Maar tegelijk waren we op de meeste plaatsen verrast door de opkomst. Die was, halverwege de middag, vaak niet hoger dan pakweg 30-40 procent. Natuurlijk, de mensen hadden nog uren de tijd, maar toch.
Broodjes shoarma
Toen we in Qalqiliya een broodje shoarma gingen eten maakten we mee hoe Fatah-aanhangers twijfelende kiesgerechtigden probeerden te overtuigen om toch vooral te gaan stemmen. En dan natuurlijk wel op hun kandidaat, Mahmoud Abbas. Achterin het eettentje stonden tientallen zakken met in totaal honderden broodjes shoarma klaar, bedoeld om twijfelaars te verleiden en over de streep te trekken. Fraude, omkoping of beïnvloeding? Eerlijk gezegd, het had wel iets aandoenlijks, iets charmants.
Op de weg terug naar Oost-Jeruzalem hoorden we dat de stemlokalen twee uur langer zouden openblijven. En bij het eerste checkpoint dat we passeerden klonk door een megafoon de oproep om toch vooral van die extra mogelijkheid gebruik te maken.
Aangekomen in Oost-Jeruzalem bleek dat hier toch wel wat problemen waren geweest. Bij de eerste Palestijnse verkiezingen, in 1996 was afgesproken dat maar ongeveer 5300 van de 120.000 stemgerechtigden in Jeruszalem zelf hun stem mochten uitbrengen. De rest moest naar buiten de stad, vaak meer dan een uur reizen. Een afspraak die de meeste Palestijnen als buitengewoon oneerlijk beschouwen en die dan ook leidde tot enig oproer en irritatie.
Kalasjnikovs
Uiteindelijk konden de ergste problemen na bemiddeling van oud-president Jimmy Carter worden opgelost. Toen we ‘s avonds in Ramallah terugkwamen en de eerste exit-polls bekend waren, maakten we mee hoe de Fatah-aanhangers de overwinning van Abbas vierden.
Luid toeterend, schreeuwend en met kalasjnikovs in de lucht schietend scheurden ze met afgeladen auto’s door de straten van Ramallah. Tot diep in de nacht gingen de festiviteiten op straat door.
Ook president Abbas verscheen op de televisie om zijn blijdschap te tonen. Uiteindelijk is de opkomst rond de 45 procent. Ruim 62 procent heeft op Abbas gestemd, bijna 20 procent op zijn belangrijkste tegenstander, Mustafa Barghouti. Dat betekent dat opgeteld ruim 80 procent van de stemmers heeft gestemd op een kandidaat die tégen het geweld en vóór vredesonderhandelingen met Israel is. Dat kan niet anders uitgelegd worden als een duidelijk mandaat voor de nieuwe president.
Aan hem nu de zware taak om de tegenstanders van vredesonderhandelingen achter hem te krijgen. Dat wil zeggen: Hamas en de andere radicale partijen ervan te overtuigen dat ze de gewapende strijd moeten opgeven.