|
De huidige Israëlische premier Ariel Sharon is net als zijn overleden Palestijnse tegenvoeter Yasser Arafat een politiek overlever. Zijn vorig jaar gelanceerde, en omstreden, Gazaplan balanceerde diverse keren op de rand van de afgrond, maar telkens wist Sharon het voor het ravijn weg te trekken.
Mocht het plan volledig worden uitgevoerd, en dat is nog allerminst zeker, dan heeft de havik Sharon bereikt wat hij altijd nastreefde: een veilig Israël in het historische Palestina en in grote delen van het bijbelse Judea en Samaria, de huidige Westelijke Jordaanoever. Het zou de bekroning zijn van een leven dat, met pieken en dalen, geheel in het teken heeft gestaan van Israëls strijd om het bestaan.
Ondergrondse
Geboren in 1928 als kind van Russische immigranten wordt Sharon op 14-jarige leeftijd al lid van de Haganah, de joodse ondergrondse die strijdt voor een eigen staat. Als 20-jarige jongeman vecht Sharon in 1948 volop mee tijdens de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog.
Daarbij raakte hij ernstig gewond, maar de soldaat Sharon liet zich niet uit het veld slaan door de eerste de beste tegenslag. “We vochten, maar niet hard genoeg om te winnen. We waren meer gemotiveerd door het verlangen naar huis te gaan dan overtuigd van de absolute noodzaak om te winnen”, zei hij ooit over die oorlog.
Die gedrevenheid om te winnen kenmerkt de levensloop van Sharon. Hij is ervan overtuigd dat de Arabieren verslagen moeten worden om het tehuis in Palestina voor de joden te behouden. Sharon is bereid daar veel voor te doen.
Succes en exces
Zo leidt hij in de jaren vijftig een legercommando die vooral vergeldingsacties uitvoert voor Arabische aanvallen op de jonge Israëlische staat. Later boekt Sharon spectaculaire zeges tijdens de Suez-crisis en in de oorlogen van 1967 en 1973.
Als oorlogsheld betreedt Sharon de Knesset, het Israëlische parlement. Als minister van Landbouw onder premier Begin introduceert Sharon zijn nederzettingenbeleid. Dat is erop gericht Israëls veiligheid te garanderen door de bouw van nederzettingen in de bezette gebieden, met name de Westelijke Jordaanoever. Sharon ziet erop toe dat voortvarend met de bouw begonnen.
Dat zijn daadkrachtige en soms eigengereide optreden tot excessen kan leiden, blijkt in 1983. Sharon wordt verantwoordelijk gehouden voor de bloedbaden in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. Hij moet terugtreden als minister van Defensie. Sharons politieke loopbaan lijkt daarmee ten einde.
Boodschap van vrede
Sharon keert volop terug in de schijnwerpers als hij in september 2000 de Tempelberg bezoekt, waar ook de islamitische heiligdommen de Rotskoepel en de al-Aqsa-moskee staan. Hij wil de Israëliërs waarschuwen voor de uitverkoop van Israëlische belangen door de toenmalige premier Barak. Die staat op het punt een akkoord te bereiken met Yasser Arafat.
Hoewel Sharon zegt met een "boodschap van vrede" te komen, beschouwen de Palestijnen het bezoek slechts als een provocatie. De tweede, bloedige intifadah, die de Palestijnen al hadden aangekondigd als de gesprekken in Camp David zouden mislukken (wat ze deden), is een feit.
Ruim een jaar later vinden in New York en Washington de terreuraanslagen plaats. Sharon, inmiddels premier, schaart zich met zijn volle gewicht achter de strijd tegen terreur van George W. Bush. In navolging van de Amerikaanse president noemt hij de 'terrorist' Arafat "irrelevant".
Routekaart
Dit betekent dat Sharon pas weer om de tafel gaat zitten na het aantreden van de premier Abbas, die formeel in 2003 de Palestijnse gesprekspartner wordt. Schoorvoetend stemt Sharon in te beginnen met de Routekaart voor vrede, een door de Verenigde Naties, de Europese Unie, de Verenigde Staten en Rusland opgesteld vredesinitiatief.
Maar de gesprekken komen niet van de grond. Arafat blijkt, hoewel hij op een zijspoor is gemanoeuvreerd, nog alle touwtjes in handen te hebben. Na het aftreden van Abbas als premier lanceert Sharon, zonder overleg met wie dan ook, zijn eigen, eenzijdige terugtrekkingsplan voor de Gazastrook, dat tegelijkertijd een definitieve Israëlische aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever behelst.
Het Gazaplan, waaraan hij zijn politieke lot verbindt, typeert de eigenzinnige Sharon. Als commandant trok hij tijdens de Suezcrisis al zonder toestemming van de legerleiding het Suez-kanaal over, vijftig jaar later plaatst hij de Palestijnen, én de Amerikanen, voor voldongen feiten. Zonder een krimp te geven.