De opvolger van Yasser Arafat, Mahmoud Abbas, wacht de zware taak de vastgelopen besprekingen met Israël weer vlot te trekken. Maar vooral moet hij Yasser Arafat, het boegbeeld van de Palestijnse strijd doen vergeten.
Dat lijkt een schier onmogelijke taak. Anders dan Arafat ligt de weinig charismatische Abbas niet goed bij de Palestijnse bevolking. Hij wordt geassocieerd met de corrupte kliek van de november 2004 overleden Arafat.
Abbas behoort al zijn halve leven tot die kliek. Maar anders dan de onbetwiste Palestijnse leider pleit Abbas al in de jaren zeventig voor een dialoog met de Israëliërs. Hij zei ooit eens, verwijzend naar de komst van de joden na de Tweede Wereldoorlog: "Ik begon na te denken over hoe we moesten omgaan met een volk dat we niet kenden. Ik begon voorzichtige hengeltjes uit te gooien".
Toewijding
De PLO is in de jaren zeventig nog lang niet rijp voor de ideeën van Abbas. De Palestijnen beschouwen Israël nog als een 'zionistische entiteit' die middels kapingen en ontvoeringen 'de zee in moet worden gedreven'.
Hoewel Abbas tamelijk alleen staat met zijn vredesideeën, is zijn toewijding aan de Palestijnse zaak groot. Hij volgt Yasser Arafat naar Tunis als deze in 1982 door het Israëlische leger Libanon wordt uitgeschopt. Ze verblijven jarenlang in Tunis.
Geboren in 1935 in het Noord-Israëlische Safed vlucht Abbas met zijn familie in 1948 naar Syrië als de staat Israël wordt opgericht. In Damascus studeert hij rechten en later in Moskou geschiedenis.
Abbas richt eind jaren vijftig met Arafat de Palestijnse bevrijdingsbeweging al Fatah op. In de jaren zeventig wordt Abbas 'het brein van de PLO' genoemd. Hij bouwt een uitgebreid netwerk van internationale contacten weten op. Dit stelt hem in staat veel fondsen voor de PLO te werven.
Oslo-akkoorden
Maar al het geld brengt de vrede niet dichterbij. Dat doen wel de geheime besprekingen die Abbas voert met linkse Israëliërs na de mislukte vredesconferentie over het Midden-Oosten in 1991 in Madrid. Na vele onderhandelingen in het Noorse Oslo tekent Abbas uiteindelijk samen met Arafat het historische vredesakkoord van 1993 in de tuin van het Witte Huis.
Maar de uitvoering van de Oslo-akkoord stokt, door gewelddadigheden van zowel Palestijnse als Israëlische kant. In september 2000 lijken de kansen op vrede weer te groeien, maar na de mislukte onderhandelingen in Camp David breekt de tweede intifadah uit, met veel meer geweld dan de eerste.
Na ruim twee jaar komt Abbas tot de conclusie dat de gewapende opstand en de zelfmoordaanslagen de Palestijnen niets hebben opgeleverd. Eind 2002 stelt hij: "De militarisering van de tweede intifadah heeft geleid tot een totale verwoesting van de Palestijnse infrastructuur en instituties". Hij roept de Palestijnen tot vreedzaam verzet.
Eerste premier
Enige tijd later wordt zijn grote kompaan Arafat door de Israëlische premier Sharon "irrelevant" verklaard. Onder druk van de VS moet Arafat afstand doen van een aantal bevoegdheden en instemmen met de komst van een premier die de gesprekken met Israël moet voeren. In maart 2003 wordt Abbas de eerste Palestijnse premier.
Maar hij krijgt niet de onderhandelingsruimte die hij wenst. Want het is nog altijd Yasser Arafat die de belangrijkste beslissingen neemt inzake veiligheidszaken en de vredesonderhandelingen met Israël. Abbas legt zijn nieuwe functie korte tijd later al weer neer.
Na het overlijden van Arafat neemt Abbas een deel van de taken van diens taken over. Hij wordt de belangrijkste kandidaat voor de opvolging van Arafat. Nu Abbas president is, kan hij laten zien wat hij waard is.